Nederlanders zoeken in Murcia

Nederlanders die rond Murcia wonen helpen zoeken naar Ingrid Visser en Lodewijk Severein. Posters, een website, maar weinig Spaanse hulp.

Fffrrrrt. Het geluid van een stuk duct tape dat wordt afgescheurd. Dave de Ruiter uit Rotterdam houdt de poster vast, zijn zoon Dave de Ruiter junior plakt een stukje tape boven en onder. Een stap terug. De lachende gezichten van Ingrid Visser en Lodewijk Severein kijken hen aan. ‘Desaparecidos en Murcia. Missing in Murcia’ staat er in grote, rode letters onder.

Elf dagen al heeft niemand iets van de voormalig volleybalinternational Visser (35) en haar partner Severein (57) vernomen. Ze zouden voor drie dagen naar Murcia gaan, een kleine stad die in het zuiden van Spanje ligt, onder meer om een bezoek te brengen aan een vruchtbaarheidskliniek. Het koppel woonde tussen 2010 en 2012 in Murcia, toen Visser uitkwam voor het volleybalteam CAV Murcia 2005.

„Op zoek naar de speld in de hooiberg”, zucht Dave de Ruiter senior. Hij woont al zes jaar aan de Costa Blanca, op een uurtje rijden van Murcia. Samen met zo’n 25 andere Nederlanders die in de regio wonen, hing hij gisteren posters op in de straten tussen het hotel waar Visser en Severein verbleven en de plek waar de politie woensdag hun huurauto vond. Vijfhonderd posters werden geprint, een tas vol duct tape gekocht. Tegen de middag zijn ze nog met zijn vijven over. Verhit onder de brandende zon, voeten moe van het struinen door de nieuwbouwwijk vol palmbomen, waar vooral de hogere middenklasse woont.

Jeroen van Passel organiseerde de posteractie. Hij woont dertien jaar in een buitenwijk van Murcia, en hoewel hij Visser en Severein niet kent, heeft hij zich opgeworpen als vertaler, woordvoerder en hulp van de familie.

In 2011 hielp hij ook al bij de zoektocht naar de Nederlandse toerist Mary-Anne Goossens, die in de buurt van Málaga verdween. Ze werd na achttien dagen levend teruggevonden, in het onherbergzame gebied rond Frigiliana.

Van Passel wilde graag weer helpen, maar niet zo intensief. „Maar mijn zus zei: je bent een Nederlander en je kent het gebied. Je bent het aan je stand verplicht om te helpen als een andere Nederlander het moeilijk heeft!”

Intussen heeft hij al dagen niet langer dan vier uur geslapen. En om vijf uur merkt hij op dat hij vandaag nog niks heeft gegeten. „Maar als je je hulp aanbiedt, moet je er ook vol voor gaan.”

De familie wilde in eerste instantie zelf gaan flyeren, maar dat raadde Van Passel af. „Ze willen de media mijden, het is al moeilijk genoeg op dit moment. Met flyers op straat gaan lopen is dan niet zo verstandig, vandaar dat ik het op me nam.” De andere Nederlanders haakten aan via sociale media. Helen Commandeur uit Zaanstad, nu drie jaar woonachtig in Murcia, kwam vooral omdat ze het zo’n rare zaak vond. „Het zal je zelf maar overkomen, denk ik dan.”

Er staat geen telefoonnummer op de flyers, om loze bellers te voorkomen. „Op Facebook en Twitter zijn de goede aanwijzingen er makkelijker uit te filteren”, zegt Van Passel.

Maar zelfs dan zijn alle tips en steunbetuigingen moeilijk te verwerken. De speciaal gebouwde website ingridenlodewijk.com had woensdagavond meer dan 45.000 unieke bezoekers. Van Passel: „Ik hoop maar dat de server het trekt!”

Toch heeft de actie nog lang niet het kaliber van de zoektocht naar de inmiddels dood aangetroffen broers Ruben en Julian. Het aantal posterplakkers in Murcia staat in schril contrast met de 120.000 Nederlanders die aan de Costa Blanca wonen.

En er zoeken nauwelijks Spanjaarden actief mee. „Dat komt deels doordat weinig Spanjaarden twitteren”, denkt Van Passel. Maar het heeft vooral met de crisis te maken, meent hij. „Spanjaarden durven geen ochtendje vrij te nemen om posters op te hangen. Dan hoeven ze de volgende dag niet meer terug te komen.”

En wat als het koppel morgen levend gevonden wordt? De Ruiter: „Dan ga ik helemaal uit mijn dak.” Commandeur: „Dan ga ik gillend de straat op!” Van Passel: „Dan zuip ik me helemaal klem.”