Column

Wij zijn grof en louche

Derek de Lint als de ambassadeur in ‘Silent Witness’ (KRO)

Uitgebreide aandacht voor een aanslag in Londen, gisteravond. Een fictieve aanslag wel te verstaan, in de dubbele aflevering The Prodigal uit de BBC-misdaadserie Silent Witness, bij ons uitgezonden door de KRO. Pikant genoeg vond de schietpartij plaats in de Nederlandse ambassade.

Niet dus het bekende statige pand aan Hyde Park Gate, maar de voor de gelegenheid geleende betonnen kolos van het Royal College of Physicians aan Regent’s Park. Medici spelen ook een hoofdrol in de serie, die opgebouwd is rond enkele patholoog-anatomen van een forensisch instituut met Rembrandt aan de muur. Zeer plastische snijscènes vormen ook het belangrijkste onderscheidende element. Zoals veel van die KRO-misdaadseries is Silent Witness goed noch slecht, wel amusant, maar vooral oppervlakkig. De onwaarschijnlijke plotwendingen volgen elkaar snel op en je krijgt geen kans te zoeken naar een tweede laag, die er meestal ook niet is. Vooral interessant is het beeld dat Engelse scenarioschrijvers van Nederlanders koesteren.

Nadat een met de bewaking belaste agent is neergeschoten, treffen de assistentie biedende collega’s bij aankomst een verwarde ambassadeur aan, gespeeld door Derek de Lint. Hij heet Pieter van Buren (die naam kwam de scenarist misschien vaag bekend voor) en hij weigert de politie aanvankelijk toegang tot zijn grondgebied. Later dekken de Nederlandse regering en de Britse geheime dienst de ware toedracht van het drama af, maar de forensische experts zijn te slim.

Waarom krijgen niet Roemenen of Chilenen de rol van een onbetrouwbare bevriende natie toebedeeld? Vermoedelijk omdat de Britten meer van ons weten. In flashbacks zien we kinderen met oranje voetbalshirts en rood-wit-blauw op de wang geschminkt. De Lint en de bij ons onbekende Marene van Holk (ze treedt soms op onder de naam Marene Miller) voeren hele dialogen in het Nederlands. En als de lijkschouwer de maaginhoud onderzoekt van een voormalige au pair van de familie Van Buren, die zich heeft verhangen, treft hij kokosmelk aan. Pinda’s. En misschien nootmuskaat. Aha, een Indonesische maaltijd, die heeft vast net weer contact gehad met de Hollanders.

Die zijn grof in de omgang, zowel verbaal als fysiek. Slim en niet bang, maar toch ook in hoge mate onbetrouwbaar. De uiteindelijke ontknoping van het verhaal klopt voor geen meter, maar vertelt ons wel hoe we er op dit moment in het buitenland op staan. Eigenlijk gevaarlijker dan Roemenen en Bulgaren.