Niks langer doorwerken: tijd is de nieuwe luxe

Wat de pensioengerechtigde leeftijd ook is, zo lang doorwerken is geen goed idee. Eén op de vijf haalt de eindstreep niet eens, schrijft Gerhard Hormann in zijn nieuwe boek. Sterker: neem nu al een of twee dagen vrij.

Eigenlijk heb ik helemaal geen tijd om dit verhaal te schrijven.

Ik kreeg de opdracht drie dagen geleden. Leuk, dacht ik: een artikel over tijd. Totdat ik in mijn agenda keek.

Er staan interviewafspraken, lunches met mensen-die-ik-al-lang-had-moeten-spreken, andere schrijfopdrachten, een bioscoopavondje, en dan zijn er nog tien pianostukken die ik moet instuderen voor een verjaardagsfeest.

Dus zit ik nu hier, om 1 uur ’s nachts in een kamertje te werken. Naast mijn laptop ligt een lege zak chips. Mijn vrouw is al naar bed.

Ik weet dat volgende week weer een opdracht zal langskomen waar ik eigenlijk geen tijd voor heb. En de week erna ook. En de week daarna ook. Totdat ik op mijn 65ste met pensioen ga.

Oh nee, wacht. Het pensioen kwam vroeger op je 65ste. Straks komt het op je 67ste. En de huidige 18-jarigen zullen waarschijnlijk pas op hun 71ste met pensioen gaan, bleek onlangs uit onderzoek van het CBS. Het moment waarop de Golden Years aanbreken, waarop het Grote Genieten begint, waarop ik mijn wereldreis in een camper zou gaan maken, dat moment komt misschien wel nooit.

En daar moet je volgens Gerhard Hormann wat aan doen. In zijn nieuwe boek Helemaal vrij! becijfert hij dat één op de vijf mensen nooit zijn pensioengerechtigde leeftijd zal bereiken, en dat het dus zaak is om nu tijd vrij te maken, voordat het te laat is. „Zelfs al word je gezond oud”, zegt Hormann, „hoe groot is dan de kans dat dat eveneens geldt voor je partner?” Hij pleit voor een vroegpensioen: neem na je vijftigste een of twee dagen per week vrij. Of drie. En laat je vooral niet gek maken door de overheid die zegt dat we langer moeten doorwerken.

Vrije tijd bestaat eigenlijk niet meer in de twintigste eeuw. Volgens filosofe Joke Hermsen wordt onze tijd geregeerd door de economie: alle minuten van de dag vullen we functioneel in. Er is geen ruimte om te niksen. Terwijl Plato en Aristoteles rust en nietsdoen juist zagen als voorwaarden van cultuur en beschaving. Hermsen schrijft in haar boek Stil de tijd: „Pas als we niets doen, opent zich de ruimte van het denken en van de creativiteit.”

Het is dan ook geen toeval dat het Canadese supermodel Linda Evangelista vorig jaar bij de opening van de Miljonair Fair zei dat tijd de nieuwe luxe is. Het gaat tegenwoordig niet meer om de duurste auto. Wie echt rijk is, gaat over zijn eigen agenda.

Mensen die zoeken naar tijd, komen onder andere langs bij ‘lifeplanner’ Mariëlla Nieuwenhuijs. Zij adviseert cliënten over geldzaken en carrièrewendingen. „Steeds meer mensen vragen zich af: ik werk mij drie slagen in de rondte, maar waar doe ik het eigenlijk voor?”, zegt Nieuwenhuijs. Ze ziet mensen die zestig uur per week werken zodat ze hun dure huis kunnen betalen en de kinderen naar drie sportclubs tegelijk kunnen sturen. Het genieten, dat komt later wel. Maar wat is later, vraagt Nieuwenhuijs zich af. „Waarom later genieten? Wie weet op welke leeftijd je straks met pensioen mag van de overheid? Je moet nu genieten.”

Dat is niet eenvoudig in een tijd waarin er steeds meer verwacht wordt van senioren. Vroeger kreeg de oudere werknemer een plek in de luwte, als beloning voor jarenlange trouwe dienst. Tegenwoordig moeten ouderen „doorbuffelen op hun tandvlees”, vindt Gerhard Hormann. De oude werknemer wordt geacht zich voortdurend te laten bijscholen en net zo veel inzet te tonen als de jonge honden van het bedrijf. Zelfs op 60-jarige leeftijd moet je willen ‘excelleren’, de beste willen zijn. Geen wonder, zegt Hormann, dat het CBS vorig jaar vaststelde dat een op de acht werknemers kampt met burn-outklachten. „Ik denk zelfs dat die langere levensverwachting wel eens een fabeltje kan blijken te zijn doordat mensen steeds meer stress ervaren.”

Wat kun je doen om toch het maximale uit het leven te halen? Om de tijd terug te krijgen?

Mariëlla Nieuwenhuijs stelt haar cliënten vaak deze vraag: hoe zou jij later willen terugkijken op je leven? „Als je mensen aan het einde van hun leven vraagt waar ze spijt van hebben, zal niemand zeggen: ik had nog harder willen werken. Nee, ze hebben spijt dat ze hun kinderen niet genoeg gezien hebben, en proberen dat nu goed te maken met de kleinkinderen.” Wie vanuit die gedachte leeft, zegt Nieuwenhuijs, maakt fundamenteel andere keuzes. „Het leidt tot genieten nu, en niet genieten als je in een rolstoel zit.” Neem bijvoorbeeld een andere baan waar je wel voldoening uit haalt, zegt Nieuwenhuijs, of ga minder werken als je meer vrije tijd wilt.

Maar ergens moet het geld vandaan komen. „Je kunt wel dertig uur in plaats van veertig uur gaan werken, maar dat betekent ook dat je minder geld hebt tegen de tijd dat je met pensioen gaat”, zegt gedragseconome Henriëtte Prast van de Tilburg University. „Het is dus een afweging: wil je meer vrije tijd en later op een houtje bijten, of ga je extra hard werken om eerder met pensioen te kunnen? Je kan niet alles hebben.”

Hormann koos voor een andere oplossing: hij besloot alles in het werk te stellen om zijn hypotheek zo snel mogelijk af te lossen. „Je huis is je beste pensioenpot”, zegt hij. Want wie zijn hypotheek heeft afgelost woont praktisch gratis en kan zijn huis inruilen voor een zak met geld. Waarom, zegt Hormann, zou je al je geld besteden aan dure vakanties en grote auto’s, als je door het aflossen van je huis je vrijheid terug kunt kopen?

De schrijver had vorig jaar genoeg afgelost om met een glimlach zijn ontslagbrief in ontvangst te kunnen nemen. „En het voelt heerlijk.” Zondag wordt Hormann 52 jaar en hij weet al hoe de rest van zijn leven eruit zal zien: zorgeloos. Wat heeft hij nou nodig om gelukkig te zijn? Niet meer dan een tuin en een boekenkast. Vraag Hormann wat luxe is, en hij zegt dat hij op woensdagmiddag met zijn zoontje kan gaan kanoën als hij uit school komt. „Dan kan ik zeggen: kom op jongen, we gaan. Trek je zwembroek maar aan.” Hormann heeft de tijd.