Het nieuwe geloof: zo veel mogelijk belasting betalen

Ja, vroeger, toen was de multinational nog een bedrijf dat je ongegeneerd kon haten – Shell bijvoorbeeld. Hoe heerlijk om je af te zetten tegen die oliepompers, voor wie foute regimes omkopen even normaal is als copieus lunchen met klanten voor de rest van het bedrijfsleven. Milieuvervuiling, uitgebuite mensen in de derde wereld, apartheid, stervende zeehondjes – waar je ook keek, overal had Shell wel een foute vinger in de pap. De Joanna’s van deze wereld (u weet wel, de bij de inhuldiging gearresteerde Republikein) hebben het er nog steeds druk mee.

Nu heet de foute multinational Apple. Dan is haten plots een stuk lastiger. De maker van strak witte technowondertjes bezorgt immers de halve wereldbevolking een wee gevoel van verlangen in de buik. Apple werd deze week in het Amerikaanse congres gegrild voor zijn vermeend asociale belastingpraktijken. De technoreus besteedt zijn creativiteit namelijk niet alleen aan het uitvinden van hebbedingen, maar ook aan het schuiven met winsten over de wereld om zo weinig mogelijk belasting te betalen. Tussen de verwijten door, klonken bedankjes voor de prachtige spullen die Apple maakt.

Zo veel mogelijk belasting betalen wordt in snel tempo het nieuwe politiek correcte geloofsartikel in de corporate wereld. Wat eerst slim omgaan met het geld van je aandeelhouders heette, is nu asociaal gedrag. Het ongemak over de lage belastingdruk op multinationals groeit, nu vrijwel overal overheden de belastingdruk verhogen op al die andere groepen in de samenleving. Laat dat milieu, die duurzaamheid en die vrouwen in de top maar even zitten, vertel ons hoeveel belasting je afdraagt. Weten we al hoeveel belasting Paul Polman zijn Unilever laat betalen? Polman is de CEO met een feilloos gevoel voor mediageniek politiek correct zijn. Als hij slim is, geeft hij er in de sneeuw van Davos volgend jaar een inspirerende speech over aan zijn mede-CEO’s. „Mannen, vraag niet wat een land voor jouw multinational kan doen, vraag hoeveel belasting jíj jouw multinational kan laten afdragen!”

Natuurlijk is het nogal cru dat een bedrijf als Apple een fractie van de belastingdruk ervaart van een klein bedrijf (volgens denktank Oeso is het verschil soms 5 procent versus 30 procent). Al die mensen die werk vinden in het bedenken van fiscaal voordelige routes – het lijkt me pure verspilling van talent en arbeidskracht. Premier Rutte was deze week bijzonder verguld dat Oostenrijk en Luxemburg hun unique selling point, het bankgeheim, moeten opgeven. Maar die boemerang krijgt Rutte dubbel terug. Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk willen onze eigen USP de nek omdraaien: wegens onze meedenkende Belastingdienst, allerhande belastingverdragen én prettige aftrekposten voor innovatie is het fijn fiscaal toeven in de lage landen. En ook in Nederland klinkt in de Tweede Kamer de roep steeds luider om te stoppen met onze eigen bijdrage aan de race naar de bodem waar het gaat om afdrachten van grote bedrijven.

Best begrijpelijk allemaal, maar laten we één ding niet vergeten. Er ís een wedstrijd tussen landen om bedrijvigheid en dat is niet slecht, dat is goed. Want als Frankrijk en Duitsland in Europa mogen dicteren hoeveel belasting wordt geheven op bedrijven, dan kunnen we er zeker van zijn dat ons soort bedrijfsleven (meer dienstverleners dan industrie) verliest en hun soort bedrijfsleven (meer industrie) profiteert. Elk land dat nu hard roept dat Nederland het spel vervuilt, moet eerst eens in de spiegel kijken. Het Verenigd Koninkrijk heeft zijn eigen fiscale piraterij en aast gewoon op onze belastingklanten. Duitsland heeft zo zijn eigen manieren om bedrijven te bevoordelen, bijvoorbeeld door grootverbruikers van elektriciteit geen belasting daarover te laten betalen. En Frankrijk, tja, wat doet Frankrijk eigenlijk níét om het eigen bedrijfsleven te bevoordelen?

We moeten elkaar niet gek maken; een wedstrijd naar het minst belasting betalen is destructief. Maar we moeten ons ook niet in het gareel laten duwen door Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland – want dan weten we één ding zeker: dan zijn die landen én groter én aantrekkelijker. Dan zijn we echt muurbloempjes geworden.

Dus ga vooral door met het morele appèl. Maak je maar goed kwaad. Maar verwijt politici als Frans Weekers niet dat ze niet voorop lopen. Dit is een schaakspel waar elke zet telt.

Marike Stellinga schrijft op deze plek elke zaterdag over politiek en economie.