De hele dag het geluid van een zwerm bijen

Obama heeft gisteren gezegd dat hij drones zal blijven inzetten Er komen wel strengere eisen voor de inzet ervan Maar hoe is het om onder het continue gezoem van drones te leven?

An X-47B pilot-less drone combat aircraft is pictured as it flies over the aircraft carrier, the USS George H. W. Bush, after being launched from the ship in the Atlantic Ocean off the coast of Virginia, May 14, 2013. The U.S. Navy made aviation history on Tuesday by catapulting an unmanned jet off an aircraft carrier for the first time, testing a long-range, stealthy, bat-winged plane that represents a jump forward in drone technology. REUTERS/Jason Reed (UNITED STATES - Tags: MILITARY SCIENCE TECHNOLOGY) Reuters

Correspondent India & Pakistan

Salam had nog nooit zoiets vreemds gezien. In zijn dorp Rezaq, in een van de conservatiefste streken van Pakistan, rende een jonge, mooie vrouw gillend rond. Ongesluierd. „Ze was gek geworden van angst. We horen de drones dag en nacht, ze kunnen elk ogenblik aanvallen. Niet iedereen kan die angst aan.”

Salam, die zijn achternaam niet wil geven, woont in Noord-Waziristan, een van de door Pashtun-stammen bewoonde gebieden langs de Afghaanse grens. Daar bevechten het Pakistaanse leger en de Talibaan elkaar op leven en dood. Vanuit Amerikaanse drones, op afstand bestuurde vliegtuigen, speurt de CIA de gebieden met camera’s af. Soms vuren ze raketten af op militanten van Al-Qaeda en de Talibaan, die vanuit de tribale gebieden de NAVO-troepen in Afghanistan bestoken.

Veel Pakistanen beschouwen de drone-aanvallen als een schending van hun soevereiniteit. Vaststaat dat bij de aanvallen onschuldige slachtoffers vallen. Hoeveel is niet zeker, want er zijn geen objectieve waarnemers. Getuigen van de aanvallen staan onder druk. De Talibaan hebben er belang bij het aantal onschuldige slachtoffers te overdrijven. De Pakistaanse autoriteiten houden de aanvallen het liefst stil.

De onafhankelijke en niet-commerciële Britse organisatie The Bureau of Investigative Journalism probeert het slachtoffertal bij te houden via lokale mediaverslagen. Volgens de conservatiefste schatting vielen sinds 2004 tot eind april 2013 bij 368 aanvallen 2.541 doden, van wie 411 burgers waren. Onder hen waren 168 kinderen. Er vielen ten minste 1.173 gewonden.

Met angst naar bed

De stammengebieden zijn streng verboden voor buitenlanders en voor Pakistanen die er niet wonen. Omdat Salam werkt in de stad Peshawar, net buiten de stammengebieden, kunnen we hem ontmoeten. Tijdens een rondrit door de stad wijst hij plekken aan waar bommen ontploften. Hier een autobom, daar een Talibaan-militant met een bomvest. Begin april beschoten de Talibaan de stad met 107mm-raketten. Boven Peshawar opereren geen drones, maar de geweldsdreiging is overal.

De Talibaan hebben overal ogen en oren, zegt Wazir. We praten achter gesloten deuren.

„We horen de drones de hele tijd, als een zwerm bijen.” Hij maakt een hard zoemend geluid dat uitmondt in een explosie die hij nabootst met een schreeuw en gezwaai van armen. „Moeders vertellen hun kinderen dat de drones zullen komen als ze ongehoorzaam zijn.”

Drie jaar geleden geleden was Salam (33) op bezoek bij een vriend in Mir Ali. „We wilden net gaan slapen toen er een enorme explosie was. We renden naar buiten om te helpen. Er was een groot vuur. Terwijl we erheen renden zag ik nog een raket aankomen.” Bij die tweede aanval werden kinderen van drie of vier jaar gedood. „Little flowers”, zegt Salam, die zelf jonge kinderen heeft. Hij probeert te vertellen hoe hij de kinderen aantrof. Maar het lukt hem niet. Als hij wat water heeft gedronken, vertelt hij over een andere scène na de tweede aanval die hem is bijgebleven. „Ik zag een man van mijn leeftijd. Zijn onderbenen weggeblazen. Hij probeerde weg te rennen op zijn stompen. Hij maakte geen geluid, hij stond in brand. We durfden niks te doen. Ik trilde helemaal.”

Wat de bewoners van de stammengebieden de stuipen op het lijf jaagt zijn de zogenaamde ‘signature strikes’, aanvallen op niet-geïdentificeerde groepen mannen die gedrag vertonen dat volgens de CIA duidt op terroristische activiteiten. Volgens The Bureau of Investigative Journalism kwamen tussen januari 2009 en oktober 2011 zeker vijftig burgers om bij vervolgaanvallen op reddingsacties en twintig bij aanvallen op begrafenisprocessies. Ook jirga’s, de bijeenkomsten van tientallen stamoudsten, zijn doelwit. Op 17 maart 2011 werd een jirga bestookt in het stadje Data Khel in Noord-Waziristan. Onder de veertig mannen die werden gedood, waren vier militanten.

Salam vertelt dat wegens de dreiging stamoudsten nauwelijks meer samenkomen, waardoor een bestuurlijk vacuüm is ontstaan dat wordt opgevuld door de Talibaan. Hij gaat niet meer naar bed zonder slaapmiddelen en logeert doordeweeks op zijn werk in Peshawar, omdat het risico om naar huis te reizen groot is. Nu zijn het niet de drones die hem wakker houden, maar de zorgen om zijn familieleden in Rezaq.

Fahan (24), die ook niet zijn achternaam wil geven, is in Peshawar om zijn zus te laten behandelen. Ze is zo nerveus dat ze niet meer voor haar kinderen kan zorgen. „Ze wast continu kleren, ook als ze schoon zijn. Mobiele telefoons gooit ze kapot. Ze denkt dat ze drones aantrekken.” Het ging mis met zijn zus nadat een bevriende familie getroffen werd door een drone-aanval, zegt hij. Twee vrouwen die graan aan het oogsten waren, en het dochtertje van een van hen, werden gedood. „Niemand weet waarom ze een doelwit waren.”

Fahan heeft zijn zus meegenomen naar de psychiatrische kliniek van dokter Mian Mohammed Shafique. Het is er druk. Vrouwen in boerka, begeleid door mannen met tulbanden en baarden, zitten te wachten in de hal of verdringen zich voor de balie.

Maar het zijn niet alleen de drones

„De drone-aanvallen creëren paniek in de hele regio. De VS zijn harteloos, wreed en dom. Zo zullen ze de oorlog niet winnen”, vertelt dokter Shafique in zijn behandelkamer. Vermoedelijk heeft zo’n 70 procent van de inwoners psychische klachten door het geweld. De mensen klagen over pijn op de borst, hartkloppingen, ademnood en slapeloosheid. „Dat zijn kenmerken van angst en posttraumatische depressie. Mensen hebben de verschrikkelijkste dingen gezien die ze niet goed kunnen verwerken.” Het zijn niet alleen de drones, benadrukt hij. Ongeveer eentiende van zijn patiënten zegt vooral de Talibaan te vrezen. „Wat me geschokt heeft, zijn de verhalen over ons eigen leger. Mensen vertellen over militairen die hen slaan. Die hun huizen verwoesten.”

„Het leger neemt vaak mannen mee voor verhoor. Sommigen zien we nooit meer terug”, vertelt Fahan. Ook de Talibaan zorgen voor angst. „Ze eisen onderdak en voedsel. Onze traditie verplicht ons hun dat te geven, maar als ze in je huis zijn, kan er een raket komen.”

„Veel mensen haten de Talibaan zo erg, dat ze in principe achter de drone-aanvallen staan”, zegt Salam. „Maar de onschuldige slachtoffers, die kunnen we niet accepteren.” Net toen hij weer wat controle begon te krijgen over zijn herinnering aan de aanval in Mir Ali, deed hij een nieuwe traumatische ervaring op. Talibaanstrijders stopten de bus waarin hij reisde. De passagiers moesten toekijken hoe een man die van spionage werd beschuldigd, terecht werd gesteld. „Ze sneden zijn hoofd af met een groot mes.” Hij doet alsof hij iemands nek met één arm omklemt en maakt een zaagbeweging. Drie nachten kon Salam niet slapen. Zelfs slaapmiddelen hielpen niet, zegt hij.

Het leger grijpt niet in

Salam weet inmiddels waarom het leger niet ingrijpt als bepaalde Talibaan-groepen iemands hoofd afzagen. „Het leger noemt hen ‘de goede Talibaan’. Ze plegen alleen aanvallen in Afghanistan, tegen de NAVO. Zolang ze Afghanistan zwak houden en geen aanslagen plegen in Pakistan, laat ons leger ze begaan.”

Tot ergernis van de VS treden de Pakistanen nauwelijks op tegen Afghaanse Talibaanstrijders op hun grondgebied Tegelijkertijd is Pakistan betrokken bij de Amerikaanse drone-aanvallen, hoe hard de overheid ook protesteert na elke raketinslag. Het rapport Drones: Myths and Reality in Pakistan dat dinsdag werd gepubliceerd door de gerenommeerde International Crisis Group (ICG), stelt dat verschillende Pakistaanse regeringen hun goedkeuring aan de drone-aanvallen verleenden.

De ICG concludeert dat niet de drone-aanvallen tot de grootste problemen leiden, maar het optreden van het Pakistaanse leger in de tribale gebieden. In 2009 vluchtten ruim een miljoen mensen, eenderde van de bevolking. Het leger beschouwde iedereen die na waarschuwingen niet was vertrokken, als „sympathisant van de militanten en dus als gelegitimeerd doelwit”, volgens de ICG. Nog steeds zijn ruim 750.000 inwoners niet teruggekeerd.

Misschien is er een uitweg. Volgens ICG kan Pakistan de VS tonen dat de drone-aanvallen niet nodig zijn. Dat lukt alleen als Pakistan een einde maakt aan de anarchie in de tribale gebieden en er een normaal gezag vestigt. Nog steeds zijn stamoudsten de baas, onder toezicht van zogeheten politieke agenten. Geïnvesteerd wordt er nog steeds niet. Slechts 17 procent kan er lezen en schrijven en er zijn geen volwaardige ziekenhuizen.

„Er zijn in ons gebied geen functionerende scholen. Ze willen ons achterlijk houden zodat ze ons kunnen inzetten wanneer ze willen”, zegt Fahan. „Nu laten ze ons tegen de Amerikanen vechten maar die zijn te machtig. We kunnen hen niet dwingen de drone-aanvallen te stoppen. We moeten zorgen dat wij, de bevolking zelf, de Talibaan eruit gooien.”