Ik vertoon een zekere onbescheidenheid

Gerard Spong is volgende maand 40 jaar advocaat. Een gesprek over topcriminele cliënten en de ‘ontluisterende optredens’ van Bram Moszkowicz. „Dat ik de boel zo op stang kan jagen, vind ik eigenlijk best wel geweldig.”

Het boek De Breuk van strafpleiter Gerard Spong (66) gaat over de avonturen van zijn alter ego: advocaat Charles Fitzroy Spinning. In het waargebeurde verhaal – dat Spong publiceert ter gelegenheid van zijn 40-jarig jubileum als advocaat – haalt deze raadsman een juridisch kunststukje uit. Hij verdedigt een arts-farmaceut die verklaard heeft het lijk van zijn vrouw jarenlang in zijn tuin te hebben begraven en daarna te hebben verstopt onder de woning van zijn tweelingbroer. Na een veroordeling tot twaalf jaar wegens doodslag weet de strafpleiter de verdachte in hoger beroep vrij te pleiten.

Spinning raakt geïnspireerd door de inzichten van de Romeinse advocaat Marcus Fabius Quintillianus die in het jaar 95 een standaardwerk voor de retorica schreef. Spinning is een welsprekende raadsman, een „roofdier dat de capitulatie van zijn prooi kan ruiken”. Hij is een „stierenvechter” die met „cruciale vragen” een getuige „een doodsteek” toebrengt. Spinning heeft „een voorkeur voor spot en bijtend sarcasme” en ook tijdens een slepende strafzaak „groeit zijn strijdlust met de dag”.

De advocaat in het boek is wel een erg slimme bink. Overdrijft u niet?

„Ik vertoon een zekere onbescheidenheid maar ik drijf soms ook de spot met mezelf. Ik zeg ook dat ik anders dan Quintillianus wel hou van een zekere verwijfdheid. Het gemekker van Quintillianus dat een goede redenaar niet te vrouwelijk, te wuft uitgedost mag zijn, vind ik belachelijke onzin.”

Maar Spinning is toch bovenal een kolossale held?

„Ja dat kon ik in de derde persoon makkelijk schrijven. Deze rechtszaak kostte ontzettend veel denkkracht. Ik heb in deze zaak alle kennis en kunde gestopt die ik in de afgelopen jaren heb opgebouwd. En een spannend boek moet een held hebben. Als ik een beetje onbescheiden ben, zeg ik dat ik een juridische strijd waar we alles tegen ons hadden toch maar gewonnen heb. Het was mission impossible volbracht.”

Wordt u met het klimmen der jaren een betere advocaat?

„Scherper. Je ziet in een dik dossier sneller kernpunten. Ik merk ook niet dat mijn prestaties minder worden. Dat komt misschien wel door mijn spinning, de intensieve fietstraining. Ik sleep me een paar keer per week naar de sportschool terwijl ik eigenlijk liever in mijn bed lig maar ik kom er als herboren uit.”

Wat bent u de komende veertig jaar van plan?

„Ik blijf gewoon hard doorwerken. Ik wil wel meer boeken schrijven. Ik heb de smaak nu te pakken.”

Het gesprek met Spong vindt plaats in de royale woonkamer boven zijn praktijk aan de Keizersgracht. Aan de muur hangen abstracte schilderijen en een jeugdfoto van zijn nu 23-jarige zoon: proftennisser Xander Spong. De huishoudster is stilletjes bezig met afstoffen. Spong wordt tijdens het onderhoud scherp bewaakt door zijn driejarige yorkshireterriër Rex, die naast de advocaat op de rode bank zit. Het keffertje wijkt geen moment van zijn zijde.

Spong is door collega’s regelmatig gekozen tot de beste strafadvocaat van Nederland. Maar zijn afkeer van valse bescheidenheid en lust tot provoceren valt niet bij iedereen in goede aarde. Spong werd door feministes tot vrouwenhater bestempeld omdat hij een van zedenmisdrijven verdachte gynaecoloog verdedigde door te zeggen dat de man slechts de therapie van „clitorale stimulatie” had toegepast. In een andere zaak bestreed Spong in cassatie een contactverbod voor een vader met het kind dat hij bij zijn dochter had verwekt.

„Kritiek op mij in die zaken heb ik altijd onbegrijpelijke heisa gevonden. Die mening over clitorale stimulatie was de overtuiging van mijn cliënt. Hij meende dat hij door die techniek de gemeenschap tonnen aan psychiatrische kosten kon besparen. En het was volgens hem mooi meegenomen dat hij aan die stimulatie plezier beleefde. Ik vind dat je als advocaat soms ook verwerpelijke opvattingen van je cliënt op tafel moet leggen.”

U bent gisteren via internet voor rotte vis uitgemaakt omdat u met een medisch rapport schermt waaruit blijkt dat grensrechter Nieuwenhuizen vorig jaar mogelijk niet door schoppen is overleden. Raakt die kritiek u?

„Nee. Het onderontwikkelde deel der natie is helaas niet geïnteresseerd in de handhaving van de rechtsstaat. Uit onbegrip brullen ze maar wat. Ik wijk daar geen millimeter voor.”

De advocaat kreeg ook de rechterlijke macht op de kast. In 1990 werd Spong verweten dat hij zich in deze krant al te triomfantelijk had uitgelaten over een vormfout van de rechter-commissaris die als gevolg had dat zijn cliënt, een Colombiaanse drugsverdachte, vrijuit ging. Het leidde ertoe dat Spong na zeven jaar zijn bijbaan van rechter-plaatsvervanger in Haarlem kwijtraakte.

Hoe kijkt u terug op die kwestie?„Aanvankelijk vond ik het vervelend dat ik door het juridische establishment werd verguisd omdat ik de spot met ze dreef. Advocaat-generaal Roelof Jan Manschot zei dat ik me buiten de rechtsorde had geplaatst. Ik mocht me niet verkneukelen over een vormfout. Dat vond ik natuurlijk een buitengewoon benepen rechtsopvatting. Ik kreeg van de president van de rechtbank in Haarlem Harry van den Haak te horen dat het beter was dat ik een paar maanden in de luwte moest gaan zitten. Daar piekerde ik niet over en toen heb ik mijn ontslag als rechter ingediend. Ik vind het een absoluut verwerpelijke rechtsopvatting om te moeten buigen voor de publieke opinie. Maar hoewel ik het gedoe betreurde heb ik er gek genoeg ook een geheim pervers plezier aan beleefd. Dat ik de boel zo op stang kan jagen, vind ik eigenlijk best wel geweldig.”

Als advocaat stelde Spong menige rechterlijke dwaling aan de orde. Maar in Haarlem maakte hij er zelf een. Als rechter veroordeelde hij in 1987 een fietsenhandelaar ten onrechte tot twaalf jaar cel voor moord op een kledingverkoopster in de zogeheten Zaanse paskamermoordzaak.

Een flinke miskleun?

„Nee, dat zie ik niet zo. We hebben de man veroordeeld op basis van het toen voorhanden zijnde bewijsmateriaal. In hoger beroep kwam er nieuw materiaal bij en toen werd het een vrijspraak. Niet elke rechterlijke dwaling is hetzelfde. Als je iemand veroordeelt en je hebt een advocaat onvoldoende gelegenheid gegeven tot het verzamelen van ontlastend materiaal, dan vind ik dat zeer verwijtbaar. Maar je kan je als rechter vergissen. Dat is menselijk.

„Natuurlijk zaten we fout in die Zaanse moordzaak. Dat is een drama maar geen schande. Ik had zelf het liefste gezien dat wij als rechtbank onze excuses hadden aangeboden aan de ten onrechte veroordeelde man. Maar mijn mederechters voelden er niet zo veel voor.”

Spong opende in 2000 in de Amsterdamse grachtengordel een kantoor met Oscar Hammerstein. „Het leukste advocatenkantoor van Nederland”, noemde Spong de maatschap in interviews. „Het enige dat we niet samen hebben, is seks”, zei Spong over de samenwerking tegen Vrij Nederland. Na een kleine tien jaar ging het duo met ruzie uit elkaar.

Klopt het dat de samenwerking mislukte omdat Hammerstein nogal eens een termijn over het hoofd zag?

„Er waren op een gegeven moment inderdaad een x-aantal beroepsfouten. Maar we zijn met elkaar overeengekomen dat we over de redenen van de breuk geen mededelingen doen. Dat wil ik graag zo houden.”

Mag een strafadvocaat privé met zijn cliënten omgaan?

„Ik heb op dit gebied vrij puriteinse opvattingen. Civilisten hebben vaak een patserpraktijk en moeten dan naar het verjaarsfeestje van de vrouw van de beurshandelaar. Als strafadvocaat moet je de grootst mogelijke afstand betrachten ten opzichte van je cliënten. Voor je het weet raak je verzeild in onverkwikkelijke situaties. Je moet onafhankelijk zijn ten opzichte van de buitenwereld maar ook tegen je cliënt recht voor zijn raap kunnen zeggen wat je van hem en zijn zaken vindt.”

De voormalige advocaat Bram Moszkowicz raakte wel bevriend met gangsters van formaat. Is dat een van de redenen waarom het met hem mis ging?

„Ik vond dat Bram te close was met sommige cliënten. Of het daardoor misging weet ik niet.”

Willem Holleeder kon op het kantoor van Moszkowicz vergaderen en bellen. Zou dat bij u ook mogen?

„Oh nee, dat zou bij mij nooit gebeuren. Never. Ik laat een cliënt alleen op kantoor als ik erbij ben en er met mijn neus bovenop sta.”

Als u Moszkowicz in zijn tuchtzaak had bijgestaan als raadsman, zou hij dan nu nog advocaat zijn geweest?

„Dat is aanmatigend om te zeggen, maar ik zou in ieder geval een heel andere processtrategie hebben gekozen. Ik had Moszkowicz gezegd dat hij wel had moeten verschijnen voor de Raad van Discipline. Ik zou hem ook een publiciteitsverbod voor de duur van de procedure hebben opgelegd want het was strategisch niet slim dat hij voortdurend in de media verscheen. Vrijwel alle collega’s die ik sprak vonden zijn publicitaire optredens in één woord ontluisterend. Als je geschoren wordt, moet je stilzitten.

„Het is tragisch dat Bram een aantal elementaire verdedigingsfouten maakte die hij als advocaat van een cliënt zeer waarschijnlijk niet zou hebben begaan. Bij P&W sprak hij met een zeker dedain over een advocaat van de klagers. Dat is niet slim, want dan geef je aan dat je een klacht niet serieus neemt. Hij had juist moeten proberen om waar mogelijk klachten op voorhand van hun explosieve lading te ontdoen door zelfs onverplicht terug te betalen. Maar ja, de beste stuurlui staan altijd aan wal.”

Moszkowicz neemt het u kwalijk dat u op televisie kritiek op hem uitoefende. Klopt het dat hij u de sms stuurde: ‘Ook Gij, Gerard’.

„Ja, onterecht. Die kritiek raakte kant noch wal. Ik had het bij De Wereld Draait Door juist voor Bram opgenomen door Jort Kelder in te tomen en dan krijg ik zo’n sms’je. Maar nu zijn we al weer een paar sms’jes verder. We zijn weer on speaking terms.”

U was nadrukkelijk getuige van 40 jaar misdaadbestrijding. Is de samenleving veiliger geworden?

„De misdaad blijft business as usual. De samenleving is er geen centimeter beter op geworden. Men blijft ook in justitiële kring volharden in domme fouten. Als je softdrugs niet legaliseert, blijf je water naar de zee dragen. Er zijn drie typen criminaliteit de afgelopen jaren erger geworden: drugscriminaliteit, mensenhandel en fraude. De grensoverschrijdende criminaliteit is een neveneffect van de Europese Unie. Als je de grenzen opengooit, komen de criminelen van de buurman langs.”

Weet justitie eigenlijk wel wie de echte criminele kopstukken zijn?

„Nee. Ik durf te zeggen dat in de drugscriminaliteit justitie werkelijk geen flauw idee heeft wie er in de top van het drugsgebeuren zit. Hetzelfde geldt voor fraude. De leiders zijn te slim en onzichtbaar. Voor justitie is het vrijwel onmogelijk door alle ringen heen te dringen. De misdaad is ook zo verweven met maatschappelijk aanvaardbare instituties. Er is een grote mate van corruptie, onuitroeibaar.”

U kent ze wel: de echte zware jongens?

„Ik weet denk ik iets meer dan de gemiddelde justitiële functionaris. Maar iedereen die in dit vak rondloopt en een beetje zijn oren en ogen openhoudt, weet het. Een paar van die toppers zijn mijn cliënt.”

Mag u die cliënten adviseren?

„Natuurlijk mag dat. Je mag niet adviseren hoe je een fiscaal strafbare constructie opzet maar ik mag wel vertellen met welk land Nederland geen uitleveringsverdrag heeft. Ik kan ook zeggen wat in ieder geval niet legaal is.”

Kunt u niet beter een boek schrijven over deze topcriminelen?

„Dat denk ik niet. Dan lig ik overmorgen ook dood op een strand op Curaçao of waar dan ook. Kijk, in die criminaliteitsbestrijding is er een hoge mate van selectieve verontwaardiging. Het fascineert me mateloos dat we ons hier druk maken over middelmatige fraudezaakjes, maar niets doen aan de massale oplichting door Griekse politici. Zij hebben de EU voor miljarden benadeeld en er is niemand vervolgd. Dat vind ik onverteerbaar.”

U heeft zich in het verleden nadrukkelijk ingezet voor vervolging van Desi Bouterse in Suriname wegens zijn rol bij de Decembermoorden in 1982, waarbij vrienden van u het leven lieten. Wordt dat nog wat?

„Ik moet helaas zeggen dat ik het steeds somberder inzie. Er komt in Suriname nu een Constitutioneel Hof dat uit ja-knikkers zal bestaan en die zullen met een verbijsterende draai instemmen met de Amnestiewet. De Krijgsraad sterft dan een zachte dood. Ik vrees dat Bouterse tot zijn laatste levensadem president van Suriname blijft. Daarna laat hij zich opvolgen door zijn zoon Dino. Dat is een mistroostig toekomstbeeld. Wellicht dat een klacht bij het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens nog wonderen kan doen.”

Op dinsdag 28 mei tussen 17.00 en 18.00 uur gaat Gerard Spong in het NRC Restaurant Café, Rokin 65 in Amsterdam, in gesprek met NRC-redacteur Marcel Haenen over zijn40-jarig jubileum. Entree 5 euro.