Nederland wil af van aandelen uraniumverrijker Urenco

De Nederlandse regering wil af van het belang van 33 procent in Urenco, één van de grootste uraniumverrijkers ter wereld. De verkoop van Urenco ligt gevoelig omdat de brandstof die het bedrijf produceert, ook kan worden ingezet om kernwapens te maken.

Een vat verrijkt uranium in een koelcel (tweede deur van achteren) in een productiehal van de uraniumverrijkingsfabriek Urenco in Almelo. Foto ANP / Erik van 't Woud

De Nederlandse regering wil af van het belang van 33 procent in Urenco, één van de grootste uraniumverrijkers ter wereld. Met dat voornemen heeft de ministerraad ingestemd, schrijft minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) in een brief (pdf) aan de Kamer. De verkoop van Urenco ligt gevoelig omdat de brandstof die het bedrijf produceert, ook kan worden ingezet om kernwapens te maken.

In maart schreef de Britse krant The Sunday Times al dat Nederland zich niet langer verzette tegen de verkoop van Urenco. Dijsselbloem schrijft nu dat een verkoop van de Nederlandse aandelen “vanzelfsprekend” alleen zal doorgaan “op het moment dat de publieke belangen inzake non-proliferatie, veiligheid en leveringszekerheid geborgd zijn.” De SP wil echter snel een debat met de minister over de voorgenomen verkoop. Ook het CDA heeft twijfels.

Twitter avatar PaulusJansenSP Paulus Jansen breaking news: kabinet wil #Urenco verkopen. Debat aangevraagd met ministers #Fin #EZ

De Nederlandse en de Britse overheid bezitten beide 33 procent van het consortium, de rest is in handen van de Duitse energiebedrijven RWE en EON. Schattingen van de waarde van Urenco lopen op tot 10 miljard euro. De opbrengst van de verkoop wordt gebruikt om de staatsschuld te verminderen, schrijft de minister. Het bedrijf heeft vier fabrieken in Europa, waarvan de grootste in Almelo staat.

Verkoop volgt op stap Groot-Brittannië

Nederland wil van de aandelen af omdat Groot-Brittannië heeft aangegeven dat “niet langer de noodzaak wordt gevoeld aandeelhouder te zijn”, schrijft Dijsselbloem.

“Deze ontwikkelingen dwingen Nederland tot reflectie op de gevolgen van een eventuele verkoop van de aandelen door de andere aandeelhouders. Zo’n verkoop zou Nederland in een positie kunnen brengen van een minderheidsaandeelhouder tussen nieuwe, hoogstwaarschijnlijk private aandeelhouders. Nederland kan dan niet langer (…) voldoende zeggenschap uitoefenen voor een effectieve borging van de publieke belangen.”

Door de aandelen tegelijk met Groot-Brittannie te verkopen kan Nederland daarnaast “maximaal voordeel” halen bij de verkopen, omdat er volgens Dijsselbloem “bij het verkopen van een controlerend belang in een vennootschap doorgaans een hogere prijs bedongen kan worden dan bij de verkoop van een minderheidsbelang”.