'Sociaal pact schiet tekort'

Sociale partners willen meer invloed op de WW, maar moeten ook de financiële consequenties dragen als het mis gaat. „Die prikkel ontbreekt.”

AMSTERDAM - Paul de Beer (1957) is Henri Polak hoogleraar voor arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan De Burcht (Centrum voor Arbeidsverhoudingen) en het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS). portret Dijkstra bv

Sinds tweeënhalf jaar heeft de vakbeweging haar eigen wetenschappelijk bureau. Handig om vakbondsidealen gewicht mee te geven bij het beïnvloeden van de publieke opinie of Haagse beleidsmakers. Maar er kleven ook risico’s aan. Want de uitkomsten kunnen in onderhandelingen minder goed van pas komen.

Neem de onderzoeksresultaten van directeur en hoogleraar Paul de Beer over de voorwaarden waaronder een grotere rol voor sociale partners bij de uitvoering van de WW kunnen helpen om werkloosheid te voorkomen.

Zo’n grotere rol is een oude wens van FNV-voorzitter Ton Heerts. Hij kreeg zijn zin in het onlangs gesloten sociaal akkoord. Maar de afspraken rechtvaardigen de verstevigde machtspositie van Heerts nog onvoldoende, stelt De Beer nu. „De plannen voor preventie van werkloosheid zullen niet effectief zijn als men niet bereid is om bij oplopende werkloosheid de kosten te dragen.”

Het sociaal akkoord is al gesloten. Komt u niet wat laat met uw waarschuwing?

„We hebben het sociaal akkoord niet meer kunnen beïnvloeden, dat is waar. Maar ik ga er vanuit dat er in de uitwerking van het akkoord nog veel mogelijk is. Veel details zijn nog onduidelijk en de Kamer moet ook nog met de wetgeving instemmen.”

Wat moet er anders?

„De onderhandelaars moeten helderheid scheppen over de financiering van de WW. Daarover is het akkoord nog heel vaag. Als de sociale partners een grotere rol krijgen, dan is essentieel dat zij ook de consequenties van hun keuzes dragen, om te voorkomen dat zij de lasten afwentelen op de gemeenschap. Dat is de les van Buurmeijer. De parlementaire enquête onder zijn leiding legde de weeffout in het systeem bloot waardoor de kosten van de sociale zekerheid in de jaren tachtig zo uit te hand konden lopen: wel zeggenschap maar geen financiële verantwoordelijkheid. Sociale partners verloren om die reden hun rol bij de werknemersverzekeringen en bij de bemiddeling en reïntegratie van werklozen. Maar de overheid is er niet beter in geslaagd om werkloosheid te voorkomen. Sinds de oprichting van het UWV in 2002 stromen gemiddeld minder werklozen uit de WW dan voor die tijd. En dat is ook logisch, want werkgevers en vakbonden weten beter waar vacatures ontstaan en hoe werknemers die hun baan dreigen te verliezen begeleid kunnen worden naar ander werk. Maar daartoe moeten ze wel financieel geprikkeld worden. Alleen het derde jaar WW voor rekening van de sociale partners brengen, zoals in het sociaal akkoord staat, is onverstandig: de eerste twee jaar krijgen zij dan geen prikkels om werkloosheid te voorkomen of te beperken, en na twee jaar is de kans op werk zó klein geworden, dat er weinig meer te bereiken valt.”

Waarom is het akkoord daar niet helder over?

„Het is goed denkbaar dat de onderhandelaars hebben willen verbloemen wat de koopkrachteffecten kunnen zijn voor werknemers. Nu betalen alleen werkgevers een WW-premie. Maar dat is niet genoeg om de kosten van WW te dekken. De overheid plust dus bij. Naar verwachting loopt dat bedrag komend jaar op tot 8 miljard euro. Als sociale partners dat straks moeten ophoesten zullen bedrijven en werknemers dat merken. Maar dat is ook de bedoeling. Anders heeft de hele operatie geen zin.”

Om een kostenstijging te voorkomen kunnen werkgevers ook hun toevlucht nemen op zzp’ers die niet verzekerd zijn voor WW

„Dat is inderdaad een risico, maar dat kunnen ze nu ook al. Een op de tien werkenden valt buiten de werknemersverzekeringen. Dat probleem blijft boven de markt hangen. Een veel fundamentelere herziening van de arbeidsmarkt is nodig om dat op te lossen, maar dat kun je niet van sociale partners vragen.”