Hollandse schelpjes

Je kunt niet zeggen dat Nederlanders geen schelpdieren eten, daarvoor gaan er veel te veel mosselen over de toonbank. Maar met de overige schelpen hebben we niet zo veel op. De Nederlandse consumptie van oesters is marginaal, het gros van de platte Zeeuwse is voor de export. Dat gold totvoorkort ook voor kokkels, toen er nog een enorme kokkelzuiger in de Waddenzee opereerde, waarvan de vangst integraal naar zuidelijke landen verdween.
Kokkels kom je op weinig restaurantkaarten tegen en de doorsnee visboer heeft ze niet eens in voorraad. Sterker nog: laatst ging ik een zakje bij de horecagroothandel halen en ook die kwamen van ver over de grens.

In zijn restaurant De Vluchthaven in Bruinisse heeft patron cuisinier D.P.Arkenbout een ‘bestseller’ van lokale schelpdieren op de kaart, waarvan de samenstelling per seizoen wisselt. Momenteel zijn er scheermessen, tapijtschelpen en kokkels, die in een snelle bereiding tot een heerlijk gerecht leiden zoals in bijgaande video te zien is.Van een recept kun je nauwelijks spreken, of het zou de gebruikte chermoula moeten zijn. Voor het overige zijn vooral oplettendheid en snelheid geboden.


Voor chermoula is dit een recept, met de ingrediënten kan naar smaak gevarieerd worden:
1 bosje koriander, minus de lange stengels
4 tenen knoflook
2 eetlepels fijngehakte paprika
1 eetlepel komijn
1 theelepel zout
1/2 theelepel cayenne peper
wat draadjes saffraan
wat ingemaakte citroen
3 eetlepels olijfolie

Stamp alles in de vijzel tot er geen grove stukken meer zichtbaar zijn. Chermoula is ook geschikt voor mosselen.