‘In dit land geen gebrek aan zulketypes’

De twee jonge moslims die gisteren in Londen een militair doodden, lijken te hebben gehandeld als ‘lone wolves’. Britse autoriteiten zijn bezorgd over zulke ‘zelfradicalisering’.

Uit de tirade van een van de daders van de brute hakmesmoord op een militair gisteren op klaarlichte middag in zuidoost-Londen, blijkt dat zij geradicaliseerde moslims waren. Een van hen zei, in een video opgenomen door een omstander: „We zweren bij de almachtige Allah, we zullen onze strijd nooit opgeven. De enige reden dat we dit doen, is dat er iedere dag moslims sterven door toedoen van Britse militairen. Deze Britse soldaat is een oog voor een oog, een tand voor een tand.”

De vrees bestaat echter dat de twee niet tot een bekende terreurgroep hoorden, noch tot een cel. Dat maakt dergelijke ‘lone wolfs’ moeilijker te ontwaren door veiligheidsdiensten. Ze bespreken hun plannen zelden met anderen, en kunnen daarom niet worden afgeluisterd.

Gisteravond werd na enkele uren al indirect bevestigd dat de hakmesmoord méér dan een moordaanslag of criminele afrekening was doordat minister van Binnenlandse Zaken Theresa May in spoedvergadering bijeenkwam met de directeur van de binnenlandse veiligheidsdienst, de hoofdofficier van politie, de minister van Defensie, en de burgemeester van Londen. Een dergelijke ‘COBRA-bijeenkomst’ wordt alleen belegd wanneer de nationale veiligheid in het geding is.

Premier David Cameron keerde bovendien met spoed terug van een bijeenkomst met de Franse president Hollande. Voor zijn vertrek uit Parijs zei hij: „In het Verenigd Koninkrijk hebben we eerder dergelijke aanslagen gehad. We bezwijken nooit. De terroristen zullen nooit winnen, omdat ze nooit de waarden die wij liefhebben kunnen verslaan.”

De Britse veiligheidsdiensten maken zich al langere tijd zorgen over radicalisering van (moslim)jongeren, en dan met name zelfradicalisering. Vorige jaar, in aanloop naar de Olympische Spelen, waarschuwde de toenmalig directeur van MI5, de binnenlandse veiligheidsdienst, dat de grootste bedreiging voor het Verenigd Koninkrijk van dergelijke ‘eenzame daders’ kwam.

Jonathan Evans wees toen op Anders Breivik, de rechtse fanaticus die 77 mensen vermoordde in Noorwegen. En op de chaos in Noord-Afrika na de Arabische Lente, die tot de oprichting van nieuwe trainingskampen voor jihadstrijders had geleid. Hij zei: „In achterkamertjes, in auto’s, en op de straten van dit land, is er geen gebrek aan individuen die hier terreurdaden willen plegen”.

Sinds de aanslagen van 7 juli 2005, toen vier bommen in de Londense metro en een dubbeldeksbus tot ontploffing werden gebracht en 52 Londenaren om het leven kwamen, houden de Britse veiligheidsdiensten vermeende radicale jongeren voortdurend in de gaten. Bekend is dat extremistische moslims naar Afghanistan en Pakistan afreizen om daar tot jihadstrijder te worden opgeleid. Recentelijk hebben Britse jongeren zich ook aangesloten bij de Syrische oppositie in hun strijd tegen president Assad. In sommige Britse moskeeën wordt opgeroepen tot aanslagen.

De veiligheidsdiensten hebben diverse aanslagen weten te voorkomen, volgens Evans ging het „sinds 9/11 om één plausibele terreuraanslag per jaar”. Onlangs nog werden drie mannen veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Ook zij hadden militairen willen vermoorden, en dan met name uit Afghanistan terugkerende soldaten.

In 2007 werd een man uit Birmingham veroordeeld tot 14 jaar cel voor het beramen van een aanslag op een Britse islamitische soldaat; hij had hem willen ontvoeren en onthoofden om andere moslims te waarschuwen niet in het Britse leger te dienen.

Ook bij die pogingen gaat het, net als gisteren, om aanslagen op kleine schaal. En in tegenstelling tot de aanslagen van 7/7 gebruikten de daders nu geen bommen, maar een hakmes, en waarschijnlijk ook messen en een pistool.

Hun doelwit was zorgvuldig uitgezocht: het slachtoffer is een militair. Naar verluidt droeg hij een T-shirt met Help for Heroes, de liefdadigheidsstichting van de prinsen William en Harry voor gewonde militairen. De aanslag vond op enkele honderden meters van een kazerne plaats, in een working class-wijk die trots is op zijn militaire banden.

Het deed vanochtend de discussie oplaaien of militairen wel in uniform, of anderszins herkenbaar zich op straat zouden moeten vertonen. Lange tijd was het Britse militairen verboden buiten de kazerne in uniform te lopen, uit angst voor aanslagen van het Ierse Republikeinse Leger (IRA).

Het zuid-Londense accent van een van de daders doet vermoeden dat ze uit dezelfde wijk, of in elk geval buurt kwamen. Opvallend was dat hij zich zowel identificeerde met de Britten, door te spreken over „onze militairen”, als met nog onbekende islamitische gebieden, door te spreken over „ons land”.

Volgens persbureau Reuters zou een van de daders van Nigeriaanse afkomst zijn. Maar het enige land waar Britse militairen nu actief in een conflict zijn betrokken, is Afghanistan. De Britten zitten daar nog tot eind dit jaar.