Moet de fietser parkeergeld betalen?

Voor toeristen een topattractie, voor steden een groeiend probleem: fietsenstallingsplekken. Is het tijd voor het credo ‘de gebruiker betaalt’, vraagt Anita Dirix.

In Nederland zijn we trots op de plek die de fiets inneemt. Er wordt veel energie gestoken om dit nog verder te laten groeien. Steden wedijveren met elkaar om de door de Fietsersbond begeerde titel ‘Fietsstad van het jaar’ te worden. Adviesbureaus proberen dit succes te exporteren. Recent is Londen als afzetmarkt in trek.

Het Nederlandse succes heeft ook een keerzijde; de fietser moet ergens zijn fiets kwijt. Met de toenemende groei van het fietsgebruik neemt ook de zorg over stallen toe. Van oudsher worden bij stations betaalde stallingsplekken binnen aangeboden. De gratis plekken staan in de openbare ruimte. Deze aantallen buiten zijn uitgegroeid tot grote fietszeeën. Voor toeristen een topattractie, maar voor veel steden een onhoudbare situatie. Hoe lossen we dat op?

Nu ProRail bij veel grote steden de stations aanpakt om klaar te maken voor de toenemende reizigersaantallen, wordt ook het stallen grootschalig aangepakt. Vaak onder druk van de gemeenten zelf, die de herstructurering van het station aangrijpen om ook de stationslocatie opnieuw in te inrichten. Een betere kwaliteit van de openbare ruimte vereist dat het stallen van fietsen inpandig (vaak ondergronds) wordt opgelost.

Geen geringe opgave, zoals in Utrecht blijkt. Daar moet om de toekomstige reizigersgroei goed te faciliteren ruim 22.000 stallingsplekken worden aangeboden. Als je dit aantal in fysieke ruimte uitdrukt, wordt dat een rij fietsrekken van 9 km; van Utrecht tot Zeist. Een inpandige oplossing is dan ook de enige manier om dit te realiseren. Er wordt nu een eerste stalling van ruim 4.000 fietsen gebouwd. En er is een tweede stalling ontworpen die plek moet bieden aan 12.500 fietsers.

Het aanbieden van nieuwe stallingen om de grote vraag tegemoet te komen leidt niet automatisch tot succes. Daarvoor hebben we teveel voorbeelden over slecht gebruikte stallingen, zelfs als ze gratis zijn. Of nieuwe stallingen gebruikt gaan worden hangt van veel factoren af. Uiteraard moet de stalling technisch kloppen. De fiets moet in het rek passen. Dat is niet altijd een gegeven, omdat de laatste jaren ook de fiets zelf is gegroeid.

Nog belangrijker is de plek van de stalling. Deze moet zodanig gekozen zijn dat de fietser op weg naar zijn bestemming de fiets goed kan stallen. Een fietser is niet genegen om te lopen. De fietsende forens stalt het liefst nog op het perron. Stallingen onder de grond, op weg naar de trein, maken daarom een goede kans.

En dan is er nog het beheer. Doordat bij veel stations steeds meer stallingsplekken uit de openbare ruimte verdwijnen en ergens inpandig worden aangeboden, is de verhouding betaald/bewaakt en buiten/gratis gaan verschuiven. Een betaalde inpandige stalling van NS naast een gratis inpandige stalling van de gemeente werkt niet. Dat leidt tot hoge kosten voor alle partijen, een slechte bezetting van de stallingen en staat daarmee een goede en houdbare oplossing in de weg. De versnipperde verantwoordelijkheid tussen de verschillende partijen (gemeente, ProRail en NS) helpt daarbij niet.

Voor het vinden van een goede oplossing moet, naast een betere samenwerking, eerst de hamvraag over de financiering van de jaarlijkse beheerkosten worden beantwoord. Immers, gratis bestaat niet. Wie krijgt de rekening en wie betaalt daarin mee? Zijn we inmiddels zo ver dat we vinden dat de fietser gelijk is aan de auto twintig jaar geleden, en vinden we het redelijk dat de fietsers in de gebruikskosten meebetalen? Meebetalen vereist wel dat er kwaliteit wordt geleverd die het betalen waard is. Met kwaliteit zal dan vooral tijdwinst worden bedoeld. Betalen moet kunnen zonder gedoe. De kaartjes van nu zijn uit den boze.

Of vinden we op basis van de maatschappelijke kosten en baten dat de politiek de fietser te allen tijden moet vrijwaren van betalen? Er wordt immers zoveel mee gewonnen en elke afstraffing van de fietser is politiek uit den boze. Fietsers die weer terug de auto in duiken lijken hier het doemscenario. Is dat beeld terecht?

Op dit moment is de strijd over het betalen van de rekening nog niet beslecht. Hier moet op korte termijn meer (politieke) duidelijkheid in komen, want deze discussie gijzelt nu het zoeken naar goede beheeroplossingen bij stationslocaties, en daarmee is niemand gebaat.

En zou het niet mooi zijn als we ons exportproduct, het succes van onze fiets, als een totaalpakket kunnen exporteren? Dus: na goed gebruik ook goed opgeruimd. Dit product is getest in alle grote steden en goedgekeurd door de Nederlandse fietser. A Dutch experience, warm aanbevolen!

Anita Dirix werkt als projectmanager aan het stationsgebied in Utrecht. Zij schreef dit artikel op persoonlijke titel.