Vertrouw op je verstand

‘Volgens mij begint de angst voor de dood altijd met de angst voor de dood van een ander en nooit met de angst voor de dood van jouzelf’, zegt filosoof René Gude (1957). ‘Je eigen dood is eigenlijk geen emotie, maar een idee. Het is veel te abstract.’ Daarom leef je alsof je onsterfelijk bent, totdat je radicaal met je eigen eindigheid wordt geconfronteerd.

Het overkwam Gude vijf jaar geleden, toen hij te horen kreeg dat hij botkanker heeft. Na een chemokuur leek hij aan de beterende hand, maar de kanker keerde terug en een van zijn benen moest geamputeerd worden. Gudes toekomst is onzeker. Onlangs heeft hij afscheid genomen als directeur van de ISVW, de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Tot 2001 was hij hoofdredacteur van Filosofie Magazine. Hij werd onlangs uitgeroepen tot de nieuwe Denker des Vaderlands.

Het is dus niet vreemd dat het vaak over eindigheid gaat in Stand-up filosoof – een titel met een ironische lading. In dit boek spreekt Volkskrant-journaliste Wilma de Rek met René Gude over filosofische kwesties, zoals de rol van het verstand, het belang van optimisme en waarom we niet leren van fouten. Wilma de Rek is erin geslaagd om Gudes bevlogen manier van praten weer te geven; het is soms alsof je een van zijn stand-up optredens bijwoont, waarbij hij razendsnel reageert op filosofische vragen.

Ook in het boek heeft Gude overal een antwoord op, maar hij stelt zich niet op als een filosofisch orakel; hij is een boeiende verteller die op lichte, soms humoristische toon zijn gesprekspartner probeert te verleiden om de zaken anders te bekijken. Als het gaat over de veranderlijkheid van de wereld zegt hij: ‘Toch is er wel iets constants in al die veranderlijkheid. Kijk maar naar jezelf, je ziet jezelf van jongsaf veranderen, maar er blijft ook iets herkenbaars. Bij mij is er inmiddels een been af en een buikje bij, maar als ik naar een reünie van de middelbare school ga, zeggen mensen: ,,Zo, René, jij bent ook niks veranderd!’’.’

Wat kun je doen als je eigen dood een concreet vooruitzicht wordt? Volgens Gude moet je dan vertrouwen op je verstand, dat de emoties en angsten die je op zo’n moment voelt in toom kan houden. Met je verstand onderzoek je de beelden en ideeën die je hebt over je leven. Vaak kloppen die niet, bijvoorbeeld als je denkt dat je leven mislukt is omdat je nooit dat ene boek hebt kunnen schrijven. ‘Als je terugkijkt op je leven en beoordeelt of het zin heeft gehad’, zegt hij, ‘moet je een beetje aardig zijn over wat was en niet overspannen doen over wat nog zou moeten.’ Zelf kijkt hij ‘met een zekere mildheid’ terug op ‘wat ik heb uitgespookt’.

Gebruik je verstand – dat is in essentie de boodschap van Gude. Zoals hij zelf zegt: ‘Het is de moeite waard om aan het verstand te blijven klussen. De rede is een spier die getraind kan worden.’ Alleen het verstand kan de wil, die op het oneindige gericht is, verzoenen met de eindigheid van het leven. Gude noemt het ‘humeurmanagement’, ‘dat je de oneindige wil precies laat aansluiten bij die eindige projecten die in jouw bereik liggen’. Daar kun je jezelf in oefenen: ‘Je kunt de architect worden van je passies door je zintuiglijke en verstandelijke voorstellingen steeds helderder te maken.’ Binnen de beperkingen die het verstand aangeeft, kan de wil vrijelijk vloeien. Gude: ‘Het is een enorme glorie om je eigen beperkingen te kennen, want dan kun je binnen die beperkingen optimaal gedrag ontwikkelen en heel ver komen.’

Zo ontwerpt Gude, in navolging van zijn filosofische helden Descartes en Kant, een leidraad voor het gebruik van het verstand.

Aan het eind van het boek hebben we René Gude leren kennen als een man die de juiste balans heeft gevonden, dankzij de filosofie. Hij zegt dat hij ‘lui’ en ‘traag’ kan zijn en hij bekent dat hij een ‘depressievige kant’ heeft, maar die ondeugden heeft hij onder controle gekregen met behulp van zijn verstand. Uiteindelijk blijkt hij zelfs een optimist. Dat is niet iemand die denkt dat het allemaal vanzelf wel goed komt, legt Gude uit. ‘Een optimist is eigenlijk een ‘optimeerder’, iemand die vindt dat we alle zeilen bij moeten zetten om te verbeteren waar er te verbeteren valt.’ Dit soort optimisme is geen aangeboren karaktertrek, maar een houding die je jezelf aanleert.

Hij noemt het huwelijk een prachtig voorbeeld van optimisme: ‘Op het moment van het ja-woord kun je niet meer doen dan de intentie uitspreken om er iets van te maken.’ Wat je belooft, moet door jouzelf gerealiseerd worden. ‘Uiteindelijk is optimisme dus humeurmanagement. Het is de attitude die je aanneemt, juist als je geen rationeel idee voorhanden hebt en niet precies weet hoe de toekomst eruit zal zien.’ De optimist omarmt een illusie, geeft Gude toe, maar die illusie heeft hij nodig om ’s ochtends zijn bed uit te komen. Soms kan het kritisch verstand beter zwijgen.

Deze week verscheen ook ‘Kleine geschiedenis van de filosofie’, geschreven door René Gude en Daan Roovers, met vijf uur college op cd. Veen Media, 144 blz. € 19,95