Oxfam echt niet westers

Oxfam moet soms lokale organisaties in ontwikkelingslanden afschermen en kan ze daarom geen lid maken, schrijft Farah Karimi.

De Oxfam-confederatie is achttien jaar jong en is uitgegroeid van zeven naar zeventien leden, afkomstig uit vijf continenten. De Oegandese Winnie Byanyima is algemeen directeur van het secretariaat van Oxfam International en het bestuur heeft de Indische econoom Niting Desai als onafhankelijk voorzitter. Toch meent Frank van der Linde, in een merkwaardig betoog in deze krant (17 mei 2013) dat Oxfam een ‘Westers bolwerk’ zou zijn. Zijn kritiek richt zich op de bestuursstructuur van Oxfam. Nu is dit voor de lezer geen dagelijkse kost dus vandaar een paar feiten.

Oxfam is een confederatie van gelijkwaardige nationale ontwikkelingsorganisaties zonder een hoofdkantoor dat het beleid voor alle leden bepaalt. Het internationaal secretariaat is er vooral voor coördinatie. Deze structuur wijkt fundamenteel af van organisaties waar Van der Linde ons mee vergelijkt. Een bolwerk is dat niet, laat staan een Westers bolwerk.

Wij werken in ontwikkelingslanden met lokale organisaties samen om hun invloed in hun samenlevingen te versterken. In onze campagnes willen wij de stem van burgers uit die ontwikkelingslanden niet verdringen. Ons profiel op mensenrechten en de scherpte in onze campagneboodschappen kan lokale partners in (levens)gevaar brengen. Lokale organisaties voeren dus de boventoon.

Ik ben trots dat ik, als politiek vluchteling uit Iran, nu leiding mag geven aan een organisatie die gedragen wordt door de financiële en maatschappelijke steun van een half miljoen Nederlanders.

Die brede steun in Nederland, maar ook in de andere landen waar Oxfamleden zijn geworteld in hun samenlevingen, getuigt ervan dat Oxfam voor universele waarden staat die mensen uit alle wereldstreken inspireren.

In Oxfam zijn we onderdeel van een wereldwijde beweging van burgers en hun organisaties. We combineren internationaal burgerschap met de overtuiging dat alle mensen in de wereld gelijke rechten hebben, die gerespecteerd moeten worden.

Wie zijn herkomst verloochent, zal zich alleen maar verzwakken. Alle zeventien zelfbewuste Oxfam-leden zullen gelijkgezinde organisaties uit (voormalige) ontwikkelingslanden blijven verwelkomen.

Ik wil ook best het stuk van Van der Linde als aanmoediging opvatten om op deze weg door te gaan. Toch is dat lastig, omdat hij ons en passant ook nog beticht van een gebrek aan transparantie. Dat is flauw, omdat hij in de afgelopen maanden van ons meerdere malen tekst en uitleg kreeg en toelichtende stukken ontving. Bovendien meldt hij zelf dat de door hem gewenste informatie in het al sinds jaar en dag online beschikbare Jaarverslag staat.

Is dat gebrek aan transparantie? Het feit dat Oxfam Novib zowel in 2011 als 2012 bekroond is met de Transparant Prijs voor het meest innovatieve Jaarverslag bewijst dat wij liever daden stellen.

Farah Karimi is Algemeen director van Oxfam Novib.