Patiënt is klokkenluider

Het is toe te juichen dat de Tweede Kamer gisteren een dag heeft besteed aan ‘fraude in de zorg’. Beheersing van de kosten van de gezondheidszorg is een opgave die iedereen aangaat. De zorg besteedt jaarlijks 93 miljard euro, inclusief ouderen- en welzijnszorg. Het merendeel betalen burgers en bedrijven in de vorm van verplichte premies en belastingen.

De kwetsbaarheid van de gezondheidszorg voor fouten, slordigheden, financieel misbruik of regelrechte fraude is alom bekend. Het persoonsgebonden budget, waarmee mensen hun eigen zorg kunnen inkopen, is een rijk voorbeeld. Het eigen budget belichaamt persoonlijke vrijheid, maar bleek ook een vergoeding van zorg die familie of anderen daarvoor vanzelfsprekend gaven. Het eigen budget bleek rap een bron van fraude. De regering is traag geweest in de bestrijding én toezicht op het voorkomen van fraude. De Kamer deelde in de lethargie.

Bij het debat gisteren moeten vier kanttekeningen worden geplaatst. De eerste is het lichtzinnige gebruik van het woord fraude. Twee kenmerken zijn wezenlijk voor fraude: opzet en eigen gewin. Op basis van deze criteria wordt zeker gefraudeerd. Voor het zorgsysteem als geheel zijn de bedragen bescheiden, maar voor de fraudeurs niet. Collega’s, bestuurders, verzekeraars en justitie moeten alerter zijn. Witteboordencriminaliteit is taaie materie, maar ook bij vergrijpen waar geen bloed vloeit moet vervolging de norm zijn.

De tweede kanttekening draait om de complexe vergoedingsregels. Hoe ingewikkelder de regels en hoe groter de druk op zorginstellingen én -personeel om kosten te besparen, hoe groter de verleiding om het systeem te ‘sturen’. Simpele truc: een net iets langduriger consult declareren geeft extra opbrengsten. Het is lastig opsporen. Het onderzoek dat minister Schippers( Volksgezondheid, VVD) de Kamer heeft beloofd kan hier behulpzaam zijn.

De derde kanttekening is de vraag: wie controleert oneigenlijk gebruik en misbruik? De zorgverzekeraars krijgen terecht zelf een hoger eigen risico, zodat zij een effectievere prikkel hebben om indringender te controleren.

De vierde kanttekening is de rol van de patiënt. Het is een boeiend voornemen om zorgverleners te verplichten patiënten een gespecificeerde rekening te sturen voor gespecialiseerde zorg. De rekening kennen zal elke verzekerde verrukt doen staan: zoveel geld kost het dus, blij dat ik verzekerd ben. Maar het moet hen ook stimuleren na te zien of de inhoud van de rekening overeenstemt met de geleverde zorg. De individuele patiënt is ook een klokkenluider voor het collectief. De wetenschap dat anderen meelezen moet zorgverleners ook behoeden voor verleidingen. Vreemde ogen dwingen.