VN-chef in O-Congo, strijd is opgelaaid

De Wereldbank heeft gisteren 800 miljoen euro toegezegd om de vrede te bevorderen in het door oorlog geteisterde Grote Merengebied in Afrika. Die toezegging valt samen met hernieuwde gevechten in Oost-Congo tussen het Congolese leger en de rebellenbeweging M23, waarbij de afgelopen dagen zeker twintig doden zijn gevallen.

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon begon gisteren aan een meerdaags bezoek aan Congo, Rwanda en Oeganda. Terwijl Ban arriveerde in de Congolese hoofdstad Kinshasa, bestookten rebellen Goma, het economische hart van Oost-Congo, met mortieren. Er vielen één dode en vier gewonden. Ban reist naar verwachting vandaag naar Goma, waar een nieuwe interventiebrigade van de Verenigde Naties wordt gestationeerd die het mandaat heeft om rebellen en milities aan te vallen.

De nieuwe gevechten volgen op een periode van relatieve rust. Eind vorig jaar namen de rebellen, die worden gesteund door Rwanda en Oeganda, Goma in. Dit leidde tot kritiek op de VN-vredesmissie MONUSCO die machtloos toekeek hoe M23 de stad binnentrok. Pas na twee weken van zware internationale druk trokken de rebellen zich terug.

„Dit is een cruciaal moment”, zei Ban op een persconferentie in Kinshasa. „De Veiligheidsraad heeft het mandaat en de rol van MONUSCO versterkt met de introductie van een interventiebrigade. Dit is een ongekende stap en ben er zeker van dat hij vrede en veiligheid zal brengen.”

Ban zei dat de 800 miljoen euro bedoeld is voor onderwijs, gezondheidszorg en de bevordering van handel tussen landen in de regio. Een derde van het geld zal gaan naar een waterkrachtcentrale die stroom moet leveren aan Burundi, Rwanda en Tanzania. Het geld wordt alleen besteed als landen zich inzetten om de vrede te bevorderen. (AP, Reuters)