In Pakistan maken Amerikaanse drones dorpelingen gek van angst

Bij drone-aanvallen in Pakistan zijn tot nu toe 2.500 doden gevallen. Maar niet alleen de drones zaaien angst, Talibaan en leger doen dat ook. Ruim tweederde van de bevolking heeft psychische klachten.

Salam had nog nooit zoiets vreemds gezien. In zijn dorp Rezaq, in een van de conservatiefste streken van Pakistan, rende een mooie jonge vrouw gillend rond. Ongesluierd. „Ze was gek geworden van angst. We horen de drones dag en nacht, ze kunnen elk ogenblik aanvallen. Niet iedereen kan die angst aan.”

Salam, die zijn achternaam niet wil geven, woont in Noord-Waziristan, een van de door Pashtun-stammen bewoonde gebieden langs de Afghaanse grens. Daar bevechten het Pakistaanse leger en de Talibaan elkaar. Met Amerikaanse drones, op afstand bestuurde vliegtuigen, speurt de CIA deze stammengebieden met camera’s af. Soms vuren ze raketten af op militanten van al-Qaeda en Talibaan, die de NAVO-troepen in Afghanistan bestoken.

Veel Pakistanen zien drone-aanvallen als schending van hun soevereiniteit. Vast staat dat bij de aanvallen onschuldige slachtoffers vallen. Hoeveel is niet zeker, want er zijn geen objectieve waarnemers. Getuigen van de aanvallen staan onder druk. De Talibaan hebben er belang bij het aantal onschuldige slachtoffers te overdrijven. De Pakistaanse autoriteiten houden de aanvallen het liefst stil.

De onafhankelijke en niet-commerciële Britse organisatie The Bureau of Investigative Journalism (TBIJ) probeert het slachtoffertal bij te houden via lokale mediaverslagen. Volgens de conservatiefste schatting vielen van 2004 tot eind april 2013 bij 368 aanvallen 2.541 doden, onder wie 411 burgers en 168 kinderen. Er vielen minstens 1.173 gewonden.

De stammengebieden zijn streng verboden voor buitenlanders en voor Pakistanen die er niet wonen. Omdat Salam (33) werkt in Peshawar, net buiten de stammengebieden, kunnen we hem ontmoeten. Tijdens een rondrit door de stad wijst hij plekken aan waar bommen ontploften. Hier een autobom, daar een Talibaan-militant met een bomvest. Begin april beschoten de Talibaan de stad met 107mm-raketten. Boven Peshawar opereren geen drones, maar de geweldsdreiging is overal.

De Talibaan hebben overal ogen en oren, zegt Wazir achter gesloten deuren. „We gaan met angst naar bed. We horen de drones de hele tijd, als een zwerm bijen.” Hij maakt een hard zoemend geluid dat uitmondt in een explosie die hij nabootst met een schreeuw. „Moeders vertellen hun kinderen dat de drones zullen komen als ze ongehoorzaam zijn.”

Drie jaar geleden geleden was Salam op bezoek bij een vriend in Mir Ali. „We wilden net gaan slapen toen er een enorme explosie was. We renden naar buiten om te helpen. Er was een groot vuur. Terwijl we erheen renden zag ik nog een raket aankomen.” Bij die tweede aanval werden kinderen van drie of vier jaar gedood. „Little flowers”, zegt Salam, die zelf jonge kinderen heeft. Hij probeert te vertellen hoe hij de kinderen aantrof. Maar het lukt hem niet. Als hij wat water heeft gedronken, vertelt hij over een tweede aanval. „Ik zag een man van mijn leeftijd. Zijn onderbenen weggeblazen. Hij probeerde weg te rennen op zijn stompen. Hij maakte geen geluid, hij stond in brand. We durfden niks te doen. Ik trilde helemaal.”

Wat de bewoners van de stammengebieden de stuipen op het lijf jaagt zijn de zogenaamde ‘signature strikes’, aanvallen op niet-geïdentificeerde groepen mannen die gedrag vertonen dat volgens de CIA duidt op terroristische activiteiten. Volgens TBIJ kwamen tussen januari 2009 en oktober 2011 zeker 50 burgers om bij vervolgaanvallen op reddingsacties en 20 bij aanvallen op begrafenisprocessies. Ook jirga’s, de bijeenkomsten van tientallen stamoudsten, zijn doelwit. Op 17 maart 2011 werd een jirga bestookt in het stadje Data Khel in Noord-Waziristan. Onder de 40 mannen die werden gedood, waren vier militanten.

Salam vertelt dat wegens de dreiging stamoudsten nauwelijks meer samenkomen. Daardoor is een bestuurlijk vacuüm ontstaan dat wordt opgevuld door de Talibaan. Hij gaat niet meer naar bed zonder slaapmiddelen. Doordeweeks logeert hij op zijn werk in Peshawar omdat het risico om naar huis te reizen groot is. Nu zijn het niet de drones die hem wakker houden, maar de zorg om zijn familieleden in Rezaq.

Fahan (24), die zijn achternaam niet geeft, ontsnapte twee jaar geleden aan de drones toen hij hoorde dat hij was aangenomen aan de universiteit van een grote stad. Maar nu woont hij weer in Zuid-Waziristan. „Ik moest terugkomen om mijn familie te ondersteunen. Ons inkomen komt uit de 300 geiten die we hebben. Zelfs de dieren zijn bang voor de drones. We willen weg, maar niemand wil onze geiten kopen. De meeste mensen zijn al gevlucht.”

Hij is in Peshawar om zijn zus te laten behandelen. Ze is zo nerveus dat ze niet meer voor haar kinderen kan zorgen. „Ze wast continu kleren, ook als ze schoon zijn. Mobiele telefoons gooit ze kapot. Ze denkt dat ze drones aantrekken.” Het ging mis met zijn zus nadat een bevriende familie getroffen werd door een drone-aanval, zegt hij. .

„De drone-aanvallen creëren paniek in de hele regio. De VS zijn harteloos, wreed en dom. Zo zullen ze de oorlog niet winnen”, vertelt dokter Shafique in zijn behandelkamer. Vermoedelijk heeft zo’n 70 procent der inwoners psychische klachten door het geweld.

De mensen klagen over pijn op de borst, hartkloppingen, ademnood en slapeloosheid. „Dat zijn kenmerken van angst en posttraumatische depressie. Mensen hebben de verschrikkelijkste dingen gezien die ze niet goed kunnen verwerken.”

Het zijn niet alleen de drones, benadrukt hij. Ongeveer een tiende van zijn patiënten zegt vooral de Talibaan te vrezen. „Wat me geschokt heeft, zijn de verhalen over ons eigen leger. Mensen vertellen over militairen die hen slaan. Die hun huizen verwoesten. ”

„Het leger neemt vaak mannen mee voor verhoor. Sommigen zien we nooit meer terug”, vertelt Fahan. Ook de Talibaan zorgen voor angst. „Ze eisen onderdak en voedsel. Onze traditie verplicht ons hen dat te geven, maar als ze in je huis zijn, kan er een raket komen.”

„Veel mensen haten de Talibaan zo erg, dat ze in principe achter de drone-aanvallen staan”, zegt Salam. „Maar de onschuldige slachtoffers, die kunnen we niet accepteren.”

Net toen hij weer wat controle begon te krijgen over zijn herinnering aan de aanval in Mir Ali, deed hij een nieuwe traumatische ervaring op. Talibaanstrijders stopten de bus waarin hij reisde. De passagiers moesten toekijken hoe een man die van spionage werd beschuldigd, werd terechtgesteld. „Ze sneden zijn hoofd af met een groot mes.” Salam weet waarom het leger niet ingrijpt als Talibaan-groepen iemands hoofd afzagen. „Het leger noemt hen ‘de goede Talibaan’. Ze plegen alleen aanvallen in Afghanistan, tegen de NAVO. Zolang ze Afghanistan zwak houden en geen aanslagen plegen in Pakistan, laat ons leger ze begaan.”

Tot ergernis van de Amerikanen treden de Pakistanen nauwelijks op tegen Afghaanse Talibaanstrijders op hun grondgebied, maar vooral tegen de Tehrek-e-Taliban (TTP), een verzameling Pakistaanse jihadistische strijdgroepen die het bestrijden van de goddeloze Pakistaanse staat tot belangrijkste doel heeft.

Tegelijkertijd is Pakistan betrokken bij de Amerikaanse drone-aanvallen, hoe hard de overheid ook protesteert na elke raketinslag. In het rapport Drones: Myths and Reality in Pakistan , dat dinsdag werd gepubliceerd door de gerenommeerde International Crisis Group (ICG), wordt gesteld dat verschillende Pakistaanse regeringen hun goedkeuring verleenden aan de drone-aanvallen.

De ICG concludeert dat niet de drone-aanvallen, maar het optreden van het Pakistaanse leger in de tribale gebieden tot de grootste problemen leidt. In 2009 vluchtte ruim een miljoen mensen, een derde van de bevolking. Het leger beschouwde iedereen die na waarschuwingen niet was vertrokken, als „sympathisant van de militanten en dus als gelegitimeerd doelwit”, aldus ICG. Nog steeds zijn ruim 750.000 inwoners niet teruggekeerd.

Misschien is er een uitweg. Volgens ICG kan Pakistan de VS tonen dat de drone-aanvallen niet nodig zijn. Dat lukt alleen als Pakistan een einde maakt aan de anarchie in de tribale gebieden,er een normaal gezag vestigt en er investeert. Nog steeds zijn stamoudsten er de baas. Geïnvesteerd wordt er nog steeds niet. Slechts 17 procent kan er lezen en schrijven en er zijn geen volwaardige ziekenhuizen.

„Er zijn in ons gebied geen functionerende scholen. Ze willen ons achterlijk houden zodat ze ons kunnen inzetten wanneer ze willen”, zegt Fahan. „ „Nu laten ze ons tegen de Amerikanen vechten, maar die zijn te machtig. We kunnen hen niet dwingen de drone-aanvallen te stoppen. We moeten zorgen dat wij, de bevolking zelf, de Talibaan eruit gooien.”