Uitgespeelde symboliek

klassiek

Mariss Jansons: Sjostakovitsj, Tiende symfonie ****

Het was een terugkerende klacht bij het luisterpanel, dat recent bijeenkwam in het Cultureel Supplement: mooie nieuwe opnames heeft het Koninklijk Concertgebouworkest, maar door de verzadiging van het klankbeeld horen we de vertrouwde klank van het orkest niet meer terug. Waar is de transparantie, de lenige akoestiek van de zaal, waarom klinkt alles op cd zo romig en overvol?

Ook in de uitgave van de Tiende symfonie van Sjostakovitsj met Mariss Jansons, is het orkest wellicht niet uit duizenden herkenbaar. Door overijverige correctie tijdens en na de live opnames is de zaal geanonimiseerd, vermoed je. Maar hoe erg is het, als alle individuele kwaliteiten op cd extra worden uitgelicht? De soloblazers (fagot, hobo) spelen verzengend mooi. Jansons gaat in het lange openingsdeel in één adem naar de top, gevolgd door huiveringwekkend naspel van piccolo. Het diabolische scherzo is door de streng gecontroleerde uitvoering des te intimiderender.

Dat deel zou een bijtend portret van Stalin zijn, volgens sommige interpreten. Sjostakovitsj schreef zijn Tiende immers vlak na Stalins overlijden in 1953. Die theorie is best spannend maar valt niet te bewijzen. Wél is duidelijk dat Sjostakovitsj in het daaropvolgende Allegretto zijn eigen initialen muzikaal heeft verwerkt. Die worden gecontrasteerd met een verlangend hoornmotief, dat is ontcijferd als Sjostakovitsj’ muzikale symbool voor zijn geheime geliefde, de studente Elmira Nazirova. Wie dit weet, hoort de componist geobsedeerd zijn onbereikbare droom najagen.

Jansons laat zijn orkest deze symboliek contrastrijk uitspelen, met lyrische uithalen van de hoorns. Dat de Let een groot Sjostakovitsj-dirigent is, bewijst ook de quasi-opgewekte finale. De boertige ritmes vinden de ultieme balans tussen sarcasme en uitgelatenheid.

Alles klinkt kortom perfect. Al ga je de hoor- en voelbare risico’s van een live uitvoering, op cd professioneel weg gepoetst, daardoor toch nog een beetje missen.