Opinie Ik geef niet toe aan de angst

Angst is een slechte raadgever, en na zo’n moord als woensdag houd ik altijd één ding voor ogen: een terrorist wil niet zoveel mogelijk mensen doodmaken. Een terrorist wil zoveel mogelijk mensen gek van angst maken.

Iedereen kan voor zichzelf beslissen of de griezels die woensdag met een machete een Britse militair onthoofdden, hierin gaan slagen. De jihadistische terroristen hebben geen leger en ondanks al hun propaganda moet de gemiddelde moslim nog altijd niets van ze hebben. Maar terroristen kunnen proberen ons te raken waar we wel echt kwetsbaar zijn. In ons brein.

Helaas ben ik wel wat gewend met aanslagen en geweld – toen ik als Midden-Oosten correspondent in Oost-Jeruzalem woonde werd een aantal keren een bus schuin tegenover ons huis opgeblazen. Eenmaal vond onze buurman de hand van een slachtoffer in zijn tuin. Net als andere mensen die werken in oorlogsgebieden heb ik moeten leren omgaan met de vraag: hoe ga je om met de angst die vrijkomt als je een evident gestoorde man met bebloede handen in een camera ziet roepen dat niemand veilig is?

Mijn antwoord: beseffen dat je een keus hebt. Namelijk niet toegeven aan de angst. Het beste voorbeeld daarvan werd meteen na de aanslag gegeven, door een mevrouw die in de beste Britse tradities haar bovenlip stijf hield en op de dader afstapte. Ze vroeg wat hij van plan was en hoorde dat de man nu politiemensen wilde gaan doden. Daarop zei de vrouw, zo vertelde ze in een interview achteraf: „I asked him if that was a reasonable thing to do.”

Angst is een evolutionair onmisbare reflex. Maar stel je voor wat er met holbewoners was gebeurd wanneer zij dag in dag uit op een scherm in hun grot beelden hadden gezien van grommende tijgers en hongerige leeuwen. Dat is het universum waarin wij nu verkeren. We zien angstaanjagende beelden en een essentieel deel van onze hersens snapt niet dat die zaken zeer uitzonderlijk zijn en zich ver weg van ons afspelen. In Israël stierven jaar in jaar uit veel meer mensen bij verkeersongelukken dan bij aanslagen. Maar zo voelde het niet.

Op dit deel van ons brein hebben terroristen het gemunt, dat is onze achilleshiel in een tijdperk van alomtegenwoordige camera’s en sociale en massamedia.

Dat de daders van woensdag ons bang wilden maken, maakt ze tot terroristen. Maar wie het hoofd koel houdt, kan zich daarna ook andere vragen stellen. Is dit een psychopaat die grijpt naar een alibi voor zijn moordlust? Of meent hij werkelijk dat het Verenigd Koninkrijk in oorlog is en viel hij daarom een militair aan? In dat laatste geval moet je vaststellen dat Amerika al jaren op eendere wijze tegenstanders in Pakistan, Jemen en Afghanistan executeert. Maar dat gaat met drones en de daders geven achteraf geen interviews.

Wie denkt dat alle agressie politiek gemotiveerd moet zijn, maakt het probleem nog groter dan het al is. En wie denkt dat terreur ooit valt goed te praten, moedigt deze slechts aan. Maar het is net zo zeer naïef te denken dat de gebeurtenissen van woensdag per definitie losstaan van het buitenlands beleid van het Westen.