Eurolanden: Dijsselbloem is niet neutraal genoeg

In meerdere eurolanden groeit de overtuiging dat de eurozone beter functioneert met een permanente, fulltime voorzitter. Zij vinden dat de huidige voorzitter, minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem, het Nederlandse belang niet genoeg opzij schuift als hij namens de zeventien eurolanden spreekt.

Dit blijkt uit gesprekken met veelal anonieme nationale en Europese ambtenaren die nauw betrokken zijn bij het functioneren van de eurogroep. In diverse hoofdsteden, waarvan sommige nog altijd gefrustreerd zijn over de manier waarop Dijsselbloem in januari door Duitsland in deze baan is gepusht, groeit de kritiek op zijn functioneren. Zelfs bondskanselier Merkel en minister Schauble zouden langzamerhand het nut inzien van een permanente voorzitter.

Velen vinden dat Dijsselbloem vergaderingen efficiënter leidt dan zijn Luxemburgse voorganger Jean-Claude Juncker. Ze vinden hem ook sympathieker dan zijn voorganger Jan Kees de Jager. Maar velen storen zich aan het feit dat ambtenaren van het ministerie van Financiën in Den Haag de bestaande Europese coördinatie – die in Brussel wordt gedaan – naar zich toetrekken. Dat Dijsselbloem Nederlandse accenten legt in toespraken die hij doet namens de zeventien, bevalt hun evenmin.

Alles wordt „met een Nederlands sausje overgoten”, zegt een ambtenaar uit een euroland. Als voorbeeld noemt hij Dijsselbloems voortdurende pleidooien voor ‘bail-in’ van banken en rekeninghouders, waar niet elk land achterstaat.

Het ministerie van Financiën wil niet officieel reageren. In Den Haag vindt men dat Dijsselbloem enigszins voor de troepen uit moet lopen, omdat Europa deze discussie hard nodig heeft. En pleitte Juncker niet voor eurobonds, waar Nederland niets van moest hebben?

Velen realiseren zich dat het weinig oplost om een andere minister als eurogroepvoorzitter te benoemen – integendeel. Een Fransman, Fin of Ier: elke minister brengt een trotse ambtenarij en inhoudelijke stokpaardjes mee. „Een parttimer met twee petten op werkt niet,” zegt Peter Ludlow, historicus van de Europese Raad. Daarom, zegt hij, wint het idee van een permanente voorzitter „de laatste weken in de meest onverwachte hoeken sympathie”.