Zingt de Here een nieuw lied

De protestantse kerken krijgen zaterdag een nieuw Liedboek, dat het oude uit 1973 vervangt. Altijd was er al discussie bij een nieuwe bundel, tussen rekkelijken en preciezen. Staan er niet te veel evangelische opwekkingsliederen in, is de muziek te populair? „Er was gevraagd om onvrede daarover niet naar buiten te brengen, maar de frustraties waren kennelijk te groot.”

Nederland, Amsterdam, 19-05-2013. Koor, zang in de Oude Kerk in Amsterdam. Foto's nav een verhaal over het nieuwe Liedboek wat binnenkort wordt uitgebracht . Foto: Olivier Middendorp

‘Het nieuwe Liedboek is het mes in de rug van de kerkmusicus”, vindt Dirk Zwart, componist en uitgever van kerkliederen in Lochem. Hij verafschuwt ‘populaire liedjes’, zoals de religieuze smartlap Abba, Vader. „Te banaal” voor de kerk, maar nu wel toegelaten tot het Liedboek. Hans Maat, directeur van het Evangelisch Werkverband in het Gelderse Terschuur, vindt in het nieuwe Liedboek juist veel te weinig van dat soort evangelische opwekkingsliederen. „Dit Liedboek spreekt de protestantse jongeren onvoldoende aan.” Hij overweegt een nieuwe versie van zijn Evangelische Liedbundel (1999). „Die zal beter aansluiten bij de wensen van jongeren, de cultuur van ‘Nederland Zingt’ en de evangelisch-orthodoxe achterban. ”

Dit soort onmin is een eeuwenoud fenomeen in protestants-christelijk Nederland. Het is de strijd tussen remonstranten en contra-remonstranten, tussen rekkelijken en preciezen, tussen vrijzinnigen en de rechtzinnigen. Zwart en Maat kwamen al ruim voor de presentatie van het nieuwe Liedboek, aanstaande zaterdag, met hun kritiek. Ze kenden dan ook de inhoud daarvan exact, want ze waren beiden betrokken bij de samenstelling.

„Er was gevraagd om onvrede daarover niet naar buiten te brengen, maar de frustraties waren kennelijk te groot”, zegt Klaas Holwerda, woordvoerder van de ISK, de Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied. „Zwart is teleurgesteld dat er een melodie van hem niet is opgenomen. Ik denk dat Maat, bestuurslid van de ISK, niet goed heeft gekeken naar het eindresultaat. Hij heeft wel ingestemd met het besluit dat de redactie de opdracht goed heeft uitgevoerd. Tegelijk zegt hij dat dit niet het Liedboek is dat hij zou willen. Hij spreekt met twee monden, bestuurlijk is dat vreemd.” Hans Maat reageert: „Er is wel waardering, maar geen unanieme instemming betuigd. De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) neemt ook afstand, door het Liedboek vrij te geven voor beproeving in de gemeenten voor een periode van vijf jaar.”

Voor in 2006 werd begonnen aan het nieuwe Liedboek was juist goed nagedacht om zulke problemen te voorkomen. Er kwam een ingewikkeld schema met verantwoordelijkheden van de ISK, de kerkbesturen, een coördinator, een vertrouwenscommissie, een redactie met werkgroepen, adviseurs, commissies, supervisoren, klankbordgroepen en de uitgever. Veel is juist goed gegaan en het is gelukt om over de eigen schaduw heen te springen, vindt Holwerda. „Als het onduidelijk was, dan zongen we en vielen vaak dingen op hun plek. Er is veel gezongen. Of er werd gestemd.”

Het vorige Liedboek riep in de jaren 70 veel meer controverses op. Holwerda: „De Hervormde synode wees het aanvankelijk af. Het eerste concept telde 705 liederen, dat werd flink teruggebracht. De verhoudingen waren uiterst gespannen. De gereformeerden dreigden op te stappen en kwamen met eigen voorstellen. Toen is ‘Stille nacht, heilige nacht’ er alsnog ingekomen.”

Christiaan Winter, redactielid en bestuurslid van de ISK, prijst de vernieuwing en verbreding van het Liedboek. Dat brengt wat psalm 98 zegt: ‘Zingt de Here een nieuw lied’. „In het vorige Liedboek stonden alleen liederen met coupletten. Dat weerspiegelde de kerkmuzikale klank van de jaren 60, deels teruggrijpend op oude kerkmuziek. De nieuwe versie is rijk aan muzikale vormen: korte zangvormen, canons, éénregelige acclamaties, voorzang, nazang, liederen waarbij de gemeente een refrein zingt waar een voorzanger overheen zingt.” Winter was bereid tot compromissen. Al is hij geen liefhebber van Abba, Vader, hij schreef er wel een betere begeleiding voor.

Winter, een domineeszoon, is cantor, organist en dirigent van de Sweelinck Cantorij in de protestantse Amsterdamse Oude Kerk. Op Pinksterzondag leidde hij met opmerkelijk veel zang de liturgie van de oecumenische dienst in de Oude Kerk, met nog een huwelijkssluiting en een Avondmaal. Het oude Liedboek werd niet meer gebruikt, daarvoor was de liturgie te uitzonderlijk, met onder meer muziek van Händel, Thomas Tallis en de communiemuziek Veni creator Spiritus van Tomas Luis da Vittoria. Hier klonk de in schoonheid zingende kerk.

Tussen 50 en 60 procent van het huidige Liedboek is overgenomen in het nieuwe Liedboek, 40 procent dus niet. Winter: „Daarover zijn flinke discussies geweest. Het blijft arbitrair. Er is gelet op taalgebruik, wat 40 jaar geleden kon, kan nu vaak niet meer. Lied 478 is kordaat afgekeurd. ‘Prijst des Heren machtig woord’ past niet meer in een tijd waarin de kerk minder opvallend opereert. Lied 256 ‘Niet enkel door het water’ was slecht te zingen, eruit. Geliefdheid was ook een criterium, dus Abba, Vader erin. Maar taalfouten, zoals in het Koningslied, mochten niet.”

Winter ziet dat de kerk steeds kleiner wordt, maar ook steeds breder en diverser. Het midden verdwijnt meer en meer. De orthodoxen blijven orthodox, de Gereformeerde Bond zingt vaak nog uit de Psalmbundel uit 1773. Sommigen zien daar wel enige belangstelling ontstaan voor het vorige Liedboek. Maar de vooruitstrevenden worden steeds vooruitstrevender, de Evangelischen steeds Evangelischer.

Hans Maat, ook tekstschrijver voor de gospelband Sela, ziet onder jongeren die met popmuziek zijn opgegroeid, een nieuwe religieuze cultuur, die afstand neemt van de conventies. Hij wijst op de tienduizenden jongeren, die het afgelopen weekeinde het Pinksterfestival in Biddinghuizen bezochten. Hij wil bruggen slaan en is enthousiast over ‘protestantse beatmissen’.

Verschillende stromingen hebben al hun eigen bundels: Evangelische Liedbundel, Gij die ons zingen doet van Dirk Zwart, Verzameld Liedboek van Huub Oosterhuis, Zingend geloven. Allerlei dichters geven hun eigen bundels uit. Winter: „Het wordt steeds moeilijker om iedereen te bedienen met één boek. Ik denk, zeker als het zo centraal wordt samengesteld, dat dit het laatste Liedboek is.” Maat weet dat wel zeker. „Dit is de laatste papieren versie van het Liedboek. Alles wordt digitaal. Jongelui zoeken nu al tijdens diensten teksten op hun mobieltje. In de toekomst wordt er gezongen vanaf iPads.”