'Sacre' als compositie nog altijd actueel...

De compositie Le Sacre du Printemps van Stravinsky wordt tegenwoordig beschouwd als een van de invloedrijkste muziekstukken van de twintigste eeuw. Vijf componisten over ‘de Sacre’.

Louis Andriessen (1939):

„Thuis in Den Haag hadden wij een opname van de Sacre door Eduard van Beinum met het Concertgebouworkest. Ik moet het werk indertijd ook live gehoord hebben, maar daarvan kan ik me niets herinneren. Wel weet ik dat ik al jong op de piano dingen probeerde na te spelen die ik gehoord had bij Stravinsky.

„Op een dag sloot ik me met een grammofoon op in mijn kamer, zette de Sacre op en probeerde de partituur mee te lezen, zoals ik mijn vader en mijn broer altijd zag doen. Direct raakte ik het spoor bijster. Maar toen mijn vader thuiskwam riep ik trots: ‘Papa, ik heb de hele Sacre gevolgd met de partituur!’ Dat is iets waarvoor ik me nog schaam. Het zegt wel iets over mijn obsessie met dat stuk, want die heb ik mijn hele leven behouden.

„Wat de invloed ervan precies geweest is, moeten musicologen en critici maar uitzoeken, maar zonder de Sacre had ik heel andere muziek geschreven – net als 80 procent van de componisten ter wereld, trouwens.”

Martijn Padding (1956):

„Ik geloof dat ik niet zo vreselijk ben beïnvloed door Le Sacre du Printemps, veel meer door andere werken van Stravinsky, zoals Agon, het tragische Concert voor piano en blazers, de Drie stukken voor strijkkwartet en In memoriam Dylan Thomas. Natuurlijk is het een onvergelijkbaar meesterwerk, maar eigenlijk is de Sacre een eindpunt, waar die andere voorbeelden juist ‘beginnen’ zijn. Daar kan je dus meer mee als vertrekpunt voor je eigen werk.

„Over de Sacre hoor je meestal verhalen van mensen die het werk toen ze heel jong waren voor het eerst hebben gehoord en die als aan de grond genageld bleven luisteren. Persoonlijk had ik dat veel meer met Bartóks De wonderbaarlijke Mandarijn. Pas later kreeg ik interesse in het eclectische karakter en de volstrekt visionaire instrumentatie van de Sacre.

„Overigens vond ik Stravinsky’s zelfkritiek meesterlijk. In Tony Palmers documentaire Once, at a border zag ik hem als oud mannetje terugkeren naar het kamertje in Zwitserland waar hij de Sacre grotendeels geschreven heeft. Dan zegt hij dat hij het ‘nu’ waarschijnlijk allemaal anders zou hebben gedaan en dat de partituur heel wat bladzijden bevat die maar ‘zo zo’ zijn. Moet je je voorstellen, over zijn eigen Sacre!”

Mayke Nas (1972):

„De eerste keer dat ik een uitvoering van de Sacre bijwoonde, ben ik in slaap gevallen. Dat was tijdens mijn eerste jaar aan het conservatorium. Niet dat ik het saai vond, integendeel, ik was zo geconcentreerd aan het luisteren dat ik het einde niet heb gehaald.

„De Sacre is muziek die in mijn ouderlijk huis moet hebben geklonken, maar pas op het conservatorium werd ik mij echt bewust van het werk en zijn status: iedereen sprak erover, we analyseerden de partituur, er werd voortdurend naar verwezen. Maar wat mij wel vaker gebeurt als ik alles tegelijk probeer op te nemen, de instrumentatie, de structuur, de ontwikkeling van fragmenten, raakte ik onderweg helemaal bekaf.

„De Sacre wordt voor mij steeds meer een ijkpunt. Tijdens het componeren grijp ik regelmatig naar de partituur om de instrumentatie te bekijken, de blokstructuren, hoe snel hij schakelt, hoe hij knipt en plakt en inbreekt en varieert – het is onwaarschijnlijk goed getimed allemaal. Het is me nooit meer gelukt om daarbij in slaap te vallen.”

Klas Torstensson (1951):

„Voor mij is de Sacre absoluut geen ijkpunt. Als icoon heeft het werk betekenis gehad in mijn ontwikkeling, het was een van de eerste partituren die ik kocht en op het conservatorium schreef ik er pagina’s over vol – Stravinsky’s handwerk bewonder ik zeer. Maar de eerste keer dat ik Varèses Arcana hoorde, maakte veel meer indruk. De reputatie kende ik lang voor ik het stuk eindelijk hoorde, rond mijn achttiende. Alles wat ver verwijderd was van de romantische muziektraditie sprak mij indertijd aan. Later ontdekte ik dat de Sacre in feite een van de laatste grote romantische symfonieën is.

„Met de muzikale inhoud, volksmelodieën en dergelijke, had ik weinig, maar wel met de manier waarop Stravinsky de continuïteit doorbrak: het brokkelige van de ritmes, het telkens opnieuw beginnen. Die montagetechniek was niet nieuw voor mij, ik had een bandrecorder waarmee ik zelf knip- en plakexperimenten uitvoerde, ik luisterde naar Frank Zappa. De Sacre kwam voor mij niet als een verrassing, maar als een bevestiging.”

Tijmen van Tol (1993):

„Mijn vader nam me als kind mee naar de bibliotheek om de partituur van de Sacre te halen, die ik vervolgens maanden in huis heb gehouden. Dat was de eerste keer dat ik het notenbeeld van een orkestwerk zag. Opeens realiseerde ik me hoe de noten op papier zich verhielden tot het geluid.

„De partituur van de Sacre heeft een sterk grafische kwaliteit, je kunt de bewegingen zien. Ik raakte gegrepen door de gelaagdheid, door de complementariteit van partijen die op zichzelf heel gek zijn, door het idee dat achter elke noot een mens zit die die noot moet spelen. Er is een duidelijke rolverdeling: bepaalde instrumenten, zoals slagwerk en koper, zijn sterker, andere zijn ondersteunend. Die hiërarchie spreekt me heel erg aan.

„De aantrekkingskracht van de Sacre ligt in de enorme directheid en frisheid, de oerkrachten waarmee Stravinsky speelt, extase, verrassing, schrik. De muziek heeft ook iets kinderlijks. Het gaat niet om subtiele lijnen of harmonie, maar om de grootsheid van bewegingen. Soms is het gewoon rammen.”