Na het staken ruzie op kantoor

Na stakingen drinken stakers en niet-stakers niet langer samen koffie. Of ze verstoppen elkaars schoonmaakmiddelen.

Na een staking maken stakers en niet-stakers het elkaar moeilijk op de werkvloer: onderlinge verwijten en pestgedrag. Foto Floren van Olden

Langdurig verstoorde arbeidsverhoudingen. Ruzies tijdens de lunchpauzes. En hoog ziekteverzuim. Stakingen en acties halen vaak de publiciteit tot de eisen al dan niet zijn binnengehaald, maar de nasleep ervan kan op de werkvloer nog maanden of jaren door woekeren.

Dat concluderen politicologen van de Radboud Universiteit Nijmegen in het vandaag gepubliceerde onderzoek ‘De nasleep van staken’. Stakers verwijten hun collega’s gebrek aan loyaliteit. Na stakingen is het vaak moeilijk om elkaar weer te vertrouwen. En beide kampen ‘bestraffen’ elkaar vaak langdurig voor hun keuzes. Stakingen of acties op de werkvloer is voor directie en werknemers een ingrijpende gebeurtenis. Vaak is bij leidinggevenden en het personeel zelf de angst voor die nasleep groter dan de angst voor stakingen zelf.

Recente praktijkervaringen onderstrepen de bevindingen uit dat onderzoek. De afgelopen maanden waren vooral de distributiecentra van Albert Heijn en zorginstellingen in Den Haag, Amsterdam en Arnhem mikpunt van stakingen en acties van de FNV. Met een enorme impact voor de verhoudingen op de werkvloer, was de ervaring van teamleider Ida Huijgens van zorginstelling HWW in Den Haag. Personeel stond lijnrecht tegenover elkaar, sommigen wilden niet meer met actievoerende collega’s worden ingeroosterd of koffiedrinken, zegt ze. „Het was een broeierig jaar met heel veel negatieve energie. Lelijke blikken over en weer tijdens de pauze. Collega’s die niet meer met elkaar wilden praten of elkaar persoonlijk aanvielen. In één geval was het zelfs nodig om disciplinaire maatregelen te nemen.”

Ook in de distributiecentra van Albert Heijn zijn de consequenties van de stakingen nog steeds voelbaar, zegt CNV-bestuurder Michiel Wallaard. De FNV voerde daar actie tegen cao-afspraken waar de andere bonden hun handtekening wel onder hadden gezet. „De actievoerders waren mannen met een vast contract en een jarenlang dienstverband. De onderlinge solidariteit bij die groep is groot. Dat was veel minder het geval bij het overige personeel, met vaak tijdelijke contracten. Niet-stakers zijn behoorlijk uitgescholden omdat ze niet meededen aan de staking.” De onderlinge verhoudingen zijn nog steeds niet goed, zegt hij. „Het was soms moeilijk om de bedrijfsvoering na die stakingen weer op te starten. Omdat personeel weigerde met elkaar te overleggen of te praten.”

Juist vanwege die nasleep moeten bonden volgens Wallaard heel bedachtzaam omgaan met de inzet van stakingen. „Zeker als het draagvlak ervoor klein is, zoals bij Albert Heijn, moet je de inzet ervan afwegen tegen de consequenties daarna. Je mag stakingen pas inzetten als laatste middel, als er geen alternatief meer is. ”

Ook de Radboudonderzoekers komen tot die bevinding. Zij onderzochten de nasleep van de stakingen van het schoonmaakpersoneel vorig jaar. Een succesvolle staking, volgens de bonden. Maar de vier maanden durende staking had daarna grote consequenties op de arbeidsvloer van in ieder geval één van de bedrijven die meededen. Stakers en niet-stakers bleven elkaar nog lang met verwijten bestoken, zo blijkt uit het onderzoek. Wie doorwerkte, verweet de andere collega’s niet echt gestáákt te hebben. „Ze komen eens per week samen achter het bedrijfsgebouw. En dat was het. Ze doen helemaal niets”, aldus een ondervraagde ‘doorwerker’. Stakers, op hun beurt, verweten hun collega’s te weinig gedaan te hebben. „Ik had een beetje meer solidariteit verwacht. Ik was ook voor hun rechten aan het vechten!”

Vóór de staking dronk het personeel nog gezamenlijk koffie. Maar de ex-stakers hadden daar na afloop geen tijd meer voor. „We maken veel ruzie sinds de stakers terug zijn. Volgens hen hebben we niet hard gewerkt. (...) Kun je je dat voorstellen? Ze zaten thuis, te genieten van hun vakantie van vier maanden.”

Maar het bleef niet bij verwijten over en weer. Boosheid werd ook omgezet in pestgedrag. Schoonmaakmiddelen verdwenen uit schoonmaaktrolleys. „Ik weet wie dat heeft gedaan. Ze is jaloers omdat zij niet durfde te staken en ik wel dapper genoeg was.” Op sommige plekken in het bedrijf werd vijf maanden na afloop van de staking nog steeds niet samen gepauzeerd. „Strafnormen blijken in de praktijk te bestaan en op grotere schaal dan oorspronkelijk gedacht”, is een van de conclusies in het onderzoek.

„Actievoerders komen met groter zelfvertrouwen terug op de werkvloer”, zegt Abvakabobestuurder Lilian Marijnissen, organisator van de acties in verpleeghuizen. „Ze voelden zich daarna gehoord en begrepen. En natuurlijk zijn er daarna spanningen op de werkvloer. Maar wij hadden te maken met werkgevers die er belang bij hadden om die tegenstelling onder het personeel te vergroten.”

Huijgens heeft dat anders ervaren. „We zijn blijven luisteren naar de argumenten van personeelsleden die actie wilden voeren. We hebben iedereen in zijn waarde willen laten. Maar we hadden ook te maken met een minderheid van het personeel dat zich achter die Abvakabostrategie schaarde. Dat ging ten koste van het onderlinge respect. Het kost ontzettend veel tijd om die schade weer te herstellen.”