De zee is een ziek zootje

Nederzetting van Kuna-indianen, in de San Blas-archipel bij Panama

Er zijn mensen die graag met haaien zwemmen. Zomaar, in open water, of opgesloten in een kooi. Komt zo’n haai de kooi rammen, dan is dat als experience mooi meegenomen. Andere toeristen krijgen er een kick van als ze vanuit een rubberbootje de neus van een walvis mogen aaien. Aardig als vakantiekiek.

Mensen die met haaien zwemmen houden vaak ook van steile bergen beklimmen en bungee jumpen. Ze schijnen niet zoveel emoties gewaar te worden, tenzij er risico’s in het geding zijn. Als de adrenaline door het lijf gutst leven ze ten volle.

Wie het zonder die fysieke kicks kan stellen en moeiteloos wil reizen doet er goed aan De mens en het water aan te schaffen. Een spectaculair boek met honderden dubbelpaginagrote, wonderschone foto’s: luchtopnamen, zover het oog reikt, van wereldwijd verspreide, eenzame eilandengroepen, ‘drijvende’ dorpen, lagunes en onafzienbare koralen, vastgelegd in buitenaardse kleuren. En dan zijn er ook de close-ups van parende inktvissen, vliegende roggen en giftige schorpioenvissen die, geëmigreerd via ballastwater, nu als exoot hun territoriumdrift uitleven.

Daarnaast biedt het boek een vracht aan statistische, biologische en wetenschappelijke gegevens. Een willekeurige greep uit het cijfermateriaal: Er liggen een miljoen kilometer aan glasvezelkabels op de zeebodem en zo’n drie miljoen onontdekte schepen en vliegtuigen; er staan 7.000 olieplatforms op zee en jaarlijks komen wereldwijd zo’n 24.000 vissers om. In 2011 zijn 18.000 nieuwe mariene soorten ontdekt en de Filippijnen tellen op een paar vierkante kilometer meer soorten dan alle Europese zeeën bij elkaar. Er bestaan roze kwallentapijten van zo’n honderd vierkante meter en een mosselsoort ter grootte van anderhalve meter. In Namibië zijn in 2012 ruim 90.000 zeehonden dood geknuppeld. Er leven 490 haaiensoorten in de oceanen en jaarlijks slacht men 50 tot 100 miljoen haaien af. Tussen 1950 en 1990 is de visvangst wereldwijd verviervoudigd, naar 90 miljoen ton per jaar. Tegenover één ton vis voor de handel, staat net zoveel bijvangst die overboord verdwijnt. En industriële supertrawlers schrapen per tocht 5.000 voetbalvelden aan zeebodem leeg.

Dit mogen dan schattingen zijn, de zee is een ziek zootje aan het worden, dat is wel duidelijk. En wie zich nu nog nauwelijks bekommert om die onzichtbare kaalslag zal dat na lezing van De mens en het water wél doen. Precies de bedoelinig van de Franse filmer (Planet Ocean) en fotograaf Yann Arthus-Bertrand, oprichter van de GoodPlanet Foundation, die als ambassadeur van het VN-milieuprogramma al jaren een beter beheer van zeeën en oceanen, tweederde van de aarde, bepleit. Voor de uitgebreid toegelichte foto’s in dit ‘feel good and feel bad’-boek tekent vooral de Amerikaan Brian Skerry die zo’n 10.000 uren onder water doorbracht om die wereld in al zijn eldorado-dimensies vast te leggen. Een vis met de vissen.

Behalve achtergrondverhalen over plankton, koraal, fotosynthese, wegkwijnende mangroves en oceanische plastic soup, lichten experts in twaalf interviews nog eens toe wat duurzaam oceaanbeheer in de weg staat, zoals subsidiebelangen en te beperkte, ongecontroleerde milieuwetgeving. Ze slaan je met defaitistische cijfers om de oren, maar ze doen ook voorstellen voor behoud en verbetering van de biodiversiteit; 32 procent van alle visbestanden wordt overbevist of uitgeput.

Al die alarmbellen die trouwens al jaren rinkelen, maar lange tijd niet gehoord werden, hebben inmiddels wel geresulteerd in een aantal recente, internationale verdragen. Die verbieden bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde netten en dynamiet, die beschermen walvissen, stellen visquota en ook veiligheidsvoorschriften in de tankervaart vast. Met gevaarlijke ladingen en giftige afvalstoffen komt die tak van de scheepvaart niet gauw meer weg.

Hoopgevend is ook de uitgebreide aquacultuur van wierteelt en garnalen in Zuid-Oost Azië. En vooral niet te vergeten: het zelfherstellend vermogen van het mariene milieu – visdichtheid vooral – dat zich snel manifesteert zodra zeegebieden tot reservaten zijn uitgeroepen.

Gelukkig zijn er (nog) geen trawlernetten die de hydrothermale bronnen in de diepste diepzee kunnen bereiken. In totale duisternis tieren er rijke ecosystemen; micro-organismen, die hun eigen organisch materiaal maken op basis van chemische verbindingen uit die hydrothermale bronnen.

Inderdaad, er valt nog heel veel te ontdekken in de diepzee, vertelt Daniël Desbruyères van Fremer, het Franse instituut voor zeeonderzoek. Maar pas op: de exploitatie van hulpbronnen daar – olie, gas, methaan – kan noodlottig uit de hand lopen, zoals de jacht op mineralen, en vooral polymetaalsulfiden, die zich rond de hydrothermale bronnen ophouden. Daar is een ware rush op ontstaan.

In de achtergrondstukken komen wel overlappingen voor, in de vorm van dreigende gevaren en nodige maatregelen om verdere verwoesting tegen te gaan. Geeft niet, want tegen het verzieken van alles wat in beeld wordt gebracht, moet met tamtam worden opgetreden. ‘Je moet een piraat zijn om andere piraten te stoppen’, aldus de geïnterviewde Paul Watson, een oprichter van Greenpeace.

Overigens kan de toerist dat zwemmen met haaien en het aaien van walvissen beter achterwege laten. Ze raken niet zelden gewond door de motorbootjes van de kickzoekers.