Springstof

Mezza Estata is de titel van het officiële Girolied. Je kunt het vertalen als: hartje zomer. Slaat de organisator met deze song de plank volledig mis? Je zou het denken bij het zien van de voorbije bergritten. Maar bij de start van de Ronde in Napels was het wel degelijk zomer. Ik hoor Mark Cavendish, winnaar van de eerste etappe, nog uitroepen hoezeer hij geleden had in de hitte. Hij had er een blos van op de wangen. Is het in mei hartje zomer onderin ‘de laars’, in de Dolomieten blijft het aardig spoken.

Dat er in grote haast bergritten moeten worden aangepast is bijna standaard in de Giro. Het gebeurde vorige zaterdag in de etappe naar Bardonecchia. Zondag dreigde de organisator de schitterende route naar de top van de Galibier helemaal te verliezen door lawinegevaar. Hij verloor uiteindelijk slechts de laatste vier kilometer van de tocht. De eerste col van de dag , Mont Cenis, bleef gespaard door het vakkundig inzetten van springstof. Bij mijn weten is het de eerste keer dat springstof is ingezet om een sportieve oorlog te redden. Het peloton had andere gedachten: de coureurs gingen ‘in staking’. Dat wil zeggen, ze hielden een langzaamaanactie op Mont Cenis.

Wielrenners hebben geen talent om te staken. Als ze het al doen is het op het verkeerde moment. Mont Cenis lag er prachtig bij. Het was koud, maar droog. Ideaal weer om er stevig in te vliegen. Maar de ontberingen van een dag eerder zeurden na als een slechte droom. Bij een gunstige luchtdrukverdeling, en daar ziet het naar uit, komen er morgen en zaterdag veel betere kansen om een glansrijke stakingsactie op poten te zetten.

Ik herinner me een poging tot staking in de Giro van 1988. Een kilometer of vijf onder de top van de Passo del Rombo zette het peloton voet aan de grond onder leiding van de zelfbenoemde stakingsleiders Saronni en Visentini. Wat eisten zij van de organisatie? Ze wisten het zelf niet. Het sneeuwde, dat was duidelijk. Twee dagen eerder was de (nu nog altijd) beroemde sneeuw-etappe over de Gavia verreden. De herinnering daaraan was springlevend.

Geen slechter moment om te stoppen dan op de Passo del Rombo. Waar naar toe? Een schaapskooi om in te schuilen was er niet. De coureurs in de ploegleidersauto’s evacueren kon ook niet; de helft van het peloton zou moeten achterblijven in de wildernis. Terug naar beneden dan maar en de etappe laten voor wat die was? De discussie met de organisator bleef duren terwijl iedereen bevroor op het wegdek.

Toen de stakingsleiders eindelijk tot het inzicht kwamen dat doorkoersen de minst pijnlijke oplossing was, zat ik al in een solidair voortijlende kopgroep die vijf minuten eerder precies dezelfde conclusie had getrokken