Eén foutje en je ligt - in het ziekenhuis

Het olympisch zeilen wil races met meer spektakel. Maar snellere boten op kleinere banen brengen wel risico’s met zich mee.

medemblik spa regatta 49 fx zeilen team bekkering blom foto rien zilvold

Annemieke Bes brak haar kaak. Dominique van Asselt scheurde een knieband. Nina Keijzer brak bijna haar rug. Annemiek Bekkering belandde in het ziekenhuis met een diepe kuitwond.

En toch is de nieuwe 49er FX „een cool bootje”, bezweert Van Asselt (17) langs de oever van het IJsselmeer, waar deze week de Delta Lloyd Regatta wordt gevaren. Haar knie is ingepakt. Twee maanden geleden verdraaide ze het gewricht tijdens een training bij Mallorca. Ongelukkig overstag gegaan. Maar toch: „De snelheid, de actie, het spektakel: veel leuker dan de traditionele boten.”

De zeilwereld wil met de tijd mee. Uitdagingen zoeken, jongeren prikkelen. Nieuwe kijkers en sponsors interesseren met extremere sport. Want het olympisch zeilen worstelt met een imagoprobleem: lange, onzichtbare races tussen traditionele bootjes die nauwelijks te volgen zijn voor het publiek. Al jaren bestaat de angst dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) een keer het geduld verliest en meedogenloos het mes zet in de sport.

Na ‘Londen’ introduceerde de internationale zeilfederatie (ISAF) daarom twee nieuwe, spectaculaire klassen: de Nacra 17, een catamaran, en de 49er FX, een snelle vrouwenskiff. Kitesurfen viel op het allerlaatste moment af voor Rio (2016), maar het pad is alvast geëffend voor 2020.

„Ik vind het een goede ontwikkeling”, zegt Jacco Koops, die Lobke Berkhout naar vijf wereldtitels en twee olympische medailles leidde in de bijna antieke 470. Die klasse is vermoedelijk de eerste die sneuvelt op de Spelen, weet Koops. „We gaan naar snellere boten, kortere races op kleinere banen, goed zichtbaar voor het publiek, bijvoorbeeld in een haven. Ik ben daar voorstander van.”

Maar zonder risico is het niet, weet Koops, die betrokken was bij de selectie van de zeilers voor de nieuwe klassen. Alle vijf Nederlandse zeilsters die onder de vlag van het Watersportverbond in de 49er FX uitkomen belandden de afgelopen maanden een keer in het ziekenhuis. „In het begin sla je heel vaak om”, zegt Van Asselt. „Maar je pikt het snel op. Uiteindelijk is het gewoon zeilen.”

Volgens Koops is de blessuregolf een gevolg van onervarenheid. „Wij zijn geen skiffland, wij waren gericht op andere boten. De 49er FX is een prachtige boot, maar zeer instabiel. Eén foutje en je ligt. Maar ik vind de risico’s niet te groot.”

Voor Renée Groeneveld ging er een wereld open toen zij vorig jaar voor het eerst op de nieuwe catamaran plaatsnam, als partner van de ervaren cat-zeiler Karel Begemann. De overstap vanuit de Elliott, een kielboot waarmee Groeneveld in Londen zeilde, naar de Nacra 17 was enorm. „Alsof je van een Polo in een Ferrari stapt”, lacht ze. „Veel extremer.”

De catamarans zijn met topsnelheden van 25 knopen (tegen de 50 kilometer per uur) de snelste olympische boten. Groeneveld: „Ik vond de eerste maanden het engst. Je weet niet wat je kunt verwachten. Ik zat wel eens gillend in de boot. Je kunt voor- en achterover omslaan. Uiteindelijk wen je aan de snelheid, maar je houdt er rekening mee dat je er een keer een maand uitligt.”

Toch vindt Groeneveld het niet onverantwoord. „Als een nieuwe klasse olympisch wordt gaat er in het begin heel veel kapot, ook aan de zeilers. Maar na een tijdje heeft iedereen de boot onder controle. Dan worden de ongelukken incidenteel.”

De tendens naar meer spektakel is volgens haar onvermijdelijk, maar ze waarschuwt voor een overkill. „Het moet allemaal commerciëler, het is meer gericht op kijkcijfers. Ik ben voor een mix tussen traditionele en snelle boten. Het moet niet alleen maar sneller, groter en hoger. In het kitesurfen maken ze op een gegeven moment sprongen van dertig, veertig meter. Je moet geen Spelen krijgen met drie doden.”

Wat dat betreft staat de zeilsport op een kruispunt. In de America’s Cup, waar de laatste jaren honderden miljoenen dollars zijn besteed aan de ontwikkeling van een ultrasnelle catamaran (AC72), is discussie ontstaan over de veiligheid na de dood van de Brit Andrew Simpson, olympisch kampioen in 2008. Die raakte deze maand tijdens een training bij San Francisco bekneld nadat de boot was gekapseisd en Simpson verdronk.

„Als je de boot meer pusht, groeit de kans dat iemand ergens tegenaan klettert”, zegt Maurice Paardenkooper, coach van de Britse catamaranzeilers. „Wij trainen met helmen en speciale impact suits. Als je wilt leren harder te varen, moet je je beter beschermen.” Hij wijst vooral op de voordelen. „Met dit soort boten is het nooit saai. Als coach hoef je niemand aan te sporen. Iedereen wil op zo’n Nacra zeilen. Het is meer van deze tijd. Alles gaat sneller en flitsender.”