Column

Hulpeloze empathie

Zat in Augustinus te lezen, zo maar. Het is leuk zo’n levendige stem te horen van zo lang geleden – meekijken met ogen uit de vierde eeuw, dat kan niet zo vaak. Een boek als het zijne is toch een soort tijdmachine. Bijvoorbeeld waar hij schrijft over een vriend die in Rome rechten studeerde. Die vriend had een hekel aan de gladiatorenspelen maar op een dag werd hij door vrienden meegenomen. Hij stribbelde tegen, zei dat hij niet zou kijken, sloot zijn ogen toen het begon. Maar op een gegeven moment brulde en schreeuwde de massa zo enorm dat hij toch zijn ogen opendeed, uit nieuwsgierigheid.

Augustinus schrijft dat de wond die op dat moment in de ziel van zijn vriend werd geslagen dieper was dan de wond in het lichaam van de gladiator naar wie hij wilde kijken.

Je denkt dus te zullen gaan lezen dat de vriend tot in het diepst van zijn ziel geschokt was door wat hij zag. Maar nee! Hij was vanaf dat moment in de ban van de spelen, „hij keek, hij schreeuwde, hij raakte in vuur en vlam en nam de waanzin mee naar huis die hem prikkelde om terug te gaan”.

Zo ging dat. En zo is het natuurlijk eeuwen lang gegaan. En nog steeds – wreedheden en executies, er zijn mensen die er graag naar kijken. En eerlijk is eerlijk, ook als je er misselijk van wordt, gaat er een vreemde fascinatie uit van zulke dingen, alsof je toch wilt weten, wilt zien, terwijl je tegelijkertijd niet wilt dat het bestaat. Waar dat op wijst zou ik niet weten. Je kunt er zoveel uitleg aan geven als je wilt – van angstbezwering tot medelijden of zelfs wellust.

Tegelijkertijd heb je de neiging weg te kijken. Neem Syrië. Wie behoefte heeft aan het kijken naar wreedheid, zou daar zijn of haar hart op kunnen halen. Aan één stuk door gebeuren daar verschrikkelijke dingen, maar omdat wij in ons deel van de wereld geen partij weten te kiezen, beland je in een onpeilbaar gevoel van ontzetting en doe je juist de luiken van de ziel dicht. Syrië is daarginds. Dat moet ‘uitzieken’.

Tegenover zulke reacties heeft Augustinus ook niet zoveel te zeggen. Hij richt zich, zoals alle leraren die ons willen leren goed te leven, op wat je zélf kunt doen. In het geval van Augustinus is dat: je vertrouwen geheel en al op God stellen.

Dat doen sommige mensen in Syrië ook. Het helpt ze niet en ons ook niet. Zulk vertrouwen kan hooguit, in het beste geval, helpen iets te verdragen. Al is wat daar gebeurt onverdraaglijk.

Maar verdragen is in het geval van buitenstaanders in Europa geen voor de hand liggende weg. Het zou nogal vreemd zijn om te gaan beweren dat je in staat bent om, al of niet met goddelijke hulp, het geweld daar, hier te kunnen verdragen. Dat lijkt wel de meest bizarre en onmenselijke uitweg van allemaal. Maar stoppen kunnen we de wreedheden evenmin.

Wat dan? Doen wat we allemaal doen, op een paar dappere en hulpvaardige mensen na: negeren.

Is het iets moderns, het uitbreiden van de empathie, het schuldgevoel, het meeleven naar mensen ver buiten ons gezichtsveld? Ik bedoel natuurlijk niet dat ik het niet beschaafd vind dat we proberen naar vermogen ervoor te zorgen dat andere mensen op de wereld ook een goed leven leiden. Maar zoals je vroeger kon uitkomen voor het verlangen wreedheden te aanschouwen, en daarin ‘bediend’ werd, met gladiatorengevechten en openbare executies, zo word je nu geacht om hulpeloos mee te leven met mensen die je op geen enkele manier kunt helpen.

Augustinus meende dat God zijn vriend op een gegeven moment had ‘losgewoeld’ uit die verkeerde hartstocht voor de spelen. Augustinus zag alles als van Godswege gegeven. Zelfs ‘de weldaad van de moedermelk’ kwam niet van zijn moeder of zijn voedster want die „vulden hun borsten niet zelf”. Dat was ‘U’.

Interessant is dat toch. Dat mensen altijd proberen te zien wie ze zijn en wat ze zichzelf toe kunnen rekenen en wat niet. Je kunt je niet goed voorstellen dat er dieren zijn die zich zorgen maken over of het de verdienste is van hun moeder dat ze hun melk geeft. Dieren drinken gewoon.

En ze maken zich ook niet druk over het lot van andere dieren buiten hun bereik. Primatoloog Frans de Waal heeft al vaak genoeg duidelijk gemaakt dat dieren heel goed in staat zijn tot empathie, tot hulpvaardigheid en zelfopofferend gedrag. Maar apen kijken niet op televisies naar vechtende apen aan de andere kant van de wereld. Laat staan dat ze zich daar schuldig over zouden voelen. Er is geen uitweg uit dit zelf opgeworpen probleem. Ik denk dat Augustinus zoiets een verwarring van de geest zou vinden, en God zou danken als Hij hem daarvan verloste.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad.