Schetteren en schitteren in Dreigröschen

Muziektheater

Dreigroschenoper, door Asko/Schönberg. Gezien: 22/5 in Concertgebouw, Amsterdam***

Al eerder, twee jaar geleden, legde het Asko/Schönberg eer in met de Driegroschenoper van Bertolt Brecht en Kurt Weill – toen bij het Nationale Toneel. Maar nu speelden de muzikanten de hoofdrol, in het 125-jarig Concertgebouw in Amsterdam, onder leiding van de Oostenrijkse componist, dirigent en Weill-kenner HK Gruber. En die rol kwam hen ook volop toe, want ze lieten de muziek schetteren en schitteren, met alle slepende en schurende syncopen die door andere orkesten van klassieke snit zo vaak worden gladgestreken.

In deze concertante versie traden echter gastvocalisten aan die deze flair lang niet allemaal konden evenaren. Te vlak, niet vulgair genoeg. In zo’n moraliteit over hoeren, boeven en corrupte bovenbazen past geen gepolijste zang. Gelukkig gaf Sven Ratzke, de zanger van het Mackie Messer-lied, zijn aanvallige operettetimbre geregeld een malicieuze bijklank. Maar de zeggingskracht van Koos Sekrève als Macheath stond op een heel laag pitje, sopraan Zinzi Frohwein liet de operadiva overheersen en Betty Schuurman, Jolentha Zaat en de als singer-songwriter bekende Janne Schra droegen evenmin veel expressie bij. De beste Brecht- en Weill-zanger van het hele spul was eigenlijk HK Gruber zelf, die in een kleine zangrol zijn woorden met vlijmscherpe dictie tegen de muziek liet stuiteren. Hij kreeg de grootste ovatie van allemaal.