Kijk, een meisje in een slecht zittend truitje!

We hechten zo aan transparantie, maar vaak krijgen we van iets slechts de oppervlakte te zien – of het nu om mensen of politiek gaat, schrijft Marian Donner.

Twee mannen zitten in het halfduister op een leren bank. Voor hen staat een vrouw. Ze is naakt. Ze mag niets zeggen, alleen de twee mannen spreken. „Hoe bevalt die vagina?”, en: „Ik ben een billenman, kun je je even omdraaien?” Na een kwartier is het voorbij, de vrouw mag gaan, een nieuw exemplaar betreedt de arena: „Ze heeft de kont van een negerin!”

Blachman heet het programma dat sinds deze maand op de Deense televisie te zien is, naar Thomas Blachman, de bedenker en een van de twee mannen op de bank. Hij maakte het programma volgens eigen zeggen omdat „een vrouwenlichaam zucht naar de woorden van een man”.

Er volgde een storm aan protest. „Het meest seksistische programma ooit gemaakt”, noemde de Britse Daily Mail het. De Huffington Post zag het als de ultieme vernedering voor de vrouw. Blachman schijnt inmiddels ondergedoken te zijn.

Maar zelf vond ik het programma eigenlijk best interessant. Op internet is de eerste aflevering te zien, en die blijkt niet zozeer over vrouwen en hun lichaam te gaan, als wel over mannen en hun ego. Blachman en zijn gast hebben het voornamelijk over zichzelf. Ze halen jeugdherinneringen op, geven elkaar complimenten („Je hoofd is zo viriel”) en uiten hun frustraties: „Vrouwen willen een uitdaging, ze willen van ons winnen. Maar ze haten ons als dat lukt”.

De vrouwenlichamen zijn vooral aankleding bij een goed gesprek. Zoals ze in reclames aankleding zijn bij auto’s, aftershave of wc-papier. Ook in die hoedanigheid worden ze voortdurend door kijkers beoordeeld en gekeurd. Bij Blachman zijn de lichamen alleen wat normaler, en niet gephotoshopt.

Bovendien past Blachman perfect in een huidige televisietrend. Er zijn tientallen tv-programma’s waarin lichamen open en bloot te bewonderen zijn, zowel van mannen als van vrouwen. Dit is mijn lijf, Obese, Embarrassing Bodies (met in Engeland de spin-offs Embarrassing Fat Bodies en Embarassing Teenage Bodies) – geen vetrol, bult of derde tepel blijft de kijker bespaard.

Transparantie heet dat. Alles moet tegenwoordig worden gedeeld en tentoongesteld, zodat het kan worden beoordeeld. Dat geldt voor bedrijven, politici en de overheid – die zijn door transparantie beter te te controleren, zo is het idee. Maar vooral geldt het voor onszelf. Via de sociale media delen we lief en leed, en televisie is inmiddels één grote reality show waarin deelnemers niet alleen hun lichaam showen, maar ook publiekelijk uit de kast komen of zelfs ontmaagd worden. Sommige mensen geloven werkelijk dat de wereld daar beter van wordt. Zoals Mark Zuckerberg ooit zei: „Meer transparantie zorgt voor een tolerantere samenleving waarin mensen uiteindelijk accepteren dat iedereen soms slechte of beschamende dingen doet”.

Vooralsnog heeft al die openheid er vooral toe geleid dat we elkaar steeds meer zijn gaan controleren op slechte en beschamende dingen. Iets wat tentoongesteld wordt, vraagt nu eenmaal om een oordeel – goed of fout, hebben of niet, duimpje omhoog of duimpje omlaag. ‘Wat vind jij?’, vragen steeds meer televisieprogramma’s, ‘Twitter nu mee!’ (‘Kan ze geen bh dragen? #durftevragen’ las ik bij een programma waarin vrouwen discussieerden over emancipatie). Bij programma’s als Dit is mijn lijf is die oproep overbodig, daar is het shock-effect van de afwijking genoeg – ‘Gatverdamme, wat een vieze bult!’

Die oordelende blik reikt inmiddels veel verder dan televisie. Zo ben ik op Facebook bevriend met iemand die naast foto’s van verkeerd geparkeerde fietsen, genomen vanuit zijn slaapkamerraam, ook af en toe een foto plaatst van een wildvreemd meisje in een iets te kort truitje. ‘Check die vetrollen!’ staat er dan bij. In het echt is het een hele aardige jongen.

Dat is precies het probleem met transparantie – het beperkt zich doorgaans tot de oppervlakte. Tot dat wat zichtbaar is (of het nu een Facebookpost is of een meisje in een slecht zittend truitje) en vooral tot dat wat zichtbaar wordt gemaakt. Maar dat zegt niets over de realiteit. En het geeft al helemaal geen inzicht. Waar we zo gretig een oordeel over geven, is meestal slechts de aankleding.

Fred Teeven kan in Pauw en Witteman nog zo uitgebreid de letter van de wet uitleggen om inzichtelijk te maken hoe hij ertoe kwam om honger- en dorststaker Sayam Nessar gevangen te houden – het zegt niets over de rechtvaardigheid van die beslissing, en het geeft al helemaal geen antwoord op de vraag die Nessar afgelopen zaterdag in NRC Weekend stelde: „Waarom was dit nodig?” Teevens openheid verhulde zo meer dan het blootlegde.

Precies zoals dat ook werkt bij reality tv. We zien alles – hoe iemand uit de kast komt, zijn vetrollen, tot die derde tepel aan toe, en tegelijkertijd weten we niets. In reclames en bij Blachman zien we naakte vrouwenlichamen, maar al dat vlees zegt niets over de desbetreffende vrouwen (en al helemaal niet over de kwaliteit van de bijbehorende producten).

Twee weken geleden schreef Maxim Februari in deze krant dat hij tegen transparantie is. Omdat het een ‘hoerawoord’ is geworden dat gered moet worden „van de volstrekte vruchteloosheid”. Maar het is nog veel erger. Transparantie is een ander woord geworden voor verhulling.