Ze wilden gepakt worden

Twee mannen met hakmessen hebben gisteren in Londen een soldaat gedood Terrorisme zal hierdoor weer bovenaan de politieke agenda komen De daders vroegen omstanders foto’s en filmpjes van hen te maken

Correspondent Verenigd Koninkrijk & Ierland

„We zweren bij de almachtige Allah, we zullen onze strijd nooit opgeven. De enige reden dat we dit doen, is omdat er iedere dag moslims sterven. Deze Britse soldaat is een oog voor een oog, een tand voor een tand.”

Met zijn handen nog onder het bloed, een hakmes in de hand, richtte een van de daders van de moordaanslag gistermiddag in zuidoost-Londen het woord tot de camera van een omstander die het voorval filmde. Hij zei: „Het spijt me dat vrouwen hier vandaag getuige van moesten zijn. Maar in ons land moeten vrouwen hetzelfde zien.” En: „Jullie zullen nooit veilig zijn. Werp jullie regeringen omver, ze geven niets om jullie.”

Even daarvoor onthoofdde hij op straat in Woolwich, nabij Greenwich, een militair. De dader en een vermoedelijke mededader werden door politie neergeschoten, en zijn gisteravond zwaargewond in een ziekenhuis opgenomen. Toen deze krant naar de drukker ging, was er nog niets bekend over hun identiteit, afkomst, of over hun verdere motief.

De aanslag werd vrijwel onmiddellijk een terreurdaad genoemd, al wilden regeringsbronnen gisteren alleen spreken over „een sterke indicatie” en „een billijke veronderstelling”.

Maar de aanwijzing dat het om meer dan een moordaanslag of afrekening gaat, werd indirect gegeven doordat minister van Binnenlandse Zaken Theresa May aan het begin van de avond in spoedvergadering bijeenkwam met hoofdofficieren van politie, de burgemeester van Londen en de minister van Defensie. Premier David Cameron keerde bovendien met spoed terug van een bijeenkomst met de Franse president Hollande. Voor zijn vertrek uit Parijs zei hij: „In het Verenigd Koninkrijk hebben we eerder dergelijke aanslagen gehad. We bezwijken nooit. De terroristen zullen nooit winnen, omdat ze nooit de waarden die wij liefhebben kunnen verslaan.”

De aanslag betekent dat terrorisme opnieuw bovenaan de politieke agenda zal staan. Het onderwerp zakte door de relatieve rust na de aanslagen van 7 juli 2005, de vorige aanslag op Britse bodem, weg. Toen bliezen vier Britse moslimextremisten zich op in de metro en in een dubbeldekkerbus. Er vielen 52 doden en ruim 770 gewonden.

De Britse veiligheidsdiensten houden vermeende jihadisten sindsdien wel voortdurend in de gaten. Bekend is dat er extremistische islamitische jongeren naar Afghanistan en Pakistan afreizen om daar getraind te worden. In sommige Britse moskeeën wordt opgeroepen tot aanslagen.

De veiligheidsdiensten hebben sinds 2005 diverse aanslagen weten te voorkomen. Onlangs nog werden drie mannen veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Ze hadden eveneens militairen willen vermoorden, en dan met name uit Afghanistan terugkerende soldaten. In 2007 werd een man uit Birmingham veroordeeld tot 14 jaar cel voor het beramen van een aanslag op een Britse islamitische soldaat; hij had hem willen ontvoeren en onthoofden om andere moslims te waarschuwen niet het Britse leger te dienen.

Het grootste verschil met de aanslagen van 7/7 is dat het bij die pogingen, en de aanslag van gisteren, om een kleine schaal gaat. En in tegenstelling tot 2005 gebruikten de daders nu geen bommen, maar een vleesmes of machete, en mogelijk ook messen.

Hun doelwit was zorgvuldig uitgezocht: het slachtoffer is een militair. Naar verluidt droeg hij een T-shirt van Help for Heroes, de liefdadigheidsstichting van de prinsen William en Harry voor gewonde militairen. De aanslag vond op enkele honderd meters van een kazerne plaats. Alle kazernes in Londen werden gisteren afgesloten.

Volgens ooggetuigen wilden de daders gepakt worden. Een van hen, James, vertelde het Londense radiostation LBC: „Ze stonden te wachten, zwaaiden met messen en een pistool, en vroegen omstanders of die een foto van hen konden nemen. Ik denk dat ze op de politie wachtten, ze wilden neergeschoten worden.”