Hommeles in de eurotrojka

Drie instanties trekken samen op om de eurozone te redden: Europese Commissie, IMF en ECB. Maar van harte gaat dat niet. Een Brusselse denktank pleit voor verandering.

Portugees protest tegen de trojka die het land van de financiële problemen moet verlossen. Foto AFP

Bankspecialisten van de Europese Commissie bepleiten een totaal andere oplossing voor probleembanken in Portugal dan hun collega’s van het IMF. Vorig jaar drong het IMF aan op ‘haircuts’ voor Griekse obligatiehouders – zij zouden een deel van hun geld kwijtraken. Terwijl de Europese Centrale Bank alles deed om zoiets te voorkomen. En in de beruchte nacht waarin werd besloten dat bankrekeninghouders op Cyprus moesten meebetalen aan de redding van het land, stonden Commissie en IMF als kemphanen tegenover elkaar.

Mensen denken soms dat de gevreesde trojka, die landen bezuinigingen en hervormingen oplegt om ze weer op de rails te krijgen, als één coherent team functioneert. Naar buiten toe proberen de drie partijen dit beeld ook zo goed mogelijk op te houden. Maar feit is: dat is steeds minder het geval.

„Dat is niet verwonderlijk”, zegt econoom André Sapir van de denktank Bruegel in Brussel. Samen met collega’s Jean Pisani-Ferry en Guntram Wolff publiceerde hij afgelopen week een lijvige evaluatie van het werk van IMF, Commissie en de ECB in crisislanden Griekenland, Ierland en Portugal. „Toen de crisis uitbrak, had Europa geen institutioneel mechanisme om die te lijf te gaan. Er was geen tijd om een solide mechanisme op te zetten. Landen moesten snel handelen. Dus zetten ze deze drie partijen bij elkaar. Alle drie hebben andere mandaten en grondregels. Hun economen ‘in het veld’ werken soms uitstekend samen, maar aan de politieke top kunnen principes hevig clashen.”

De Commissie kwam in de trojka omdat zij budgetten en economieën van lidstaten in de gaten houdt en landenrapportages maakt. Ook bewaakt de Commissie de interne marktregels, die bij het saneren van landen gerespecteerd moeten worden. De ECB zit in de trojka omdat ze verantwoordelijk is voor de monetaire politiek in de eurozone. De bank betaalt niet mee aan leningen voor Griekenland, Ierland en Portugal. Maar indirect houdt zij met miljardensteun aan banken het eurosysteem overeind. Het IMF werd erbij gehaald omdat zij, anders dan de andere twee, ervaring heeft met het ‘oplappen’ van landen en omdat de eurocrisis wereldwijd impact had. Bovendien betalen Europese landen contributie aan het IMF, en konden ze dat geld eindelijk voor hun eigen continent aanspreken. Ten slotte waren vooral Duitsland en Nederland bang dat de Commissie en de ECB niet hard genoeg durfden te zijn. Het IMF was onafhankelijk.

Het Bruegel-rapport windt er geen doekjes om: het IMF kan in Europa zijn rol niet goed vervullen. Normaliter trekt het alleen een land in en stelt het een ‘dieet’ op om schuld snel terug te dringen: bezuinigingen, hervormingen en monetaire ingrepen. Dat laatste kan in de eurozone niet: daar gaat de ECB over. Dit beperkt de mogelijkheden van het IMF om snel schulden van een land te reduceren. Als Cyprus had kunnen devalueren, had de financiële sector minder geld hoeven ophoesten. Nu hamerde het IMF daar keihard op. Maar de Commissie protesteerde: dan konden banken in andere landen ook gaan schuiven. De Commissie moet juist naar de financiële stabiliteit in heel Europa kijken. Hetzelfde conflict speelde rond de schuldreductie van Griekenland: het IMF kon volgens zijn huisregels geen cent meer aan Athene lenen als de Griekse schuld niet drastisch werd teruggedrongen. Maar ECB en Commissie vreesden dat beleggers uit de hele zuidelijke eurozone zouden wegvluchten uit angst dat zij later óók zouden worden geschoren. Dit zou de hele eurozone destabiliseren. Dit is precies wat in 2011 gebeurde.

De Commissie heeft twee petten. Zij moet het Europees belang en de interne markt bewaken. Én ze moet namens eurolanden de bilaterale leningen tot een minimum beperken – ofwel voor zeventien regeringen wier eigenbelang vaak haaks staat op het Europese belang.

De drie economen adviseren om op termijn een Europees Monetair Fonds op te richten. Dat kan het IMF vervangen. Het bestaande noodfonds kan in een EMF gevouwen worden, dat een soort euroministerie van Financiën wordt.

Voor het zover is zou het IMF minder geld in Europa moeten steken. Dat kan „zonder dat het programma meteen instort”, zegt co-auteur Guntram Wolff. De ECB zou geen rapporten en evaluaties meer moeten tekenen om haar onafhankelijkheid te waarborgen. Nu tekent ze soms met tegenzin. De ECB „moet als ‘stille partner’ in de trojka blijven omdat zij zo cruciale informatie krijgt en omdat ze indirect een grote financier is.”

Bij alle drie de organisaties heeft het rapport heftige interne discussies opgewekt. Als dit al leidt tot veranderingen in de trojka, zal ook dit waarschijnlijk niet zonder slag of stoot gebeuren.