De psychiater werd haar geliefde

Wie: psychiater Jan S. (64)

Waar: rechtbank Lelystad

Verdacht van: ontucht met patiënten in New York, Engeland, Berlijn, Brazilië en Parijs

Twee keer in zijn loopbaan had psychiater Jan S. patiënten overgenomen van collega’s omdat er liefde in het spel was gekomen. Zelf behandelde hij drie- tot vierhonderd patiënten en hij schreef 480 psychologische rapporten over verdachten voordat hij, achter in de vijftig, „hartstochtelijk verliefd” werd op een cliënte. Nu zit hij als verdachte, in stemmig donkergrijs pak, tegenover drie rechters in Lelystad. Het Openbaar Ministerie vervolgt hem voor ontucht met een patiënt die zich aan zijn zorg heeft toevertrouwd.

De vrouw op wie S. zo hartstochtelijk verliefd werd, meldde zich in 2001 als patiënt bij hem. Ze was na vele jaren in het buitenland terug in Nederland en wilde haar leven opnieuw opbouwen. In het buitenland was haar huwelijk op de klippen gelopen en ze was er meermalen met geweld beroofd. Als voorzitter van het Nederlands Psychoanalytisch Genootschap genoot Jan S. aanzien binnen de beroepsgroep. Die moest wel goed zijn, dacht ze.

S. omschrijft zijn patiënte als een „bijzondere vrouw” met „veel artistieke kennis”. „Ze was aantrekkelijk, zeker in haar optreden.” Zijn zus zei over haar: „Een opvallende verschijning, die haar zegje kan doen.” Zelf zegt de vrouw dat ze labiel was en kwetsbaar toen ze de hulp van een psychiater zocht. De aandacht van Jan S. streelde haar ego. „Eindelijk zag iemand mij voor vol aan.”

Het contact tussen de psychiater en zijn patiënte bleef niet beperkt tot de behandelkamer. S. verliet zijn partner, met wie hij al 35 jaar samen was. Tijdens de relatie met zijn patiënte, die minstens vier jaar duurde, reisden ze samen naar wereldsteden. Ze bezochten en organiseerden internationale congressen over Shakespeare, een liefhebberij van hem. Hij deed haar een huwelijksaanzoek.

Vreemd genoeg droeg S. de behandeling van zijn cliënte niet over aan een collega. Dat dit tegen de regels is, noemt Jan S. „zonneklaar”. Maar hij dacht dat hij „de dingen kon scheiden”. Het leidde tot de potsierlijke situatie waarbij de vrouw problemen in haar liefdesrelatie besprak met haar psychiater, die tevens haar geliefde was. S. sprak dan in de derde persoon over zichzelf. Zij bleef gewoon voor de sessies betalen.

Achteraf zegt zij: „Ik heb alles vrijwillig gegeven, maar hij heeft mij er in geduwd.” In 2009 beëindigde de vrouw de relatie. Ze zou er „alles voor geven” om de jaren met S. uit te wissen, schrijft ze in een slachtofferverklaring die de rechter namens haar voorleest. De vrouw zit zelf op de publieke tribune, met haar advocaat. De kunstwerken die ze maakt, verkopen niet meer. „Mensen vinden ze mooi, maar te triest.”

De voorzitter van de rechtbank vraagt S. of de vrouw afhankelijk van hem was geworden tijdens de behandeling. „In psychotherapie ontstaat altijd enige afhankelijkheid”, zegt hij. „Dat is zelfs gewenst.”

In een rapport over psychotherapie dat de rechter aanhaalt, staat dat ‘positieve overdracht’ kan ontstaan. Het betekent dat de patiënt positieve, soms verliefde gevoelens projecteert op de behandelaar. Een psychiater hoort die gevoelens af te laten buigen naar iets of iemand voor wie de gevoelens wel bestemd of geschikt zijn.

Dat is in dit geval dus niet gelukt. En de rechtbank is niet het eerste rechterlijk college waarvoor Jan S. zich moet verantwoorden. Na een klacht van de vrouw bij het tuchtcollege is zijn naam geschrapt uit het BIG-register. Hij mag niet meer als psychiater werken. In een civiele procedure heeft de vrouw een schadevergoeding van 130.000 euro van hem geëist. Ze bereikten een schikking van 60.000 euro. S. is nu een coachingspraktijk begonnen. Dat mag iedereen.

De advocaat van S., Lotje van den Puttelaar, vindt dat met het straffen van S. geen enkel strafdoel meer gediend is. Hij is er al „berooid en bekaaid” vanaf gekomen. Het was volgens haar een „liefdesrelatie, zoals die er zoveel zijn, die slecht is afgelopen”. Het stel „maakte samen reizen, ze waren creatief, bezochten elkaars familie en verrasten elkaar over en weer”.

De officier van justitie noemt een arts-patiëntrelatie „per definitie níét vrijwillig”. De verdachte heeft zich „een psychiater onwaardig gedragen” en daarmee „het aanzien van het beroep geschaad”. Zij eist een werkstraf van 150 uur en een verbod voor S. om nog langer patiënten of cliënten te begeleiden, ook als coach. Al zegt ze er meteen bij dat ze ook geen passende omschrijving heeft voor het begrip ‘coach’.

De rechtbank legt Jan S. de geëiste werkstraf van 150 uur op, maar dan geheel voorwaardelijk. Hij heeft al een „aanzienlijk bedrag” aan schadevergoeding betaald aan de vrouw en is ook „ reeds fors gestraft” door zijn eigen beroepsgroep, die hem het werk als psychiater onmogelijk heeft gemaakt. Daarmee is volgens de rechtbank al voorzien in de wens van de vrouw, dat de man zijn beroep niet meer uit kan oefenen.