Regenjas, winterjas

Een man en een vrouw komen door de draaideur van de Bijenkorf naar buiten. Zij: „Het regent. We kunnen nog wel even bij de dekbedden kijken.” Hij: „Het is een buitje van niks. Kom, we gaan naar de trein.”

Het is geen denkbeeldige kwestie, en het is een vraagstuk dat zich dezer dagen overal en voortdurend opdringt. Schuilen of doorfietsen? Nat worden of te laat komen?

Om een afweging te maken moet je weten of je met regen of met een bui te maken hebt, zegt Rob Sluijter, klimatoloog bij het KNMI. Een klimatoloog zal die twee nooit door elkaar halen. Bij regen is de lucht egaal grijs, het water komt langere tijd met een constante intensiteit naar beneden. Bij een bui regent het vaak harder, maar het is ook snel voorbij.

Waar we nu last van hebben zijn buien. Of, zoals gistermiddag in grote delen van het land, clusterbuien. Aan elkaar geklonterde buien die je met regen zou kunnen verwarren omdat ze elkaar zonder onderbreking opvolgen. Zware buien zijn vooral een zomers fenomeen, want warme lucht kan meer vocht bevatten. Als er dan gedoe is in de atmosfeer, is de bui meteen hevig. Toch is het bepaald geen zomer. Sterker: nog nooit sinds de KNMI het bijhoudt viel er zo laat in mei nog natte sneeuw. Gisteren, in Lelystad en Stavoren. Nog een week zo door en het wordt de koudste lente sinds 1962. Normaal is in mei de vraag: met of zonder jas. Nu is het: een winter- of een regenjas.

Buitechnisch was het gisteren een interessante dag. Aan de grond was het koud, 8 à 9 graden. Maar op een kilometer of 5 was het heel koud: -35 graden. „Een koudeput”, zegt Sluijter. De relatief warme lucht stijgt op en stuit boven op koude lucht: bakken water komen naar beneden. En bij weinig wind, zoals gisteren, blijven die buien lang hangen. De kracht van de bui gecombineerd met de duur van regen. Je zou zeggen: wat maakt het uit. We zijn de klos.

De bui is geen allemansvriend, maar hij heeft wel karakter. In een wolk is hij voor een leek moeilijk te herkennen, maar een weerman ziet de cumulonimbus aankomen. De kleur zegt niet veel, je moet „het complete plaatje” zien; een zeer hoge wolk, van soms wel 15 kilometer, met ijs bovenop. Onder de wolk ziet de expert ‘virga’, neerslagdraden die als een grauwsluier boven de aarde hangen. „Er zijn mensen die beweren dat ze een buienwolk al ruiken voordat het regent”, zegt Sluijter, zelf niet begiftigd met het vermogen een bui te ruiken aankomen.

Sluijter weet alles van de bui. Maar voor antwoord op de vraag wat nou precies wordt bedoeld als het KNMI zegt: zaterdag en zondag 70 procent kans op neerslag, verwijst hij naar de meteorologen, die weer naar de website verwijzen. Daar staat: ‘Wie de hele dag bij de regenmeter blijft zitten krijgt in gemiddeld zeven van de tien gevallen ten minste 0,3 mm over zich heen.’ Je hoeft het niet te snappen om te weten dat je komend weekend beter naar de bioscoop dan naar de Keukenhof kunt gaan.