Regels

Op Tweede Pinksterdag passeerde ik het dorp Rheden, bij u wellicht bekend vanwege het jaarlijkse schaapscheerdersfeest. Langs de provinciale weg stond een levensgrote bakker met een muts op het lachende hoofd en een pan in zijn hand. Dan weet je: pannekoekenhuis.

Het zal de zelfhaat wel zijn, maar we hadden opeens trek.

Het pannekoekenhuis heette Strijland.

Omdat ik een tijdje een pannekoekenhuis exploiteerde – geen succes, geen aanrader, niet doen! – meen ik het een en ander van de pannekoekensector te weten. De pannekoek is een echt Hollands product, gebakken voor en opgegeten door Nederlanders.

Pannekoekenhuizen worden dan ook bezocht door alleen maar Nederlanders. Ik heb er tenminste nog nooit een allochtoon gezien. Als er al een krant op tafel ligt, is het De Telegraaf en verder worden de mensen er graag zo snel mogelijk geholpen. Dat kan ook: een pannekoek is binnen een paar minuten gebakken.

In Pannekoekenhuis Strijland zat het stampvol Nederlanders. Allemaal blanken, die zwijgend hun pannekoeken aten. De gordijntjes waren er rood-wit geblokt en er stond geen muziek aan. De serveerster gaf ons een geplastificeerde kaart waarop meer dan honderd variaties stonden. We kozen ‘appel-rozijn’ en ‘spek-ananas’.

De serveerster: „Met suiker?”

Ik: „Ja.”

De serveerster: „Veel of weinig?”

Ik: „Dat zien we dan wel.”

Dat kon niet.

In Pannekoekenhuis Strijland was het beleid dat personeelsleden in de keuken de suiker op de pannekoek strooiden. Ervaringen uit het verleden hadden geleerd dat de klant dat niet zelf kon. De serveerster: „Dat zijn bij ons de regels.”

Aan het tafeltje naast ons zagen we een vader en zoon knoeien met een pot stroop.

„Mag dat wel?” vroeg ik.

De vader die mee had geluisterd zei dat je stroop wel zelf mocht doen, maar suiker niet, daarom bestelde hij altijd een pannekoek met stroop.

De serveerster: „Stroop mag nog wel.”

Toen de pannekoeken gebracht werden zat er te veel suiker op, tenminste dat vonden wij. We wilden het eraf halen, maar dat mocht ook niet. De serveerster zei dat de kok dat moest doen. Later, bij het afrekenen, zei ze dat ze het zelf ook stomme regels vond.

Voor de minder prettige boodschap verschuilen we ons in Nederland graag achter de regels. Want: regels zijn regels en zonder regels wordt het een puinhoop, ik ken het riedeltje wel en ik kan er een heel eind in meegaan. De grens is bereikt als degene die de regels naleven achteraf zelf gaan zeggen dat ze het niet met de regels eens zijn.

Maar dat is ook typisch Nederlands, net als de pannenkoek.