Het dansorgel herrijst uit zijn as, met dank aan een dj-duo

Vlaamse dj’s reanimeren het kitscherig muzikale erfgoed van het dansorgel tot een bombastische festivalact. „Voor dub-discokikkers”.

Discodansorgel van Decap in de fabriek in Herentals. Foto’s Ans Brys

De barokke façade van het orgel vult een volledige wand van de fabriekshal in Herentals, bij Antwerpen. Groene en rode discolampen lichten een onbemande band op: twee blinkende accordeons, twee xylofoons, een vleugel en een drumstel. Er zitten 250 orgelpijpen in verwerkt; de meeste Decap-orgels die de fabriek verlaten hebben er al gauw duizend. Ondanks zijn afmetingen van acht bij drie meter is dit een relatief licht reisorgel. Er wordt weer mee opgetreden. Want het Vlaamse orgel is terug op de dansvloer.

Dankzij een dj-duo en de innovaties van de vierde generatie van de Decap-familie wordt het kitscherige muzikale erfgoed gereanimeerd tot een bombastische festivalact, zoals dit weekeinde te horen op Spring Utrecht. De dj’s van Decap Beat Machine noemen het: „orgelmuziek voor dub-rave-steppers en andere discokikkers”.

Het is niet de eerste keer dat het dansorgel uit zijn as herrijst. In de jaren twintig was de Decap het toonbeeld van de nieuwe tijd: innovatief en in staat om de laatste danssensaties in cafés en spiegelzalen te laten horen. De beste danscafés van Vlaanderen en het zuiden van Nederland hadden een mechanisch orkest tegen de wand staan. Maar de crisis en de jukebox maakten het dansorgel tot een duur en lomp ding dat geen functie meer had.

Totdat het tussen 1960 en 1980 weer opbloeide, ditmaal niet als viering van moderne tijden, maar als bejaardenactiviteit. „De mensen die het kenden uit hun jeugd waren met pensioen”, zegt Tony Decap. „En busmaatschappijen organiseerden uitjes naar de dancings.” Hij heeft in zijn jeugd nog de draaiboeken gestanst die de nieuwste deuntjes uit het orgel lieten klinken.

In de jaren tachtig stierf het orgel opnieuw. Tony Decap: „De energiecrisis maakte het duur en ook de wet op de dronkenschap speelde een rol. De ouderen die in het weekeinde met eigen vervoer naar dancings gingen, konden geen pintje meer drinken. Ze kwamen niet meer. En wij kwamen zonder werk te zitten.”

Het bedrijf Decap bestond al sinds 1895. Tony kon zich er niet bij neerleggen dat het familiebedrijf enkel nog museale stukken zou kunnen restaureren. Als Decap weer het innovatieve bedrijf zou worden dat het ooit was, zou er weer een markt voor het dansorgel zijn. Ook al zagen orgelliefhebbers er niets in, toch ging hij op zoek naar digitale toepassingen. De afgelopen jaren deed hij aanpassingen. Daardoor is de orgel niet alleen via de computer aan te sturen, maar is de klank ook minder hoekig geworden. Er kwam dynamiek in het geluid, in plaats van de oude beperkte keuze tussen aan of uit. „Let op, wat je nu ziet, heeft nog het uiterlijk van het oude orgel. Maar dat is het al lang niet meer.”

Ja, het orgel kan echt heel goed klinken, beamen dj’s Igor de Kok en Philippe van de Gehuchte. En dat is eigenlijk jammer, vinden zij. Het houterige vonden ze juist zo leuk. Ze kenden de dansorgels uit hun jeugd in de Kempen, toen ze achter de vensters de bejaarden zagen dansen. Later kwamen ze op rommelmarkten platen met Decap-hits tegen. Om dat geluid goed te samplen, zochten ze naar een werkend orgel en kwamen ze in de fabriek bij Tony terecht.

De Kok: „Juist het mechanische geluid geeft het voor ons rock ’n roll. Maar we hebben ook heel veel aan Tony’s innovaties. Daardoor kunnen we aanslaggevoelige drums gebruiken of een toon laten vibreren. Dat hebben we nodig voor ons dance-geluid. Wat niet kan doen we met synthesizers, maar ook die worden aangedreven via hetzelfde algoritme als we hebben ontwikkeld voor de orgelpijpen.’’

Met veel experimenteren, ombouwen en aanpassen, kreeg Decap Beat Machine gestalte. Decap gaat weer on the road. De twee producers, hun laptop en de videoshow worden onderdeel van het orgel. Ze jagen de nieuwste hits door de pijpen, volgens de traditie. De Kok: „We hebben een bewerking van Get Lucky gemaakt, de hit van Daft Punk. Het blijft zoeken, want eigenlijk is dat nummer iets te funky. Je hebt bombast nodig om dat orgel echt goed tot zijn recht te laten komen.” Ze maken ook eigen, nieuwe nummers: de laatste dansbeats met een combinatie van computersoftware, kitsch en oud mechaniek.

Tony Decap innoveert ondertussen verder samen met zijn broer. Hij heeft een bescheiden huiskamerversie van het orgel ontwikkeld die is aan te sturen via de iPad. „Omdat het nu zoveel dynamischer klinkt, word je ook niet meer uitgelachen door je vrienden als je zegt dat je van Decap houdt. En het ziet er niet meer uit als een kermisattractie. Zo hebben we ze in mooie crèmekleuren, zodat ook vrouwen het mooi vinden als meubel in huis.”

De instrumenten van Decap spelen een hoofdrol in H, an incedent, op Spring Utrecht (24 en 25/5). Decap Beat Machine sluit het festival zaterdag af in de Stadsschouwburg. Inl: www.springutrecht.nl