Snel besluit, veel te laat

Opeens bleek gisteren dat met een politieke handomdraai een eind gemaakt kon worden aan de ongecontroleerde uitvoer naar Syrië van glycol, een product dat gebruikt kan worden als grondstof voor zowel antivries als gifgas. Jarenlang is het spul vanuit Nederland aan Syrië geleverd, ook al beseften de Nederlandse autoriteiten dat er zwavelmosterdgas van gemaakt kan worden. En ook al jaren wordt algemeen aangenomen dat Syrië een voorraad chemische wapens heeft, die het ten minste op peil probeert te houden.

Maar pas nu verbindt minister Ploumen (PvdA, Buitenlandse Handel) daaraan de conclusie dat voor de export van glycol naar Syrië voortaan een vergunning nodig is, waarmee de levering tegengehouden kan worden. Dat is een goed besluit dat jaren te laat komt.

Het besluit van de minister komt direct nadat deze krant en RTL Nieuws gisteren hadden gemeld dat er niet alleen in 2003 glycol aan Syrië is geleverd, maar ook in 2008, 2009 en 2010. Dat wil zeggen: nadat de Verenigde Staten Nederland waarschuwden dat Syrië er mogelijk chemische wapens mee maakte. En nadat Nederland zélf ook had laten blijken zich zorgen te maken, en andere landen nota bene aanspoorde de export van deze grondstof naar Syrië samen te verhinderen. Toen die poging tot een gezamenlijke maatregel tot niets leidde, zag Nederland er van af op eigen houtje in te grijpen.

Het valt te vrezen dat zorgen over de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven het wonnen van politieke en morele argumenten. Daar brachten de groeiende zorgen over het mogelijke gebruik van chemische wapens in de bloedige burgeroorlog in Syrië geen verandering in. Pas de berichtgeving van gisteren deed de minister razendsnel in actie komen.

Nu is het verbinden van exportbeperkingen aan stoffen als glycol, die ook voor allerlei onschuldige doelen gebruikt kunnen worden, niet zo vanzelfsprekend als het lijkt. Voor de bereiding van chemische wapens worden allerlei doodgewone ingrediënten gebruikt, tot en met ammonia en alcohol aan toe. Hoe ver moet je gaan bij het tegenhouden van dergelijke grondstoffen, alleen omdat er óók kwalijke dingen mee gedaan kunnen worden? Hoe ver ga je met het uitbreiden van zwarte lijsten?

In veel gevallen is dat een dilemma. Maar in dit geval had het geen lastige afweging hoeven zijn. Er waren waarschuwingen. Er waren aanwijzingen dat het Syrië niet ging om het aanleggen van een stevige voorraad antivries voor koude winters. Nederland zelf zat ermee in zijn maag. De conclusie had al veel eerder moeten zijn: het voorlopig verhinderen van de uitvoer van glycol aan dit land, een oorlogsgebied.