'Ik vecht voor het héle Tropeninstituut'

Bij het Tropeninstituut verliest een op de drie medewerkers zijn baan. Na het theater sluit ook de bibliotheek. Toch houdt directeur Derk Vermeer vertrouwen.

Directeur Derk Vermeer van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) wil iets rechtzetten. Er is een beeld ontstaan dat hij het Tropenmuseum „als een baksteen laat vallen”. Bij het museum verdwijnen 23 van de 52 banen. „Bij andere afdelingen vallen óók ontslagen”, zegt Vermeer. „De bibliotheek bijvoorbeeld gaat helemaal dicht ondanks de belangrijke collectie.”

Maar bij delen van het KIT die op termijn rendabel zullen zijn, zoals afdelingen die onderzoek doen en advies geven, vallen geen ontslagen. „Dat is een bewuste keuze”, zegt Vermeer. „Dat zijn afdelingen waarmee het KIT geld verdient, die kunnen zichzelf gaan bedruipen. Het zou onjuist zijn daar banen te schrappen. Dat wil niet zeggen dat er niets hoeft te veranderen. Men moet op een zakelijker manier gaan werken, met de blik naar buiten.”

Vermeer hield zich tot nu toe op de achtergrond. Hij gaf geen interviews, omdat hij gesprekken voerde met het ministerie van Buitenlandse Zaken over de toekomst van het KIT. Een precair proces, dat hij niet wilde verstoren. „Het duurt echter te lang, ook voor de medewerkers”, zegt hij. Daarom wil hij de reorganisatie van het KIT nu toch toelichten.

„Het Tropeninstituut is méér dan alleen het Tropenmuseum”, zegt hij met nadruk. In zijn werkkamer staat een maquette van het kolossale gebouw aan de Mauritskade. Zo kan hij bezoekers laten zien dat het instituut ook een grote bibliotheek heeft, een congrescentrum en afdelingen waar onderzoek wordt gedaan naar onder meer duurzame ontwikkeling, landbouw en gezondheidszorg. „Ik vecht voor het héle instituut”, zegt hij.

Het KIT bevindt zich sinds oktober 2011 in zwaar weer. Buitenlandse Zaken besloot toen de subsidie van 20 miljoen euro per jaar – de helft van de begroting van het KIT – te schrappen, vanaf 2013. Het ministerie wilde geen ontwikkelingsgeld meer geven aan instellingen, en zeker niet aan een museum. In november 2012 werd toch overeenstemming bereikt over een tijdelijke verzachting. Het KIT krijgt dit jaar nog eenmaal 15,3 miljoen euro. Maar daarna zou het echt over en uit zijn.

Vermeer is ervan overtuigd dat het KIT rendabel kan worden, maar daarvoor is volgens hem een overgangsperiode nodig. Voor 2014 en 2015 heeft hij 9,5 miljoen euro per jaar gevraagd en een bijdrage in de kosten die gepaard gaan met de reorganisatie, zoals ontslagvergoedingen. Dat is inclusief 5,5 miljoen euro voor het Tropenmuseum, dat tot 2013 nog een kleine 10 miljoen euro kreeg. Daarna kan het KIT zonder structurele financiering, uitgezonderd het museum. Vermeer, afkomstig van Shell, zoekt in zijn netwerk nog naar bedrijven die sponsor willen worden.

Omdat er uit Den Haag nog geen duidelijkheid is, hakt hij nu toch knopen door over de reorganisatie. „De 15,3 miljoen die we nu krijgen, krijgen we sowieso niet meer. Dus we moeten hoe dan ook inkrimpen.” In april werd al bekend dat 90 van de 260 arbeidsplaatsen verdwijnen. De bibliotheek (31 banen) wordt gesloten. Voor de collectie wordt gezocht naar een nieuw onderkomen. Verscheidene bibliotheken hebben interesse getoond. Bij het museum verdwijnen 23 van de 52 arbeidsplaatssen. Ook bij het ondersteunend KIT-personeel moeten mensen weg.

Het museum gaat minder doen aan onderzoek. „We houden wel personeel voor het beheer van de collectie en voor het maken van tentoonstellingen. Ook met ons educatieve programma en het Tropenmuseum junior gaan we door.” Maar het museum zal zich meer specialiseren. „We kiezen met een nadruk op Zuidoost-Azië, hedendaagse kunst en fotografie, de islam en maatschappelijk relevante thema’s.”

Er ligt een plan op hoofdlijnen klaar om het museum te laten fuseren met Rijksmuseum Volkenkunde in Leiden en het Afrikamuseum in Berg en Dal. Die fusie is een wens van de musea zelf en past ook in het streven van de rijksoverheid naar meer samenwerking tussen musea. Het plan voor één ‘museum voor wereldculturen’ gaat uit van een samenvoeging van de collecties, maar de drie tentoonstellingslocaties blijven bestaan. Wel krijgt elke vestiging een onderscheidend profiel. Zo wil Amsterdam zich richten op jeugd en gezinnen, terwijl Leiden extra aandacht zal besteden aan oudere bezoekers.

Vermeer heeft „heel goede hoop” dat er een oplossing voor het KIT komt. „Kijk om je heen in dit prachtige gebouw: het KIT is internationaal vermaard om zijn onderzoek en het Tropenmuseum trekt jaarlijks 180.000 bezoekers met zijn belangrijke collectie. Het Rijk heeft daar een zorgplicht voor.” Het woord ‘faillissement’ wil hij niet horen. „Zie je het voor je, dat er een curator komt die de collectie gaat veilen? Dat mag en gaat niet gebeuren.”