Michael Haneke haalt alle lach uit Mozarts opera 'Così fan tutte'

Opera

Così fan tutte van W.A. Mozart door de Muntopera Brussel. Regie: Michael Haneke. Gezien: 23/5, daar t/m 23/6. Inl: www.demunt.be **** (regie), ***(muziek)

Een goed opera-intendant is in feite een koppelaar. Gerard Mortier, intendant in Madrid, deed een weloverwogen zet door juist filmregisseur Michael Haneke te koppelen aan Mozarts ‘komische’ opera Così fan tutte. Twee jongeheren beproeven vergeefs de trouw van hun verloofdes door ze in Albanese snorrenvermomming te verleiden. Maar is dat grappig? Of is het ontwrichtend, treurig en veelzeggend voor de drassigheid van de monogame samenleving?

Haneke, als stiefzoon van een componist/dirigent ook dol op klassieke muziek, belichtte in bekroonde films als Das weisse Band, Caché of, recent, Amour met fileeroog de lobbige scheidslijnen tussen goed en kwaad, zeker en onzeker, liefde en geweld. Hij zet dwaalsporen uit, roept de nodige vragen op en doet dat hier ook in Così fan tutte (‘zo doen ze ’t allemaal’). Het is Hanekes tweede Mozart-opera; eerder deed hij Don Giovanni.

De voornaamste ingreep: bij Haneke is Così geen komedie meer. Een enkele lach, ja, daarvoor is ruimte. Maar door van het stoute dienstertje Despina de gedesillusioneerde echtgenote te maken van een mefistofelische Don Alfonso en beiden elkaar waar mogelijk te laten kleineren, wordt het oudere huwelijk een akelig zinnebeeld voor wreedheid in sleetse relaties. Dus hoe de kruisbestuivende liefdesproef van de jonge stellen ook afloopt, straks wordt het ‘così fan tutte’ in het huwelijk. Kwetsen, gekwetst worden en dan maar troost zoeken bij anderen en drank – hier uit een uitpuilende en dankbaar gebruikte drankenkast.

Hanekes donkere visie eist ingrepen in het libretto; sommige luchtige aria’s zijn gecoupeerd. Maar dan nog leidt zijn omkering tot curieuze momenten. Een grimmige echtgenote kweelt niet dat ze eens „lekker gaat snoepen van chocola!” – ook niet als ze gekleed gaat in een pierrotpakje.

Het tegendeel van rauw realisme zijn de feestkostuums van Moidele Bickel; half Mozarts, half onze mode en dus tijdloos als het thema. Het decor is oogstrelend: een klassieke villa aan de Amalfikust met zeezicht.

Munt-chef Ludovic Morlot sluit aan bij Haneke. De recitatieven worden traag ‘geacteerd’, daardoor ontsnapt de vaart te vaak uit de handeling. De aria’s en ensembles missen ondanks Morlots streven naar stuwing en variatie het nodige aan reliëf en verfijning; een dirigent als René Jacobs heeft ons verwend.

Gecast is er op primair theatrale gronden en inderdaad: weinig opera’s bevatten zulk subtiel spel. Maar vocaal overtuigen nu alleen Andreas Wolf (Guglielmo) en Anett Fritsch (Fiordiligi). William Shimell (ook in Amour) is een onbreekbare Don Alfonso zonder één glimlach, maar stimmlich zou je meer diepte wensen. Daar staat tegenover dat Hanekes interpretatie consequent is en dat het immer bevreemdende happy end eindelijk geloofwaardig is: de gelieven rukken aan elkaars armen. Wie wil nog wie? Eind goed, al slecht.