Sjembek en Sosa maak je niks wijs

In de ‘shariadriehoek’ van de Haagse Schilderswijk zouden orthodoxe moslims de dienst uitmaken. Dat is erg onwaarschijnlijk, betoogt Jan Dirk de Jong.

In 1841 bouwt de ‘Maatschappij van het Nut’ in Den Haag het ‘Rode Dorp’ om asociale Hollanders te vestigen en te heropvoeden. Inmiddels heet deze buurt de Schilderswijk en herbergt begin 2013 bijna 32.500 inwoners. Van deze Hagenezen weet 9 procent nog wat de oorspronkelijke volksklasse bedoelt met ‘het geld van Ome Jan’ (criminele verdiensten). Meer dan 91 procent van de relatief nieuwe bewoners is nu namelijk allochtoon. De verkleurde volkswijk kent veel Turken en Marokkanen met doorgaans een islamitische achtergrond (variërend van gematigd tot meer orthodox). Daarnaast bestaat de bevolking uit Surinaamse, Antilliaanse en overige niet-westerse ‘Hagenezen’. Die hebben vaak weer een ander geloof of soms helemaal geen.

Een verslag over de ontwikkeling van een orthodox-islamitische enclave in ‘De Vergeten Driehoek’ van de Schilderswijk schetst een zorgwekkend beeld (Trouw, 18 mei 2013). In dit kleine deel van de buurt wonen zo’n 5.000 inwoners en staan drie ‘salafistische’ moskeeën. Een meerderheid van orthodoxe moslims zou gematigde moslims en andersgelovigen op straat aanspreken op ongepaste kleding, roken en alcoholgebruik. Deze berichtgeving is vervolgens gereduceerd tot een ‘shariadriehoek’ in de Schilderswijk (De Telegraaf, 18 mei 2013). De PVV pleitte direct voor ‘ontislamiseringsbeleid’: immigratiestop uit moslimlanden, bouwstop voor moskeeën en uitzetten van Marokkaanse misdadigers.

Zelf heb ik zojuist een paar maanden onderzoek mogen doen naar sociale problemen waar de Schilderswijk mee kampt: relatieve armoede, achterstand door migratie, probleemgezinnen, middelengebruik, overlast, criminaliteit en onveiligheidsgevoelens. Naast diverse professionals van zorg- en hulpinstellingen, gemeente en politie, heb ik gesproken met bewoners, winkeliers en straatjeugd. Mijn onderzoek richt zich vooral op de aanpak van jeugdcriminaliteit op straat. Ook ik vang echter zorgwekkende signalen op over specifieke (criminogene) problemen binnen etnische of religieuze gemeenschappen (achter de voordeur en soms in een moskee). Maar als ik denk aan het beeld dat nu wordt geschetst van orthodoxe moslims die ‘ongelovigen’ op straat corrigeren in de vermeende ‘sharia-driehoek’, zie ik het volgende scenario al voor me.

Een stevige Haagse dame van West-Indische of Afrikaanse afkomst loopt door dit deel van haar wijk. Deze volksvrouw loopt zo’n overenthousiaste islamitische meneer tegen het lijf die haar vertelt dat haar rokje wat langer moet, haar gouden tand ‘haram’ is en de make-up ook wel wat minder mag. En of ze haar broers en neven ook nog even kan zeggen dat ze niet meer openlijk ‘skaffa’ mogen roken en ‘Parbo’-biertjes drinken. In het volgende shot zou de orthodoxe meneer na een harde knal met djellaba en al door de lucht vliegen. Of misschien komen die broers en neven eraan om hun vrome buurtgenoot even stevig in elkaar te ‘rauzen’ en te laten ‘optiefen’ uit hun Haagse wijk.

Afgaand op mijn persoonlijke inzichten in het huidige straatleven van de Schilderswijk, blijven deze scenario’s echter waarschijnlijk fictie. Burenruzies, zakelijke conflicten over zwarte handel en egogerelateerde akkefietjes tussen straatjongens daargelaten, zal het niet zo’n vaart lopen met de veronderstelde conflicten tussen verschillende gemeenschappen in deze volksbuurt. In de maanden waarin ik er buurtonderzoek heb gedaan heb ik nog nooit een orthodoxe moslim een andere buurtbewoner horen aanspreken op gedrag of kleding. Evenmin heb ik signalen opgevangen dat dit buurtbewoners zou zijn overkomen.

Waarschijnlijk gaan de zorgwekkende verhalen over individuen binnen een orthodox-islamitische (sub)gemeenschap die hun geloofsgenoten onwenselijke leefregels voorhouden en nieuwe zieltjes proberen te ronselen. Overdracht van gedragsnormen gebeurt binnen elke menselijke groep. Altijd met een vorm van sociale drang of dwang, vaak op straffe van pesterijen of sociale uitsluiting en helaas soms ook met bedreiging of geweld. Ook blijkt uit meerdere bronnen dat in deze wijk ronselaars voor de jihad rondlopen. Dat er problemen in de wijk zijn, staat buiten kijf. Maar van een orthodoxe gemeenschap die leefregels zou opleggen aan andere bevolkingsgroepen heeft de wijk mijns inziens geen last.

Ik schat dan ook in dat het type straatjongens dat ik heb gesproken voor mijn onderzoek niet is geïnterviewd door de Trouw-journalist. Markante buurtfiguren zoals de (nog) niet-actief gelovige Marokkaan ‘Sjembek’, de Hollandse atheïst ‘Kaasje’ en katholieke Antilliaan ‘Sosa’, zouden zich niet veel aantrekken van iemand die hen aanspreekt op religieus onzedelijk gedrag. Deze jonge mensen hebben namelijk grotendeels ‘schijt’ aan iedereen, zoals zij dat zelf graag uitdrukken. Echte ‘gangsters’ – ook die met islamitische ouders – geloven geen mallemoer van wat hun buurman zegt over Gods woord. Religie is pas iets voor later en dan vooral in een geloofshuis waar je een goed gevoel bij hebt. Voor deze jongeren is het nu nog zaak te luisteren naar de rapper die op dit moment de stoerste straatprofeet is in de Haagse scene.

Overigens zouden de jongens zich in dezelfde termen uitdrukken tijdens een interview met een journalist. „Nou moet je heel snel wegwezen met je gelul over de islamisering van de wijk en alles. Ik sta hier rustig me ‘stok’ te roken met me ‘matties’. Dus opzouten nou! De sharia voor je moeder!” Iets dergelijks moet ook de verslaggever zijn overkomen die de dag voorafgaand aan het buurtbezoek van Geert Wilders naar eigen zeggen „werd bekogeld met knikkers van vijf centimeter doorsnee” (‘Telegraaf belaagd in Schilderswijk’, De Telegraaf, 21 mei 2013).

Wat voor indruk heeft Wilders eigenlijk gekregen van de buurtbewoners? Dat blijft een raadsel. Hij sprak er niet één tijdens zijn korte bezoekje. Hij herhaalde slechts tegen de aanwezige pers dat Nederland niet Turkije, Marokko of Saoedi-Arabië is. Waarvan akte. Een spandoek met ‘We love Wilders, groetjes Schilderswijk’, was opgehangen door Marokkanen met humor. Dankzij inzet van politie samen met buurtbewoners (moslims én niet-moslims) uitte niet één straatjongen een belediging of bedreiging richting Wilders. Zelfs geen onvertogen woord over zijn moeder.