Kakkerlak trapt niet in val

Stel je voor dat je aan een lolly likt, of wat zoete limonade drinkt, en denkt: bwaaah, wat vies! Dat moet ik niet.

Zo is het voor sommige kakkerlakken. Zoetigheid, waar de meeste kakkerlakken gek op zijn, vinden zij juist vies. De beestjes proeven het alsof het iets heel bitters is. Alsof je een snoepje eet dat opeens naar spruitjes smaakt, of naar witlof. Weet je hoe dat komt? Omdat het hun leven redt. Dat zit zo.

De meeste mensen vinden kakkerlakken vies. Die kriebelbeestjes knagen maar aan het eten. En ze krijgen heel veel jongen. Voor je het weet zit je met een plaag in huis. Nee, dank je. Dus hebben mensen op een gegeven moment vallen gemaakt, speciaal om kakkerlakken te doden. Zo’n val is een doosje met een beetje zoet erin, om de kakkerlak te lokken. Verstopt in het zoet zit gif, om de kakkerlak te doden. Denk je dat je lekker zit te eten, ben je voor de gek gehouden en heb je gif binnen gekregen. Aaagh!

De zoete valstrik werkte ontzettend goed. Kakkerlak na kakkerlak trapte erin. Alleen de kakkerlakken die niet van zoet hielden, bleven over.

Biologen in Amerika hebben onderzocht wat deze kakkerlakken bijzonder maakt. Kakkerlakken hebben op hun mond speciale zenuwcellen waarmee ze zoet kunnen proeven, en anderen die reageren op bitter. Zodra de zenuwcel iets proeft stuurt hij berichtjes naar de hersenen. Bijvoorbeeld: dit is zalig zoet! Eten!

De biologen ontdekten dat er bij sommige kakkerlakken iets is veranderd in de zenuwcellen. Ze reageren anders op zoet. Alsof de zenuwcellen nu schreeuwen: pas op, bitter! Stop met eten!

Kunnen die kakkerlakken dan helemaal niks zoets meer eten? Jawel. Want de zenuwcellen schreeuwen alleen alarm als ze glucose proeven. Dat is het zoete stofje waarvan snoepjes zijn gemaakt. Maar de zenuwcellen schreeuwen niet als ze fructose proeven. Dat is ook zoet, maar net even anders. Het zit in fruit en vruchten. Mjammie, denkt de kakkerlak.

Marcel aan de Brugh

Science, 24 mei.