Charming ex doet lastig

Cary Grant wil zijn ex-vrouw Katherine Hepburn niet loslaten.

The Philadelphia Story (George Cukor, 1941) Eén, 14.05 – 15.55 uur

In The Philadelphia Story, naar een toneelstuk van Philip Barry, staat de verwende rijkeluisdochter Tracy Lord (Katharine Hepburn) op het punt te hertrouwen met de oerdegelijke, maar saaie George. Haar ex-man, de charmante Cary Grant, wil daar koste wat kost een stokje voor steken.

De zaken worden nog gecompliceerder als een journalist en zijn fotografe een reportage over het huwelijk komen maken. Deze Macauly (James Stewart) wordt lekker dronken met Tracy en beiden weten de volgende ochtend niet meer precies wat er is gebeurd. Met allerlei komische gevolgen, dat spreekt.

De rollen zijn piekfijn bezet, het script sprankelt en het wemelt van de schitterende scènes, zoals het dronken gelag van Stewart en Hepburn en de klassiek geworden opening van de film. Hierin verlaat Grant met twee tassen het huis van Hepburn. Zij volgt hem met zijn golftas en breekt een golfclub over haar knie. Grant duwt haar hardhandig het huis binnen, waarbij ze struikelt en valt. Reden genoeg voor een flitsscheiding. Maar oude liefde roest niet. In de rest van de film leert hautaine Hepburn menig lesje. Van mannen natuurlijk: Hollywood anno 1941 was niet zo vooruitstrevend.

The Philadelphia Story is een van de beste voorbeelden van wat filosoof en criticus Stanley Cavell in Pursuits of Happiness (1981), zijn invloedrijke boek over de screwball comedy, doopte als het subgenre ‘comedy of remarriage’. In 1956 werd de film bewerkt tot de musical High Society, met liedjes van Cole Porter. Ook die kende een sterbezetting, met Frank Sinatra, Bing Crosby en Grace Kelly