Journalisten (en ombudsmannen) moeten hun werk beter uitleggen

Waar was toch die aardige ombudsvrouw van The Hindustan Times gebleven, aanspreekpunt voor ten minste 1,1 miljoen lezers?

Sumana Ramanan dook afgelopen week niet op, tijdens het jaarlijkse congres van de vereniging van nieuwsombudsmannen (ONO) waar ik haar vorig jaar ontmoette. Geen wonder, want ze is ontslagen. Ramanan, afkomstig uit het management van de krant, was de eerste in die positie. Maar bij nader inzien vond de leiding het een minder goed idee, zo’n interne betweter die klagende lezers bedient – en soms nog gelijk heeft ook.

Haar afwezigheid werd op het congres overschaduwd door die van een andere gesneefde ombudsman, Patrick Paxton van The Washington Post. Die krant zette de functie van ombudsman om in die van lezersredacteur, zonder column. Het bericht leidde tot lichte opschudding onder collega’s, en haalde NRC Handelsblad (The Post schaft ombudsman af, 5 maart 2013). Maar een volksoploop werd het niet bepaald.

Een deel van de driedaagse conferentie in Los Angeles stond dan ook in het teken van handenwringen over de toekomst van het vak, een bezigheid waar een zaal vol ombudsmannen (dit keer waren het er veertig, uit zeventien landen) toch al snel naar neigt. Zeker nu iedereen met een blog of iPhone zich kan opwerpen als mediacriticus. Is een ombudsman dan nog wel meer dan een pundit in pajamas, een vrijblijvende criticus achteraf, of een freelance biechtvader die bij de eerste de beste bezuiniging de deur uit gaat?

Opvallend: de Amerikanen en Canadezen, met vijftien ombudsmannen en academici in de meerderheid op het congres, waren daar een stuk zorgelijker over dan de aanwezigen uit opkomende landen in Afrika of Latijns-Amerika, waar het aantal ombudsmannen juist snel groeit. Dat geldt ook voor ONO, dat meer leden wint dan verliest.

Maar tussen alle benarde zelfreflectie waren gelukkig ook opwekkende, vernieuwende geluiden te horen, en was er de gebruikelijke shop talk over de dagelijkse praktijk. Ik deed er de afgelopen week verslag van op mijn blog op nrc.nl.

Wat is de trend? Eerst een kleine geschiedenis: de eerste ombudsman avant la lettre trad honderd jaar geleden aan, bij The New York World. De uitgever, Ralph Pulitzer, zocht een tegenwicht tegen de zogeheten yellow press, de sensatiepers die bol stond van horror en drama, soms compleet verzonnen. Pulitzer stelde op zijn krant een ‘Bureau voor Accuratesse en Fair Play’ in, met een staf die klachten opnam en de krant doorzocht op fouten. Maar die staf schreef geen columns en trad niet naar buiten.

Volgens Alan Stavitsky, een wetenschapper die op de conferentie sprak, is het terugschalen naar een lezersredacteur zoals The Washington Post deed, dus een stap „naar de toekomst van gisteren”.

Terwijl ombudsmannen in de moderne mediawereld, tjokvol digitale technieken, juist een kans hebben (of genoodzaakt zijn) er een schepje bovenop te doen. Meer bloggen, meer gebruik maken van data-analyse. En: meer contact met lezers. Dat kan helpen bij de kerntaken van een ombudsman: inzicht en uitleg bieden aan lezers, en de redactie verantwoording vragen.

Want met de vele ‘betweters in pyjama’ buiten de journalistiek is het helemaal niet zo slecht gesteld, vond Stavitsky. Ja, er suist op internet veel gekte rond, maar hij zag er ook veel zinnige mediakritiek. Na de aanslag in Boston maanden burgers op Twitter de media feiten te checken en bronnen aan te geven.

Wat die vernieuwing van de rol van ombudsman in de media betreft, noteerde ik ook nog de volgende suggesties en dilemma’s.

• Taalgebruik. Waarom schrijven Amerikaanse kranten, als het om Guantánamo Bay gaat, over detainees (met de milde associatie van nablijven op school) en niet over prisoners? Waarom is veel onderzoeksjournalistiek moeilijk te lezen of te begrijpen voor leken? Journalisten schrijven vaak ongemerkt een soort geheimtaal, die voor hen vanzelf spreekt, maar lezers in verwarring achterlaat. Waaróm is een bepaald feit of een uitspraak cruciaal, belangrijk, pijnlijk of ook maar pikant? Daar is nog een wereld in te winnen, ook in Nederland.

• Bronbescherming. Klokkenluiders zijn cruciaal voor de journalistiek, maar lijken volgens een andere spreker op het congres tegenwoordig uit de gratie bij publiek en pers. Zie het droevige lot van soldaat Bradley Manning, van Wikileaks. Versterking is nodig, vond de spreker. Maar hoe verhoudt zich dat tot de wens om het gebruik van anonieme bronnen terug te dringen?

•Kuddegedrag. Media springen op het gesprek van de dag, inclusief de kwaliteitsmedia. Waarom? Oud-directeur Jeffrey Dvorkin van ONO stelde deze diagnose: kwaliteitsmedia zijn door de jaren van neergang onzeker geworden over hun publiek, en zoeken houvast door de aanpak van populaire media over te nemen. Opwinding regeert. Aan de andere kant: natuurlijk wil een kwaliteitskrant breed zijn en niets ‘missen’. Waar ligt de balans?

Dat lijkt me voorlopig genoeg over de valkuilen en uitdagingen voor een ombudsman ( één keer per jaar moet dat nog net kunnen). Vanaf volgende week voeg ik weer de daad bij het woord, met een blik op de eigen krant (waar ook pas in 2010 een ombudsman werd ingesteld), natuurlijk graag met uw vragen, kritiek en commentaar.

In de tourbus naar een van de conferentieplekken in Los Angeles ontmoette ik de heer A.S. Panneerselvan van The Hindu, de oudste niet-koloniale krant (1878) die India rijk is. Hij was daar jaren politiek redacteur geweest en is net begonnen als eerste ombudsman van de krant. Zo’n 2,4 miljoen lezers kunnen bij hem terecht.

Hopelijk is hij volgend jaar weer van de partij.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie. Reacties ombudsman@nrc.nl