Het nieuwe werken is al achterhaald

Café Voltage is een koffiehuis middenin de wijk Kendall Square, in Cambridge. Een kwartiertje flink doorfietsen vanaf ons huis in Boston. Om de hoek is de campus van het MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Maar vanaf het café kun je ook wandelend naar de kantoren van allerlei grote life science- en technologieondernemingen (Google, Novartis, Amazon, Microsoft, AMGen) én naar heel veel hippe start-ups in dezelfde sectoren. Alleen al in het Cambridge Innovation Center, een bedrijvenverzamelgebouw met goedkope kantoorruimte, zitten er 450.

Vandaag heb ik hier een afspraak met Annet Jantien Smit. Zij is een Nederlandse bouwkundige die aan het MIT onderzoek heeft gedaan naar de invloed van omgevingsfactoren op de prestaties van bedrijven. Smit wilde weten wat appontwikkelaars, misschien wel de hipste beroepsgroep ter wereld, nodig hebben om optimaal te functioneren.

Interessante vraag. Het ontwikkelen van apps zou je – technisch gesproken – overal kunnen doen. Op het strand, vanaf een boerderij in Friesland. Waarom zou je allemaal bij elkaar gaan zitten op één vierkante kilometer in Cambridge? Dat komt volgens Smit omdat juist jonge, creatieve hightech professionals behoefte hebben aan een ‘ecosysteem’ waar ze elkaar voortdurend fysiek kunnen ontmoeten. De ‘paradox van de plek’, heet dat.

Goed. Even wat meer in detail. Wat hebben hightech professionals en ondernemers nodig? Allereerst: andere mensen. De personen die Smit ondervroeg, stellen allemaal dat de mensen met wie je dagelijks samenwerkt, de belangrijkste factor zijn. Appontwikkelaars werken voortdurend aan de volgende innovatie en dat doen ze samen. In teams, in duo’s, in korte stand-up meetings, in snelle brainstormsessies rond een whiteboard. Er is veel, heel veel live contact met collega’s. Binnen en buiten kantooruren.

Thuiswerken is er niet bij. Letterlijke quote van één van de ondernemers: „We willen dat iedereen op kantoor werkt. Als je in dezelfde ruimte werkt, stel je makkelijker vragen. We willen echt dat iedereen elkaar helpt.”

Freelancers die op afstand werken, zijn al helemaal niet populair: „Outsourcen is een nachtmerrie. Je moet alles heel precies specificeren, anders leidt het tot grote frustraties.”

Daarnaast hebben hightech professionals behoefte aan een inspirerende stedelijke omgeving. Eén van de deelnemers aan het onderzoek zei het mooi: „Grote steden geven je energie. Koeien en boerderijen zorgen nu eenmaal niet voor dat gevoel van urgentie.”

De gemiddelde leeftijd van de medewerkers in de appindustrie rond het MIT is 28. Ze willen met de metro naar het werk kunnen, vervolgens op loopafstand snel en hip lunchen, meet-ups en lezingen bezoeken en na tien uur ’s avonds nog een pizza bestellen.

Dat is precies wat Kendall Square biedt. Er zijn incubators, innovatiecentra, universiteiten. Maar ook elke dag lezingen en netwerkborrels, bijvoorbeeld in Microsofts New England Research & Development (N.E.R.D.) Center, dat zich heeft ontwikkeld tot een soort clubhuis voor ‘techies’. En in Café Voltage natuurlijk.

Grappig. Op veel plaatsen in de wereld is men druk met thuiswerken, virtuele teams en het ontwikkelen van het optimale flexkantoor. Maar juist de mensen die in hightech werken, willen graag elke dag heel erg dicht bij elkaar zitten. Het geloof in ‘het nieuwe werken’ is onder deze groep alweer achterhaald, volgens Smit. De functie van het moderne kantoor is juist het bij elkaar brengen van mensen. Het kantoor moet een coole plek zijn om te vertoeven. Zodat mensen zich er goed voelen, doorlopend collega’s ontmoeten en ouderwets productief zijn.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.