Beauty & Essex New York City

Er wordt wel beweerd dat de mooiste muziek in een restaurant het geluid is van het getik van bestek, het gerinkel van glazen, geroezemoes van de eters, en de lach die daar af en toe uit weet te ontsnappen. Het is de soundtrack van tevreden gasten. En die kent sinds de opening twee jaar geleden van Beauty & Essex in Lower East Side, een wijk die zich langzaam van zijn rafelrandjes ontdoet,  een permanente nummer 1 notering.

Ook de exploitant zal tevreden zijn. Achter een pandjesbaasfaçade  – de entree is via een pawnshop met bling bling en gitaren - bevonden zich twee verdiepingen die tijdens deze zondagse brunch ruim vierhonderd gasten herbergden. En buiten op Essex Street stond men te dringen om ook binnen te mogen in wat ooit een enorme meubelwinkel was.

Verrassenderwijs lukte het mij al eerder om een tafel te bemachtigen terwijl ik die pas twee weken van te voren had geboekt, een prestatie waar onze in en in ingeburgerde New Yorkse vrienden diep respect voor toonden.

De clientèle van Beauty & Essex bleek gemêleerd. Ik bespeurde tenminste vijf verschillende edities van Sex and The City Junior: vriendinnenclubjes van twintigers, dressed for the occassion, nauwelijks oog hebbend voor de gerechten maar wel voor hun mobiel.

Er waren opa’s en oma’s die hier door hun teenager kleinkinderen naar toe waren gelokt, en genoten. Gay couples, drie maal hengstenbal, tafels met bevriende echtparen, en mensen zoals u en ik.

Beauty & Essex leefde, bewoog, swingde en ademde. Het is een vorm van ontspannen gastronomie die zich ook in Nederland begint te manifesteren. Ongecompliceerd, op hoog niveau, een aanbod van veel kleine gerechten, waarmee eventueel zelf een volledige maaltijd samengesteld kon worden.

Het is bij wijze van spreken de formule waar Ron Blaauw recentelijk voor heeft gekozen door zijn deftige met twee Michelin-sterren gelauwerde restaurant ‘om te bouwen’ tot Ron Gastrobar.

Begin april heb ik daar hier uitgebreid verslag over gedaan.

Een ober die Adonis was genaamd – volgens mevrouw Hamersma die tegenover mij zat was dat inderdaad het geval - legde de spelregels uit.

‘We serveren kleine gerechten, Denk aan grote tapas, aan vijf verschillende hebben jullie meer dan genoeg, ideaal voor shared dining, de kreeft in tempura gewikkeld in een wrap is to die for, en als jullie nog wat willen bijbestellen kan dat natuurlijk altijd. En wie mag ik de wijnkaart geven?’

Vooruit dan maar weer.

Het uitgebreide wijnaanbod voorzag onder meer een kleine dertig mousserende wijnen, voornamelijk Champagnes. Verder bleek er sprake van de onontkoombare Amerikaanse inbreng. Maar ook de ‘oude wereld’ was nadrukkelijk aanwezig: volop Frankrijk, Italië, Spanje en Duitsland.

En ook Oostenrijk begint zich steeds meer thuis te voelen in The Big Apple. De gestage opmars van vooral Oostenrijks wit was mij tijdens mijn eerdere bezoeken al opgevallen.

New York is al een aantal jaren in de ban van de Groovy, zoals Grüner Veltliner er wordt genoemd. Bij Beauty & Essex kwam ik echter ook nog een andere goede bekende tegen: de pico bello pinot blanc 2010 van Prieler, een domein in Burgenland waar ik begin april nog was.

‘You actually know this guy?’, reageerde de ober verbaasd toen ik ‘m bij het uitschenken van de fles een foto op mijn mobiel liet zien van de jonge wijnmaker.

Ik kon niet anders dan dat bevestigen.

Mijn antwoord dreigde echter verloren te gaan door iets waar de zondagse brunch nog meer in voorzag.

Op de website had ik over de mededeling heen gelezen hebben dat DJ Danny Estrella om 1:00 PM de volumeschuiven vol openzet.

De soundtrack van tevreden gasten had tijdelijk concurrentie te duchten.

    • Harold Hamersma