Mensen als puzzelstukjes in een achtbaan

Michael Frayn: Skios. Vert. Dirk-Jan Arensman. Meulenhoff, 256 blz. € 17,95****

In Nederland heeft de comedy of errors (als genre, niet het Shakespeare-stuk) een beetje een ‘lach of ik schiet’-reputatie. Mensen zien de ene persoon voor de andere aan, raken al hun kleren kwijt of trekken die vrijwillig uit, stappen expres of per ongeluk bij iemand in bed bij wie ze niet in bed zouden moeten stappen... Ordinair gedoe allemaal.

Maar geef die elementen dan eens in handen van een Brit. Of misschien niet zomaar een Brit – geef ze eens in handen van de Britse roman- en toneelschrijver Michael Frayn (1933). Het resultaat, Skios, is een achtbaan van een boek. Het komt wat sloom op gang (een van de hoofdpersonen loopt tegen zichzelf te praten alleen maar om de lezer duidelijk te maken waar we precies zijn).

Maar een paar hoofdstukjes verder ben je al totaal door elkaar geschud en vanaf dan is het de ene bocht en looping en vrije val na de andere, waarna je aan het eind verbijsterd kunt concluderen dat toch alles op de een of andere manier op zijn pootjes terecht is gekomen. Alleen op een manier die niemand aan het begin van het verhaal verwachtte – grappiger, ingewikkelder en toch volkomen logisch.

Over dat verhaal, dat van verrassingen aan elkaar hangt, kan hier niet te veel verklapt worden. De Fred Toppler Foundation heeft de vooraanstaande academicus Norman Wilfred uitgenodigd als gastspreker voor haar Great European House Party op het zonnige Griekse eiland Skios.

En ja, het is natuurlijk idioot dat organisatrice Nikki Hook, die zijn komst zelf geregeld heeft, niet precies weet hoe deze beroemdheid eruitziet – maar hoe dan ook, ze neemt de verkeerde buitenlander mee van het vliegveld. Een veel mooiere man. Dus waar blijft de échte Norman Wilfred? En hoe zit het met die plotseling opgedoken, charmante blonde levenskunstenaar, die zich met zulk groot gemak een nieuwe identiteit aanmeet? Wordt zo’n aantrekkelijke jongeman nergens gemist? Natuurlijk wel.

Het zijn eerder puzzelstukjes dan echte mensen, die deze roman bevolken. Zo’n stereotiepe saaie, stoffige intellectueel die tijdenlang met één lezing de wereld rondreist. Een alleenstaande, perfectionistische jonge vrouw met organisatietalent en een klein hartje. Een mooie jongen die altijd snel verliefd wordt en snel weer vertrekt. Twee taxichauffeurs, broers Spiros en Stravos, die hun klanten meedelen dat de ander niet kan rijden. (‘Jij snel gaan met Stravos? Jij zeker dood.’)

Skios steekt de draak met zogenaamde intellectuele diepgang en interessantdoenerij, dus het is zelf ook een enigszins oppervlakkig boek. Maar wat een vakmanschap laat Frayn zien, wat een bruisend feest van verhalen vertellen.