‘Energiebeleid is zoektocht naar green & clean’

De noodzaak voor een nieuw energiebeleid is groot. De uitstoot neemt toe en Europa raakt economisch achterop. Shell-directeur Dick Benschop hekelt het zigzagbeleid van de afgelopen regeringen.

MAASVLAKTE - Bouwvakkers gebruiken donderdag de grootste palenkraker van Europa voor het koppen snellen van funderingspalen voor de nieuwe elektriciteitscentrale van E.ON op de Maasvlakte. Deze kolen/ biomassa-centrale produceert stroom van poederkool en wordt gebouwd op 600 funderingspalen. De centrale krijgt een netto capaciteit van 1.070 MW en gaat circa 7% van het binnenlandse elektriciteitsberbruik produceren. ANP PHOTO COPYRIGHT TON BORSBOOM Ton Borsboom

De paradox ontgaat niemand. Terwijl beleidsmakers in heel Europa plannen bedenken om meer duurzame energie in te voeren, draaien de sterk vervuilende kolencentrales op volle toeren. Vaak bijgestookt met biomassa om de centrales een groen tintje te geven.

De schonere centrales waar gas gebruikt wordt om elektriciteit op te wekken, staan stil en worden zelfs gedeeltelijk ontmanteld, zoals de spiksplinternieuwe Enecocentrale op de Maasvlakte.

De vondst en exploitatie van schaliegas in de Verenigde Staten heeft de energiewereld op zijn kop gezet. De Amerikaanse industrie leeft op dankzij goedkoop schaliegas, in Europa blijft de crisis hardnekkig hangen. De verleiding om goedkope steenkool uit de Verenigde Staten te stoken, is groot. Met alle gevolgen van dien. Terwijl de uitstoot van het schadelijke CO2 in de VS vanzelf terugloopt, neemt de emissie in Europa alleen maar toe.

Een poging om de Europese emissiehandel nieuw leven in te blazen door de emissierechten te beperken – en het prijskaartje van de uitstoot te verhogen – strandde onlangs in het Europese Parlement. Het doel om in 2020 een reductie van de uitstoot te realiseren met 20 procent ten opzichte van de uitstoot in 1990, komt daarmee niet dichterbij.

Duurzaam energiebeleid en economische crisis gaan moeilijk samen. Toch wordt er op tal van plaatsen gewerkt aan nieuw beleid. De fossiele brandstoffen als olie en gas zullen op een dag op zijn, terwijl de vraag naar energie alleen maar zal groeien naarmate Azië, Afrika en Latijns-Amerika zich verder ontwikkelen. Zo verwacht Shell dat de vraag naar energie in 2050 zo’n 80 procent hoger zal liggen dan nu.

De lidstaten van de EU spraken woensdag over een nieuwe EU-strategie om tegelijkertijd de energieprijzen naar beneden te brengen en minder afhankelijk te worden van import. Maart volgend jaar moeten de contouren van een gezamenlijke energiemarkt af zijn.

In Nederland wordt onder leiding van de SER gewerkt aan een breed energieakkoord dat in 2020 moet hebben geleid tot een aandeel van 16 procent duurzame energie. Op dit moment is dat nog slechts 4,4 procent.

Er wordt tussen industrie, overheid en milieuorganisaties gesproken over een langetermijnbeleid dat standhoudt in politiek onzekere tijden. Of, in de woorden van Dick Benschop, president-directeur van Shell Nederland, „zonder iedere twee jaar als er weer een nieuwe regering komt, een zig en dan weer een zag in het beleid”.

Shell zit zelf niet aan tafel bij de SER, maar laat via de werknemersorganisatie VNO-NCW, en in directe contacten met Natuur en Milieu en de elektriciteitsbedrijven wel zijn mening horen. En die is dat er voor gas een belangrijke rol is weggelegd in de overgang van fossiel naar duurzaam. Een standpunt dat voor een deel van de milieubeweging vloeken in de kerk is: gas is fossiel, dus slecht.

Bovendien heeft Shell grote belangen bij gas. De energiegigant produceert sinds kort meer gas dan olie. Maar in een vraaggesprek met deze krant draait Benschop het argument om. Waarom investeren we zo veel in gas? Omdat we zien welke rol gas gaat spelen!

Wat wil Shell precies?

„Dat er naar de relatie tussen kolen en gas gekeken wordt. Als we alleen naar ‘hernieuwbaar’ kijken maar alle oude kolencentrales openhouden, zijn we fout bezig. Zeker als we veel gesubsidieerde biomassa bijstoken om de hernieuwbare doelstelling te halen. Dat is een duur en onaantrekkelijk scenario. Daarom moeten we breder kijken. Het zou goed zijn als er een afspraak uitkwam om de hoeveelheid biomassa in kolencentrales te beperken, of een aantal oude kolencentrales te sluiten.”

Waarom moet de biomassa beperkt worden?

„Omdat je anders alle oude kolencentrales gaat openhouden. Dan ga je heel veel geld uitgeven om een doelstelling te halen in 2020 en in 2021 of 2022 gaan die ouwe dingen toch dicht. Wat heb je dan gedaan? Dat is toch geen werkelijke innovatie?

„We moeten ook zorgen dat de warmte-krachtinstallaties [WKK’s, gastgestookte installaties die behalve verwarming ook elektriciteit leveren aan bedrijven en aan het stroomnet, red.] overeind blijven. De helft van de elektriciteit in Nederland wordt opgewekt door WKK’s, waarvan heel veel in de industrie, maar ook in de tuinbouw. Die hebben een hoge efficiency omdat je allebei doet: elektriciteit en warmte genereren. En die zijn op dit moment onrendabel door de lage elektriciteitsprijs. Als deze installaties uitstaan fietsen we natuurlijk heel hard achteruit. Daar moet iets gerichts van steun voor komen. Dat mag ook binnen Europees verband. En het derde is een hervorming van de CO2-prijs. Het is eigenlijk de meest simpele, heldere maatregel met een ongelooflijke impact. Op het moment dat we daar omheen lopen, gaan we of dingen doen die minder effectief zijn, of duurder.”

Maar het Europese Parlement heeft onder druk van het bedrijfsleven tegen hervorming gestemd van het systeem van emissiehandel (ETS).

„Ja, een bizarre stemming. Er is een heel aantal bedrijven, en associaties van het bedrijfsleven in Brussel, die tegen zijn.”

Waarom is Shell voor?

„Omdat wij zien dat dit het belangrijkste werkzame mechanisme is voor klimaatbeleid en dat alternatieven duurder zijn of minder effectief. Wij vinden dat er iets moet gebeuren. Dit is een marktsysteem dat innovatie bevordert, en kan leiden tot kostenefficiënte reducties.”

Shell kan zich permitteren om naar de langere termijn te kijken omdat het financieel zo sterk is. Andere bedrijven hebben moeite het hoofd boven water te houden.

„Ja, we moeten met een CO2-prijs niet het staalconcern Tata uit Nederland wegjagen. Dat moet goed geregeld worden.”

Wie moet er nog overtuigd worden?

„Business Europe, de Europese zakenwereld, chemische industrie met name, die zijn bezorgd over hun concurrentievermogen. Dat is een terechte zorg, maar we moeten twee dingen tegelijk doen: de CO2-prijs verhogen én rekening houden met hun concurrentiepositie. Dat kan binnen het Europese handelssysteem.”

Heeft de komst van het schaliegas de toekomstscenario’s echt door elkaar gegooid?

„Europa had drie veronderstellingen voor zijn milieubeleid. De eerste was dat de wereld heel snel tot een internationale klimaatafspraak zou komen. De tweede dat olie en gas snel zouden opraken of in ieder geval heel snel duurder zouden worden. En de derde was dat we in Europa een concurrentievoordeel zouden halen ten opzichte van de VS door vroegtijdig te investeren in hernieuwbare energie. Deze veronderstellingen zijn niet meer geldig. In een paar jaar tijd is de Amerikaanse CO2-uitstoot met zo’n 7 procent teruggelopen, door kolen te vervangen door gas, zonder beleid. En in Duitsland,het voorbeeld van Europa, loopt de CO2-uitstoot op. Door de steenkolen. Je hebt green nodig, maar ook clean, en gas is nu eenmaal schoner dan steenkool.”

Voorspellingen komen zelden uit. De Club van Rome, eind jaren zestig, had het ook bij het verkeerde eind.

„Het heeft mij geleerd dat je met voorspellingen heel terughoudend moet zijn. Er zijn scenario’s en trends, maar om nou precies te weten hoe dingen over 20 jaar zijn? Een van de interessante dingen uit de Club van Rome was de telefoon, er was niet genoeg koper in de wereld om iedereen een vaste telefoon te geven. Maar de vaste telefoon bestaat nauwelijks meer en we hebben bijna allemaal een mobiele telefoon. Sommige dingen onderschatten we, andere overschatten we.”

Hebben we in Nederland tijd verloren met wispelturig beleid?

„Ja, maar de hele wereld heeft tijd verloren. Kijk, dat zo’n Bardwindpark [boven Schiermonnikoog, red.] van 4 miljard niet gebouwd is, dat geeft helemaal niks. Het is de verkeerde manier, geen beloning voor innovatie. Op het moment dat je een aanvraag indient voor subsidie (SDE), moet je de technologie vaststellen, welke windmolen. Vervolgens duurt het een aantal jaren voor je gaat bouwen. Op het moment dat je iets werkelijk neer gaat zetten is dat verouderd.

„Als we dan toch geld besteden, dan moet je twee dingen doen. Zo goedkoop mogelijk je CO2-uitstoot beperken – door gas en hernieuwbaar – en je hernieuwbare investeringen zo innovatief mogelijk maken. Want daar komt bedrijvigheid uit voort. Gewoon maar een duur windpark neerzetten met Nederlandse subsidie en verouderde molens die ergens anders gebouwd worden, waar dus niks Nederlands bij zit: dat geld kan beter worden besteed.”

Dus het subsidieprogramma voor duurzame energie (SDE) moet anders worden opgetuigd?

„Dat zou veel meer op innovatie gericht moeten zijn en niet alleen op blind halen van doelstellingen.”

Wat moet de politiek doen?

„Als er een goed SER-akkoord komt, en dat is nog niet zeker, dan moet dat gevolgd worden. Dan moet je niet weer eigen punten inbrengen, net als bij het sociaal akkoord. Ik heb zelf in de politiek gezeten, ik begrijp het. Energiebeleid, klimaat, is een groot probleem. Politici hebben de neiging om telkens weer nieuwe dingen te verzinnen.”

Nog even over schaliegas. Zodra het woord valt, staat iedereen in Nederland op zijn achterste benen.

„Ik denk ten onrechte. Als je niet wilt kijken of er winbare hoeveelheden schaliegas in de bodem zitten, schiet je in eigen voet. Je moet wel draagvlak zoeken, zorgen serieus nemen en goeie regelgeving hebben. Maar als dat er allemaal is, zou het moeten kunnen.”

Maar toch is juist die regelgeving een punt. Shell gaat bijvoorbeeld boren in Oekraïne. Daar worden de regels niet altijd even nauw genomen.

„Wij volgen altijd dezelfde regels, waar we ook zijn. Als wij een standaard hebben die we in Amerika gebruiken dan gebruiken we die in Oekraïne ook. We gaan niet risicovoller werken in Oekraïne dan we in Nederland zouden doen.”

Heeft u ook een vraag? Mail naar groen@nrc.nl of twitter @GroenNRC. Foto’s Thomas Bokeloh