Verregende Beyoncé

Gloeiende, gloeiende zomer was het, we reden van Athene naar het strand, de zon scheen, de zee lonkte, vakantie kortom – maar langs de snelweg dook om de zoveel meter iets mistroostigs op: een roestige stellage met een leeg billboard. Zo ziet het er uit als een land is gestopt met shoppen. Kaal.

Billboards kunnen schreeuwerig zijn, maar reclame geeft ook kleur. De Braziliaanse stad São Paulo heeft in 2006 alle buitenreclame in de ban gedaan, tegen de ‘visuele vervuiling’. Het moet grijs zijn in die stad.

Een paar winters terug hing er een gigantische beeltenis van David Beckham op de gevel van het Victoria Hotel bij Amsterdam Centraal. De multimiljonair glimlachte minzaam naar de mensen beneden die in dikke jassen door de sneeuw sjokten. Een Grieks godenbeeld met een onderbroekje van € 4,95. Ik vond het jammer toen hij weer verdwenen was.

Van de week fietste ik langs de reclamezuil met een drie meter hoge Beyoncé, de beroemde zangeres, die al een paar weken overal figureert in de H&M zomercampagne. Ze draagt een gele bikini tegen een azuurblauwe achtergrond, een koperen diva met in haar lokken een rode tropische bloem, alles zo fel van kleur dat de rest van de stad wel zwart-wit lijkt.

Dat het deze maand geen strandweer is maakt de posters wat ironisch. Mei is een flop. Alsof de hemel in één maand al z’n achterstallig chagrijn aflost. De zon kennen we alleen nog van vakantiefoto’s. Voor vandaag is er zelfs hagel voorspeld. ‘Het weer is van slag’, schreef de weerman verongelijkt, alsof iemand zich niet aan afspraken hield.

De wisseling der seizoenen kun je tegenwoordig beter aflezen aan de reclamecyclus, waar herfstbok in de winter keurig plaatsmaakt voor rookworst en waar eind april de billboards beginnen te bloesemen van bikini’s. Al die verregende Beyoncés: een klein goedmakertje voor het gebrek aan rokjesdagen. Reclame krijgt van veel de schuld, vrouwonvriendelijk, slavenarbeid, casinokapitalisme, en dat is ook allemaal heel erg waar, maar haal dat oogsnoep weg en alles oogt troostelozer.

Op internet zwerft al jaren een tekst, toegeschreven aan straatkunstenaar Banksy, over straatreclames. ‘Ze loeren naar je vanaf hoge gebouwen en zorgen dat je je klein voelt. Ze maken onbezonnen opmerkingen vanaf bussen die suggereren dat je niet sexy genoeg bent en dat al het plezier zich elders voltrekt [...] They are The Advertisers and they are laughing at you.’

Misschien is het inderdaad seksistisch enzovoorts, ik moet me daar eens in verdiepen, maar intussen ben ik blij met de strandscènes in de stad, die wat zomer projecteren op al die leisteengrijsheid. Een blootprotest tegen de kou. Het weer is van slag, de billboards niet.

Arjen van Veelen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Margriet Oostveen.