Fischer, Spassky en moord

Arnaldur Indriðason: Schemerspel. Vert. Adriaan Faber. Q, 280 blz. € 19,95****

In 1972, tien jaar na de Cubacrisis, zette de dooi die in de Koude Oorlog was ingetreden, door in een onwaarschijnlijke vorm, op een onwaarschijnlijke plaats. Het excentrieke Amerikaanse schaakwonder Bobby Fischer daagde regerend wereldkampioen Boris Spassky, vertegenwoordiger van de al tientallen jaren durende schaak-suprematie van de USSR, uit tot een duel.

De Sovjet-Unie nam de handschoen op en als locatie voor ‘the match of the century’ koos men voor hetzelfde neutrale terrein waar Reagan en Gorbatsjov later het begin van het einde van de Koude Oorlog inluidden: Reykjavík. In Schemerspel, het elfde boek van de beste IJslandse thrillerschrijver Arnaldur Indriðason, is dit mondiale mediaspektakel de achtergrond van een fascinerend moordonderzoek. Rechercheur van dienst is Marion Biem, de latere mentor van Indriðasons reguliere hoofdpersoon Erlendur Sveinsson. Zij krijgt in de andere boeken weinig ruimte, maar in Schemerspel kan haar personage ademen en dat is welkom.

Marion krijgt de leiding over het onderzoek naar een absurde moord. Ragnar, zeventien jaar, wordt na de voorstelling in een bioscoopzaal aangetroffen met twee fatale steekwonden middenin het hart. Motief en daders ontbreken, evenals Ragnars bandrecorder. In het prachtig kale proza van Indriðason voltrekt zich ouderwets speurwerk; overtuigend, lineair verteld met rustige ondervragingen, gevonden sigarettenpakjes en rumflessen met vingerafdrukken. Klassiek en effectief.

Het moordonderzoek breidt zich langzaam uit richting de beladen match tussen Fischer en Spassky en krijgt politieke connotaties. Want zo heel neutraal blijkt IJsland – met zijn VS-basis en een potentieel explosief conflict met Engeland over kabeljauwquota – nu ook weer niet en Marion en collega Albert betreden in de finale een spannend internationaal diplomatiek mijnenveld.

Zoals in alle boeken van Indriðason krijgt het geestelijk leven van de hoofdpersonen en de invloed daarop van de onbarmhartige IJslandse natuur veel aandacht. De flashbacks waarin Marions kwakkelende jeugd wordt geschetst bevatten de mooiste passages van het boek. IJsland zuchtte indertijd onder tuberculose, waarvan ook heel jonge kinderen slachtoffer werden. De emotionele effecten van de behandelingen die Marion en haar vriendinnetje Katrín ondergaan in de kliniek waar ze langdurig verblijven, worden hartverscheurend mooi beschreven. Er zijn weinig thrillerschrijvers die zieke kinderen met oprecht doodsverlangen op hun ‘jonge voetjes’ aarzelend richting de verdrinkingsdood kan laten lopen, of een kind in de mond kan leggen dat ‘het makkelijker is in God te geloven als je weet dat Hij niet bestaat’, zonder afgrijselijk larmoyant te worden. Indriðason veroorzaakt een brok in de keel.