Ouders worden niet onderzocht

Hoe help je kinderen die klem zitten tussen ruziënde ouders? Jeugdzorg kan vaak weinig doen, zegt Jeugdzorg Utrecht.

Over de hulpverlening aan Ruben (9) en Julian (7) wil Jan-Dirk Sprokkereef, bestuurder van Bureau Jeugdzorg Utrecht en vicevoorzitter van Jeugdzorg Nederland, niet praten. Dat vindt hij niet gepast jegens de familie van de broers, van wie de lichamen zondag werden gevonden in Cothen. Wel wil hij ingaan op het maatschappelijk debat dat is ontstaan rond hun dood.

Het gezin van Ruben en Julian was sinds de problematische scheiding van hun ouders in 2009 bekend bij Bureau Jeugdzorg en meer dan tien andere instanties. De moeder had verschillende keren gezegd bang te zijn voor geweld.

Volgens Sprokkereef ontbreekt het nogal eens aan regie in jeugdzaken: „Het systeem is aan gezinnen moeilijk uit te leggen.”

Hoe kijkt u terug op de zaak-Ruben en Julian?

„Het heeft iedereen bij Bureau Jeugdzorg erg geraakt. Dit is ongelooflijk ingrijpend voor de moeder. Wij hebben direct melding gedaan bij de inspectie. Uit intern onderzoek moet blijken wat we hiervan kunnen leren. Verder is het voor ons zaak de meest betrokken medewerkers te steunen.”

Krijgt jeugdzorg veel te maken met ‘vechtscheidingen’?

„Het is een sterk toenemend probleem. Misschien door de crisis, omdat scheidende partners langer in één huis moeten blijven wonen. Misschien door de manier waar de samenleving zich ontwikkelt. Het past bij individualisering, je recht halen. Het is een ontwikkeling die zeer schadelijk is voor kinderen.”

Wat doet het met kinderen?

„Kinderen zullen altijd, ook in de meest extreme situaties, loyaal zijn aan beide ouders en hen niet willen afvallen. Het moeten kiezen, die druk, is een enorme stress. Wij noemen dat psychische mishandeling. Het leidt tot onaangepast gedrag. Naar binnen, bijvoorbeeld in de vorm van een depressie, of naar buiten in de vorm van agressie.”

Hoe kan Bureau Jeugdzorg kinderen in die situatie helpen?

„Voor ons is het heel moeilijk om de strijd tussen ouders te stoppen, terwijl daar de oplossing ligt voor de problemen van het kind. Helaas is ons instrumentarium daar niet op gericht. Een ondertoezichtstelling geeft ons bevoegdheden om een kind te onderzoeken, maar niet om ouders te onderzoeken.”

Wat is hiervoor nodig?

„We missen een goede samenwerking met de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen. Als ouders in behandeling zijn, mogen de behandelaars daar niets over zeggen. Als er geen behandelaar is, maar wel een vermoeden dat met een ouder iets mis is, kunnen wij eigenlijk niets doen. Je zou moeten onderzoeken of ouders verplicht kunnen worden een onderzoek te ondergaan. Maar dat zal moeilijk zijn, want het grijpt diep in in het zelfbeschikkingsrecht. De staat kan niet zomaar het gezag over een volwassene overnemen.”

Zijn medewerkers van Bureau Jeugdzorg opgeleid om vechtscheidingen te begeleiden?

„Sinds een jaar hebben we er speciale cursussen voor, omdat het een groeiend probleem is.”

Waarom zijn gezinnen soms omringd door tien hulpverleners?

„Je hebt nu eenmaal bepaalde expertise nodig. Huisarts, schoolarts, speltherapeut, psychologen, iemand van Bureau Jeugdzorg, soms iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Volstrekt legitiem dat al deze mensen betrokken zijn, want ze hebben allemaal een heldere taak. De vraag is wie de regie neemt.”

Dat is toch Bureau Jeugdzorg?

„Vaak niet. Als kinderen niet onder toezicht staan, kunnen wij meestal alleen doorverwijzen.”

Wie heeft dan de regie?

„Dat is een ingewikkeld verhaal. De huidige wet bestaat uit acht financieringsstromen en die bepalen wie wat mag doen in een gezin.”

Een gezin wil graag één persoon die ze kunnen aanspreken.

„Ja, zo is dat.”

Die is er niet?

„Nee. In de nieuwe stijl – na de overgang van de jeugdzorg naar de gemeenten, vanaf 2015 – komt die er wel. In het huidige stelsel komt er een instantie – en gaat weer. Dan komt de volgende – en gaat weer. Pas als via de rechter een gezinsvoogd op het gezin is geplaatst, kunnen wij de regie op ons nemen.”

Kan jeugdzorg zo wel gevaar voor kinderen onderkennen?

„Dat is onze verantwoordelijkheid en onze deskundigheid.”

Ingewikkeld als niet één persoon van Jeugdzorg alles overziet.

„Heel moeilijk. Ik wil wel gezegd hebben: we gaan het regelen. De overgang van jeugdzorg naar de gemeenten biedt op dat vlak geweldige kansen. In het nieuwe stelsel kunnen wij zaken al voor ingrijpen van de rechter coördineren.”