Misschien niet een bijbaantje om trots op te zijn

Maarten (22) is gewoon een student in Amsterdam, die graag gitaar speelt. Maar hij is ook ghb-dealer. Leoni van Amstel springt bij hem op de fiets en spreekt met hem.

A large bottle of home-made GHB, ready to be consumed and/or sold. Floris Leeuwenberg / TCS/Holla>

Het is een koude dinsdagavond in maart. Het is rond elf uur en ik sta voor het verlaten station Zuid WTC in Amsterdam te wachten op Maarten. Hij is al een kwartier te laat, wat mij een beetje ongeduldig maakt. Ik heb Maarten maar één keer kort door te telefoon gesproken. Behalve de eis dat ik hem steeds Maarten noem en dat ik om elf uur voor station Zuid moest wachten met mijn fiets, weet ik eigenlijk niets. Net als ik besluit om op te geven, hoor ik het geruis van schuifdeuren die opengaan. Ik kijk om en zie een jongen het station uitlopen.

Hij blijft even staan en loopt dan voorzichtig mijn kant op. Een jongen die zo is weggelopen uit een rockbandje. Lang en mager, met lange zwarte krullen tot in zijn nek. Skinny jeans, Vans aan zijn voeten, knopjes in zijn oren en festivalbandjes om zijn pols. Hoewel het vriest, draagt hij geen jas maar een vest. Ik wist niet wat ik moest verwachten, maar dit zeker niet toen ik een afspraak maakte met de naar verluidt grootste ghb-dealer van Amsterdam. Hij stopt op een paar meter afstand en wenkt met zijn hoofd naar mij. „Jij had gebeld?” Ik knik. „Mooi, ik fiets en ga jij maar achterop.”

Op de studentenkamer

Ik heb het nummer van Maarten (22) van een vriendin gekregen. Zij gebruikt drugs, waaronder ghb. Maarten is gewoon een student op het hbo, die graag gitaar speelt en zelf geen fiets heeft. Hij haalt nu wel alles uit mijn fiets en met veel geweld racet hij door de stad. Na tien minuten stopt hij abrupt in een klein binnenstraatje in Amsterdam. Ik zet mijn fiets op slot en volg hem door de voordeur, twee steile houten trappen op naar de bovenste verdieping.

Een kleine benauwde studentenkamer. De vloer is bezaaid met vuile afwas, volle asbakken, kleren en lege bierblikjes. Niets verrassends voor een studentenkamer, behalve de televisie die door zijn grote afmetingen de kamer doet veranderen in een minibioscoop. Dan vallen mij ook andere dure gadgets op, als een laptop, een tablet en verschillende smartphones.

Ik begin meteen over de reden van mijn bezoek: zijn werk. Zijn mondhoeken schieten omhoog en zijn ogen worden groter. Alsof ik hem net heb gevraagd hoe het nou is, om een held te zijn. Hij gaat achterover zitten, trekt lang aan zijn sigaret en kijkt naar de rook die hij uitblaast. Net als ik denk dat er geen antwoord meer komt, begint hij te praten. „Ik verkoop ghb. Het is misschien niet een bijbaantje om trots op te zijn, maar zo kan ik wel mijn studie, de huur en de zorgverzekering betalen én een beetje normaal leven. Het is dan ook tijdelijk, tot ik ben afgestudeerd.” Terwijl Maarten vertelt, kijkt hij naar zijn handen, naar de grond en naar het plafond. Geen één keer kijkt hij mij aan, alsof hij dat niet durft. „Toen ik begon met mijn studie, had ik een bijbaantje in de horeca. Op zich verdiende het best oké, maar ik kwam gewoon niet rond. Ik stond aan het begin van de maand al rood en dat ging maanden door.”

Maarten probeerde zijn geldzorgen te vergeten door veel uit te gaan, waardoor hij in aanraking kwam met drugs. Hij ontdekte ghb en al snel gebruikte hij het elk weekend. Het was zijn eigen verslaving die hem uiteindelijk op het idee bracht om het spul zelf te gaan maken. Het doet denken aan de Amerikaanse televisieserie Breaking Bad waarin een scheikundeleraar ontdekt hoe makkelijk hij rijk kan worden door zelf drugs te produceren in plaats van voor de klas te staan. Voor Maarten is het alleen geen fictie. „Ik kwam na een avond stappen thuis en zowel mijn geld als ghb was op. Ik wilde nog niet slapen en ik voelde me lamlendig. Ik kwam toen op het idee om zelf een flesje ghb te maken. Mocht ik ooit weer zonder geld of drugs zitten, dan had ik altijd iets achter de hand.”

Het recept voor ghb vond hij gewoon op internet. Al snel maakte hij ook flesjes voor zijn vrienden en voor vrienden van vrienden. Voor 1,50 euro maakt hij een halve liter ghb, wat hij voor 70 euro verkoopt. „Toen ik merkte hoeveel geld ik ermee kon verdienen, stopte ik met werken. Met de studiefinanciering die ik ontvang, betaal ik mijn huur, collegegeld en zorgverzekering. De rest betaal ik met het geld wat ik verdien met ghb. Ik heb veel meer geld, ben mijn eigen baas en heb veel vrije tijd.”

Maarten gebruikt zelf nog wel ghb, maar is niet meer verslaafd. „Er zijn mensen die drie keer per week bellen om langs te komen. Dat heeft mij wel in laten zien hoe verslavend het spul is. Het voordeel is dat je een euforisch gevoel hebt, net als bij xtc, maar dan zonder een kater. Hooguit een beetje moe. Ik probeer er ook niet te veel bij stil te staan, wie er bij mij ghb komt halen. Er zullen vast weleens minderjarigen tussen zitten, maar wie ben ik om er wat van te zeggen? Iemand kiest er zelf voor om het te gebruiken, dat is niet mijn verantwoordelijkheid. Het ligt ook aan iemands karakter. Als je een heel verslavingsgevoelig karakter hebt, dan moet je ook niet met drugs experimenteren. Dit klinkt allemaal best gewetenloos, maar dat moet je ook zijn om dit te kunnen doen.”

In zijn ‘lab’

Ik vraag of ik het ‘lab’ mag zien. Zonder enige twijfel of hij mij kan vertrouwen, gaat hij mij voor de gang op. Hij opent de enige andere deur op de verdieping en er verschijnt een keukentje, dat net als zijn kamer onder een laag van troep ligt. Hij opent een keukenkastje en rommelt erin. Hij pakt er wat spullen uit, zet die op het aanrecht en overhandigt mij een lege pan. „Je wilt alles weten, dan mag je ook even meehelpen met wat te maken.” Hij pakt een weegschaal, legt er een bakje op en giet er uit een fles wat korrels in. Ik denk gootsteenontstopper te herkennen, maar Maarten doet erg zijn best dat ik het niet zie, dus ik vraag er niet naar. Na het afwegen pakt hij twee plastic flessen met transparante inhoud. Hij gooit uit een van de flessen een hoeveelheid in een maatbeker, en giet het over in de pan die ik vasthoud. Hij herhaalt hetzelfde met de andere fles. Als laatste gaan de afgewogen korrels in de pan.

Hij kijkt me vol verwachting aan en ik begrijp niet zo goed waarom. Moeten we dit gaan koken? „Ja, en nu roeren”, zegt hij alsof ik dit dagelijks doe en hij overhandigt mij een soeplepel. Verschrikt begin ik in de pan te roeren. Er gebeurt een paar seconden niets, maar opeens begint er iets te borrelen onderin de pan. Maarten pakt de pan uit mijn handen en zet hem op het gasfornuis. De pan trilt en er komt rook uit. Het goedje uit de pan komt opeens naar boven en begint te schuimen, als een geschud blikje met koolzuur, om daarna weer meteen weg te zakken. Een nare, doordringende, chemische geur verspreidt zich door de keuken, alsof je in een ziekenhuis loopt. Maarten overhandigt mij een zakdoek om voor mijn mond te houden. Hij trekt de uiteinden van zijn vest over zijn handen, pakt de pan van het gasfornuis en loopt het keukentje uit.

Terug in zijn kamer pak ik snel mijn spullen. Dit avontuur heeft lang genoeg geduurd en dat ik net heb meegeholpen ghb te maken, zit me niet lekker. Ik draai me om en bedank Maarten voor het gesprek en loop naar de voordeur. Als ik hem een hand wil geven drukt hij een spaflesje in mijn hand. „Hier, een herinnering aan deze avond. Dit is de ghb die we net gemaakt hebben, veel plezier ermee.” Zonder nog wat te zeggen loop ik de deur uit en spring bijna de twee steile trappen af naar beneden, naar buiten. Eenmaal buiten steek ik meteen een sigaret op en loop naar mijn fiets. De vrieskou slaat op mijn wangen en werkt ontnuchterend als een rilling langs mijn ruggegraat. Ik kijk naar het flesje in mijn handen en het dikke, transparante goedje wat erin zit. Zijn woorden over verslavingsgevoelige persoonlijkheden rollen door mijn hoofd en als ik een trekje neem van de zevende sigaret die avond, draai ik mij resoluut om, loop naar de vuilnisbak en gooi het flesje erin. Ik stap op mijn fiets en rol de donkere koude nacht in. Het is laat geworden en ik moet over een paar uur werken. Gewoon in een kledingwinkel en voor een naar loontje, maar er is daar wel lekkere koffie. Ik kijk er nu al naar uit.

Gegevens van ‘Maarten’ zijn bij de redactie bekend.