Geen wc-papier, geen kip of meel in Venezuela

Venezuela heeft vijftig miljoen rollen wc-papier nodig. Het is een symbool voor het groeiende tekort aan dagelijkse artikelen in het olierijke land.

De wereld maakt zich vrolijk over de Venezolanen die hun billen niet kunnen afvegen en hun regering die met de billen bloot moest. Zo groot zijn de tekorten in het Latijns-Amerikaanse land dat het parlement woensdag tot een lening van 79 miljoen dollar besloot voor de aanschaf van tandpasta, zeep en ja, vijftig miljoen rollen wc-papier.

Het besluit, en de run op wc-papier in winkels in de weken ervoor, tekenen de verslechterende situatie in Venezuela. De krappe verkiezingsoverwinning van Nicolas Maduro, politieke erfgenaam van de begin 2013 overleden, charismatische populist Hugo Chávez, heeft niet voor meer politieke stabiliteit gezorgd – onlangs gingen parlementariërs nog met elkaar op de vuist. Ook de economie staat er niet florissant voor. De tekorten zijn zo nijpend dat de centrale bank in 2009 een schaarste-index begon, die de Wall Street Journal onlangs publiceerde. Die index fluctueerde ook onder Chávez al flink, maar afgelopen maand werd een record van 21 procent bereikt. Dit betekent dat van de honderd alledaagse goederen er 21 niet of nauwelijks verkrijgbaar zijn.

Voor alledaagse boodschappen als bakolie, kip, melk en suiker lopen Venezolanen de winkels af en staan ze soms halve dagen in de rij bij winkels waar nog wel wat is. Zelfs maismeel, het ingrediënt voor arepas, het dikke pannekoekje van gekookt deeg dat het nationale basisvoedsel is, is vaak niet of nauwelijks te krijgen. Tegelijkertijd worden Venezolanen geplaagd door een hoge inflatie en door stijgende voedselprijzen, in april 6,4 procent hoger dan vorig jaar. „Het is triest als een rijk land als Venezuela dit punt bereikt,” zei een vrouw in Caracas, Yenny Caballero, tegen het persbureau AP. „Het gaat om basisproducten die iedereen zou moeten kunnen kopen.”

President Maduro beloofde deze maand meer met het bedrijfsleven samen te werken. Volgens AP had hij vorige week een ontmoeting met de miljairdair Lorenzo Mendoza, de baas van Venezuela’s grootste voedselonderneming, Polar. Ook sloot hij op zijn eerste buitenlandse reis een aantal handelsovereenkomsten met Argentinië, om meer Venezolaanse olie te exporteren in ruil voor Argentijns vlees en graan. Toch lijkt Maduro voorlopig niet in staat de oorzaken van de schaarste aan te pakken, die grotendeels een erfenis lijken van het Chávez-tijdperk.

Chávez wist in het ruime decennium dat hij aan de macht was (1999-2013) met subsidies, voedselprogramma’ s en goedkope supermarkten voor de armen het percentage ondervoeden in Venezuela sterk terug te dringen, van 15 naar 5 procent, volgens de VN-organisatie FAO.

Toch zijn de huidige tekorten volgens de meeste economische analisten het gevolg van zijn economische koers. Chávez probeerde het verschil tussen arm en rijk terug te dringen door de voedselprijzen per decreet te verlagen, waardoor fabrikanten onder de kostprijs moesten produceren. Ook verwaarloosde hij andere sectoren dan olie, waardoor Venezuela inmiddels voor zeventig procent afhankelijk is van voedselimport. Volgens het onafhankelijke statistiekbureau Venezuelaanalysis zou Venezuela zelfvoorzienend kunnen zijn als niet zo veel grond braak lag. Van de 92 miljoen hectare wordt volgens de Wereldbank maar 3 miljoen benut. Dat komt vooral door de latifundios, grootgrondbezitters die hun land braak laten liggen totdat ze er iets lucratiefs mee kunnen doen. Brazilië heeft belangstelling getoond, en ook de Chinese vice-president Li Yuanchao kwam al eens kijken op het platteland. Oppositieleider Henrique Capriles pleitte in de campagne dan ook voor een gevarieerdere economie. „Wij hebben dertig miljoen hectare vruchtbaar land. We importeren vis, en kijk eens hoe lang onze kustlijn is!”

Venezolaanse importeurs kunnen bovendien steeds minder kopen met hun geld: de Venezolaanse munt, de Bolivar, is de afgelopen jaren verschillende malen gedevalueerd. In februari werd weer een devaluatie van 32 procent doorgevoerd. De inflatie in Venezuela is met 25 procent de hoogste in Latijns Amerika.

Nicolas Maduro probeert intussen daadwerkelijk iets aan het probleem te doen, maar zijn politieke slagkracht in het totaal verscheurde land is beperkt. Voorlopig munt zijn regering nog vooral uit in de chávistische retoriek waarmee het probleem weggeredeneerd kan worden. Minister van handel Alejandro Fleming zei vorige week tegen het Venezolaanse staatspersbureau dat er helemaal geen tekorten zijn, alleen „een excessieve vraag en nerveus aankoopgedrag bij de bevolking, als gevolg van een mediacampagne.”